Elfstedentocht 1749-1891

De Elfstedentocht "De tocht der Tochten".


1749: de oudste vermelding.

De oudste vermelding van de Elfstedentocht is van 1749. Volksdichter Boelardus Augustinus van Boelens, die zich verschool achter het pseudoniem B. Bornius Alvaarsma, schreef toen:

't Is Pier die ellef Steden
Van Friesland, op een dag, heeft in het rond gereden,

En nog zijn maal in vrede at in den Oliekoek
Te Bolsward in den stal, bij Vetje van den Hoek.

1749 ook wel het roemruchte jaar waarin de eerste Elfstedentocht werd verreden! Sommige historici beweren dat namelijk aan de hand van een versje in een dichtbundel, genaamd ''De winter, in drie zangen". Dit zou dan het bewijs voor de tocht der tochten zijn:

"De knaap was lang beducht,
Voor het baasje, dat gelijk een vogel door de lucht
Kon vliegen over het ijs. 't Is Pier die ellef Steden
Van Friesland, op een dag, heeft in het rond gereden,

En nog zijn maal in vrede at in den Oliekoek
Te Bolsward in den stal, bij Vetje van den Hoek."


1763

De tweede melding van een man die alle elf steden in één dag wist te bezoeken komt uit 1763. In het boek Historische Beschryvinge van Friesland staat te lezen: Zij hebben in 't algemeen den naam van groote Schaatseryders te wezen, en het is zeker, dat een goede Ryder op een dag wel driemaal verder ryden kan, als een Paard zoude kunnen lopen op zyn hardst. Het is ook meer als eens gebeurt dat goede Schaatse-ryders op een winterse dag alle XI Steden van Friesland doorgereden en gezien hebben; dog dan moeten ze nergens lang vertoeven en 't Ys moet goed en sterk wezen.


1765

In de volgende winters blijven schaatsers het proberen, wanneer het ijs dat toelaat. Zo ook twee jaar later, in 1765. In dat jaar wordt er in het boek De Honig Bije opnieuw melding gemaakt van een Elfstedentochtschaatser: Een hachje gelyk een Zwaluw door de lugt kon vliegen over 't ys: 't is Pier die d'ellef Steden van Vriesland op één dag heeft in het rond gereden.


1809

In 1809 lukt het Pals Andrise (Andries) en Pals Geerts om de elf steden te bezoeken. In totaal deden zij er 14 uur en 30 minuten over. De mannen zijn de eerste Elfsteden-rijders van wie de namen bekend zijn gebleven. In 1844 stond er in de krant dat 3 Friese mannen in één dag alle 11 steden langsgereden waren. Net als Pals Andrise (Andries) en Pals Geerts deden zij er 14 uur en 30 minuten over.

De reisroute van Pals en Pals liep vanaf Deersum-Leeuwarden en was vervolgens geheel gelijk als aangegeven was door de "Frieschen IJsbond". Voornoemde personen vertrokken 's morgens om 5½ uur, met goed berijdbaar ijs, maar vrij wat wind; alle steden aandoende arriveerden ze om zeven uur 's avonds te Sneek en aangezien de reis bijna was volbracht, wenschte men nog even te pleisteren bij Hospes Bouwe (later logement Hoogerhuis).

Hier vond men een gezellige kring van burgers gezeten om den haard, allen liefhebbers van schaatsenrijden. Toen hun bekend werd, welken tocht deze personen hadden gemaakt, werd hun ieder een halve liter boerenkoffie door het gezelschap verteerd; destijds een geliefde volksdrank op het ijs. Boerenkoffie werd samengesteld uit bruinbier, wat brandewijn, notemuscaat en een paar geklutste eieren en warm gepresenteerd; de vermaardheid van enkele kasteleins in het maken van deze drank was groot, zoodat er uren ver soms om werd gereden.

Na het gebruik der koffie arriveerden zij des avonds 8 uur weer in de plaats van vertrek. Niemand van dit gezelschap had vroeger van zulk een tocht gehoord, en allen beschouwden dien als eerste. De mededeeling werd mij heden verstrekt door een zoon van laatstgenoemden deelnemer, thans 94 jaar oud.


