Wijnjeterp

Antimilitarist, omgekomen door eigen ‘vuur’.

Wijnjeterp, 23.08.1924

Klaas Blaauw, zoon van Jacobus Blaauw en Aaltje Grutter werd geboren op 16.11.1901 te Wijnjeterp. Zowel grootvader Klaas als vader Jacobus Blaauw geboren te Hemrik waren werkzaam geweest als baggelaar in de veenderijen in de Gemeente Opsterland.
Niet bepaald een beroep waar veel geld mee was te verdienen door de arbeiders en bovendien een hard en zwaar beroep. Tegenwoordig romantiseren we dit, maar in die tijd was er niet veel romantiek te vinden in die werkzaamheden.

Toen vader Jacob Blaauw door de boer waar hij toen werkte ontslag werd aangezegd met de woorden: “Jo binne myn bêste feint, mar fan de dominy mei ik jo net langer yn tsjinst hâlde”.
Dat zal uit ter aard wel verband gehouden hebben met het feit dat beiden fervente aanhangers van Domela Nieuwenhuis en voorvechters van de arbeidersbeweging waren.

De familie Jacobus Blaauw verhuisde dan ook naar Amsterdam waar hij werk kreeg in een gasfabriek. Later naar Hilversum en werkte daar bij de Hollandse Spoor. In Hilversum werden nog drie kinderen geboren. Klaas volgde de opleiding voor onderwijzer in Deventer. In 1920 slaagde hij hier voor en werkte een tijd lang in de Jordaan in Amsterdam. Het beviel niet, hij had moeite met de opgelegde regels en vond het maar niks dat hij de kinderen ook vaderlandse versjes moest leren als: ‘Het is plicht als iedere jongen’…. en ‘Ferme jongens stoere knapen… ‘ Hij zal dan ook wel niet uit volle borst hebben meegezongen denk ik.  Hij nam ontslag en ging ergens anders werken bij een bevriende familie in een meubelstoffeerderij.

In die tijd, vlak na de eerste wereldoorlog en zijn verschrikkingen, was er een sterke antimilitarische beweging gaande. Met als slagzin: De wapens neder’. Als antimilitarist en dienstweigeraar zat Klaas dan ook bijna een jaar in 1921/1922 gevangen in Fort Spijkerboor, een hulpgevangenis van Defensie.

Fort Spijkerboor

De Moker

In die tijd en daarvoor ontstond een wat merkwaardige groep in de linkse beweging, de zo genaamde ‘Mokergroep’. Ze gaven ook een blad uit ‘De Moker’.  De voornaamste plicht wat de groep voor stond was ‘de opruiingplicht’. Alles wat uit de burgerij kwam als plicht was men tegen door er geen gevolg aan te geven en te saboteren. Men was voor de vrijheid zonder bemoeienis van de burgers of overheid. Gemengd kamperen was ook al zo’n vrijheid die pas veel later in de twintigste eeuw realiteit zou worden.  De aanhangers kwamen voornamelijk uit de grote steden in het westen en uit de veengebieden uit Friesland.

In de mokergroep leefde zelfs de gedachte dat werken een misdaad tegen de mensheid was, werken bevorderde het kapitalisme en de oorlogsvoorbereiding, bedrog en uitbuiting van de mens.
Uiteraard erkende men wel dat hierdoor ook ongewenste lieden aantrok en deze stelling werd bovendien bestreden door andere linkse organisaties.

De mokergroep waren vooral idealistische jongeren met een Mulo of H.B.S. opleiding die de minder geschoolden onderwezen in zelfontplooiing in creatieve bezigheden als schilderen, houtbewerking en tekenen. De vrijheidslievende jongeren pleegden echter ook sabotagedaden als motief ‘Geen God, geen meester’ wat een anarchistische grondslag had.

Propagandist

Klaas Blaauw behoorde tot één van de belangrijkste propagandisten van de groep en was bovendien lid van de geheelonthoudersvereniging die de misstanden van het drankgebruik wilde bestrijden.

Op 24 augustus 1924 zou Klaas spreken op een antimilitarische bijeenkomst achter het café ‘De Leffertshutte” van zijn oom Leffert Blaauw in Wijnjeterp. Herman Schuurman, voormalig badknecht in een ziekenhuis, één van de propagandisten van de mokergroep vergezelde hem hierbij. Op zijn reis naar Wijnjeterp kwamen ze op het idee om een bezoek te brengen aan Hendrik Hof, een antimilitarist en drankbestrijder in Terwispel.

Hendrik Hof was niet thuis en werkte in de boterfabriek. Zij werden opgevangen door zijn vrouw Wietske Hof-Jongedijk die in de kelder een boterham klaar maakte en ineens een schot hoorde. Buitengekomen lag Klaas gewond op de grond, maar zei nog: ‘Het is niks mevrouw Hof’.
Direct ging Harm de Roos, ook uit Terwispel, die langs gekomen was om beiden te ontmoeten voor wat conversatie om hulp naar de arts Eppinga in Gorredijk, die helaas niet aanwezig was.
Vanuit de fabriek in Terwispel werd naar de dokter in Tijnje gebeld, maar het duurde toch noch een poosje voor er hulp kwam. Voor Klaas was het al te laat. De kogel was via zijn dijbeen in zijn buik terecht gekomen en hij overleed aan inwendige bloedingen. Door zijn oom Leffert Blaauw en anderen werd hij ’s avonds overgebracht naar Wijnjeterp.

Het fatale schot

De drie mannen, Klaas, Herman en Harm hadden zitten praten over de beweging.
Op een bepaald ogenblik had Klaas een kleine Browning( pistool) te voorschijn gehaald om die aan Harm te laten zien. Met de kolf naar voren reikte hem toe aan Herman die per ongeluk tegen de trekker stootte, waardoor er een schot afging.Het ding stond blijkbaar op scherp of was op scherp gezet. Klaas zei nog: ‘Je hebt mij in de donder geschoten’ maar dat was dus niet zo, het was niet met opzet, een ongeluk.

Maar waarom droeg een antimilitarist een wapen? De reden was dat de beweging reeds een poos bedreigd werd en er brand was gesticht bij hun vergaderingen door een fascistische