1848
In de opnieuw strenge winter van 1848, valt in de Provinciale Friesche Courant te lezen: Er bestaan voorzeker slechts weinige voorbeelden, dat men op eene dag op schaatsen niet alleen alle Friese steden bezoekt, maar ook op de plaats terug komt, van waar men is uitgegaan. Dat zulks mogelijk is, is wederom bewezen. Op den 22 Januarij l.l., des morgens 5 uur, zijn namelijk van het dorp Huins uitgereden Douwe Haantjes Joustra (31 jaar, koopman te Baard) en Klaas Siemons de Jong (25 jaar en veehouder te Huins), benevens nog twee andere reizigers. Deze vier mannen wisten de tocht in een tijd van 15 uur en 30 minuten af te leggen.

De Amsterdamsche Courant van 24 januari 1848 schreef onder de kop Bladvulling: Bij iedere hardrijderij op schaatsen, welke gedurende dezen winter heeft plaatsgehad, hebben vele Vriezen blijken gegeven, de aloude kunst van schaatsenrijden nog niet verleerd te hebben, maar in vele opzigten in snelheid met onze oude beroemde hardrijders te kunnen wedijveren.

Snelheid en vlugheid, gepaard met kracht, in een betrekkelijk kort tijdsverloop zamen vereenigd en aangewend, mogen de vereischten zijn. om bij eene hardrijderij als overwinnaar bekroond te worden; bij sommige hunner, die deze gaven in volle mate bezitten, ontbreekt echter wel eens iets, dat bij een langdurig rit op schaatsen, een hoofdvereischte en ontbeerlijk is; wij bedoelen het volhoudingsvermogen, waardoor men in staat is, zich gedurende een groot tijdsverloop met snelheid op schaatsen voort te bewegen.

Er bestaan voorzeker slechts weinig voorbeelden, dat men op éénen dag op schaatsen niet alleen alle Vriesche steden bezoekt, maar ook op de plaats terugkomt van waar men is uitgegaan. Dat zulks mogelijk is, is onlangs wederom bewezen. Op den 22 Januarij l.l., des morgens vijf uur, zijn namelijk van het dorp Huins uitgereden, Douwe Haantjes Joustra, woonachtig te Baard en Klaas Simons de Jong, van Huins, benevens nog twee andere reizigers.

De reisroute, welke zij gevolgd hebben, was van Huins op Leeuwarden en Dockum, toen terug op Leeuwarden, van daar op Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindelopen, Workum, Bolsward, Harlingen en verder op Franeker, alwaar zij des avonds om half acht uur aankwamen, terwijl zij eindelijk, ten negen uur, te Huins arriveerden; zoodat zij in een tijdsverloop van zestien uren, al de steden van Vriesland hebben bezocht. De betrekkelijke afstand, welken zij hebben afgelegd, is nagenoeg 40 uren gaans, zoodat zij gemiddeld een uur gaans in 24 minuten hebben afgelegd.

De reizigers hadden in den morgen nogal te kampen met harden tegenwind, maar gelukkig was het ijs, over het geheel genomen, tamelijk goed en de wegen waren goed gebaand. Twee der reizigers hebben evenwel dezen togt niet geheel mede kunnen doen, uit hoofde zij eenig beletsel aan hunne voeten kregen, zoodat zij genoodzaakt geweest zijn, des nachts te Bolsward te verblijven; Joustra en de Jong hebben echter het doel hunner reis volbragt, zonder eenig letsel bekomen te hebben, en daardoor getoond, dat de Vriezen niet alleen in snelheid op schaatsen, maar ook in het volhoudingsvermogen, voorzeker huns gelijken niet hebben.

De snelheid intusschen van 24 minuten in een uur levert niets buitengewoons op, dewijl goede schaatsenrijders afstanden van hoogstens 8 á 40 uren dikwijls in 15 minuten per uur afleggen, maar zulks voorzeker gedurende 16 uren niet kunnen volhouden. Als men daarbij in aanmerking neemt, dat de krachten van een paard niet verder gaan dan om dezen afstand van 40 uren gaans in minstens twee dagen af te leggen, zoo moet men de kracht en volharding van bovengemelde reizigers bewonderen.


1868

Bejaarde Friezen schaatsen langs alle elf steden. In 1868 werd de Elfstedentocht al gereden door deze twee bejaarde Friezen: de 65-jarige Sjoerd Sjoerds van der Wey en de 78-jarige Piet Dikhoff, vertrokken op 11 januari van dat jaar 's ochtends om vier uur uit Bolsward en kwamen daar 's avonds om zeven uur weer aan. Ze hadden in totaal drie uur gerust.

Sjoerd Sjoerds van der Wey (links) en de 78-jarige Piet Dikhoff, (rechts)


1890

De winter van 1890 op 1891 was streng. Van november tot januari waren alle binnenwateren in Nederland bevroren. Ongelukken, vaak met dodelijke afloop, waren aan de orde van de dag. Bijna dagelijks werd melding gemaakt van aangetroffen bevroren lijken. Vele honderden Friezen waagden een poging alle elf steden te bezoeken.

Indertijd waren er nog geen stempelkaarten. Vaak werd ingetekend op een lijst van een herbergier in elk van de elf steden als bewijs van aflegging. Van de zusjes Lysbeth en Akke Swierstra is bekend dat zij toen de eerste vrouwen zijn geweest die de tocht hebben afgelegd. Ook vermeldenswaardig is dat zeven broers uit het dorpje Tirns allemaal op dezelfde dag de tocht wisten te voltooien. Sporter, schilder, schrijver en journalist Pim Mulier waagde op 2 januari ook een poging.

Pim Mulier.

Pim Mulier in 1890.

Willem Johan Herman Mulier (spreek uit muuljee) werd geboren op 10 maart 1865 op het landgoed Aylva State in Witmarsum, als zoon van één van de laatste grietmannen (regenten) in de provincie Friesland. In 1867 verhuist de familie Mulier naar Haarlem.

Het was te verwachten dat in dezen winter, nu alle kanalen en vaarten in deze provincie evenzoovele sterke ijsbanen zijn geworden, de eene of andere koene schaatser zou opstaan om het traditionele bezoek aan de elf Friesche steden op één dag te brengen. De heer W. Mulier van Haarlem, geboren Fries, 25 jaar oud, (...) heeft verleden zondag genoemde taak met het beste gevolg volbracht. Hij vertrok 's morgens 7 uur van hier en was 's avonds 8 uur terug. De rust, die hij zich hier en daar gunde, vorderde tezamen 2 uren.

Op 21 december 1890 reed sportpionier Pim Mulier een Elfstedentocht, in een tijd van 12 uur en 55 minuten, een record dat tot 1909 stand zou houden, en waarbij hij als eerste in alle steden zijn doorkomsttijden door een lokale autoriteit liet paraferen. Met die tocht en het verhaal dat hij erover schreef, legde Mulier de basis voor een traditie, die een unieke plaats inneemt in de Nederlandse cultuurgeschiedenis.

In 1934, bij het 25-jarig jubileum van de eerste Elfstedentocht, keek Mulier op verzoek van het Elfsteden bestuur terug op de droom die hem sinds die 'zoo prettigen dag' voor ogen had gestaan.

Hij wil, zegt hij, 'de lust bevredigen die hem al zo lang heeft geplaagd om den Elfstedentocht te ondernemen en vooral om den tijd te verbeteren'. Welnu, Pim Mulier heeft nog geen dertien uren nodig om van Leeuwarden naar Leeuwarden te rijden en hij zal altijd blijven denken dat er op het Elfstedenijs nooit iemand sneller is geweest.

Maar wat veel belangrijker is? Dat de sportieve Pim achttien jaar later, wanneer hij secretaris is van de Nederlandsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding, op een idee komt. Met de herinnering aan dit schaatsavontuur in z'n achterhoofd, denkt hij aan de mogelijkheid van een georganiseerde Elfstedentocht. In plaats van de individuele Elfstedentochten, die er al wie weet hoe lang zijn geweest, zou er eens een gereglementeerd evenement moeten zijn. En geen instantie zou dit beter dan de Friese ijsbond kunnen organiseren.

De tocht inspireerde Mindert Hepkema tot het bepleiten van een speciale vereniging voor de Elfstedentocht. Om zeker te zijn van gunstige ijsverhoudingen en voortaan zo mogelijk telkenjare niet alleen een Elfstedentocht maar ook een Elfsteden-wedstrijd te kunnen organiseren. Zijn brief had resultaat. Op 15 januari 1909 werd de Vereniging De Friesche Elf Steden opgericht. Hepkema werd de eerste voorzitter.

De Friesche IJsbond wilde het evenwel bij deze ene keer laten. Maar Mr. Hepkema, advocaat te Leeuwarden, was van mening dat deze vorm van schaatssport levensvatbaar was. Hij achtte een aparte organisatie daarbij van belang. Enkele dagen daarna - op 15 januari 1909 - werd de Vereniging "De Friesche Elf Steden" opgericht.

Het doel van de vereniging is het bevorderen van de ijssport in de provincie Fryslân en in het bijzonder het organiseren - zo mogelijk jaarlijks - van Elfstedentochten op de schaats. Mr. Hepkema was de eerste voorzitter.

Vooral in de beginjaren was het deelnemen aan de Elfstedentocht niet van risico ontbloot, al was het maar omdat zoiets als eerste hulp nog in een beginstadium verkeerde en lang niet overal werd geboden.


1891

Op 3 januari 1891 bestond er nog geen stempelkaart.

Sinds mensenheugenis hebben de Friezen het als een grootse prestatie beschouwd om op één dag alle elf steden van hun provincie schaatsend aan te doen. In een tijd waarin men de paardenwagen en de trekschuit kende als de snelste middelen van vervoer, kan het zich verplaatsen over het ijs bovendien een sensatie worden genoemd. Afstanden 'van vele uren gaans' worden immers zomaar afgelegd.

Al heel lang geldt het als een bijzonder sportieve prestatie om op een dag schaatsend alle elf Friese steden aan te doen: een afstand van bijna 200 kilometer. De hoofdstad van Fryslân, is vanouds de start- en finishplaats en de deelnemers rijden vanuit Leeuwarden naar achtereenvolgens Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindelopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, Dokkum en weer Leeuwarden.

Maar zo'n Elfstedentocht kan alleen door de allersterkste worden gemaakt. Hun namen worden van generatie op generatie in de familiekring trots doorverteld met de gereden tijden erbij: 'in slechts zestien uren' of, hoe bestaat het 'in vijftien uur precies'.

Soms komt de naam van zo'n krachtpatser in de krant te staan, zoals die van de Leeuwarder kunstschilder Willem Troost: hij volbrengt de tocht in 1862 helemaal alleen en staat daarvoor bijna een etmaal (!) op de schaats.

Maar wat er in de lange en bar strenge winter van 1890 en 1891 gebeurt, is nog nooit vertoond. Plotseling wordt het gewoon een rage om schaatsend langs de elf steden te gaan. Tientallen, nee honderden sterke kerels rijden de tocht of het niks is.

En wie toevallig om een hart versterkinkje binnenvalt bij de kastelein Jan Heslinga in IJlst kan daar zijn prestatie vereeuwigen door zijn naam op een lijst te zetten. Zelfs blijken daar later ook de namen van twee meisjes op te staan: de zusters Lysbeth en Akke Swierstra mogen beschouwd worden als de eerste representanten van het vrouwelijke geslacht dat zich nu ook al stort in het grote Elfsteden avontuur.

De afstanden van de Elfstedentocht.  Bron: Wikipedia.

Leeuwarden (start)
Sneek
IJlst
Sloten
Stavoren
Hindeloopen
Workum
Bolsward
Harlingen
Franeker
Dokkum
Leeuwarden (finish)

Ljouwert
Snits
Drylts
Sleat
Starum
Hylpen
Warkum
Boalsert
Harns
Frjentsjer
Dokkum
Ljouwert

0
22
26
40
66
77
86
99
116
129
174
199

Oprichting Vereniging De Friesche Elf Steden.

De Elfstedentocht kent dus een wedstrijd en een toertocht die beiden op dezelfde dag plaatsvinden. De wedstrijd en toerrijders schaatsen exact dezelfde route. Tot nu toe werden er 15 Elfstedentochten gehouden; de eerste werd verreden in 1909 en de voorlopig laatste in 1997. De winnaars op een rijtje.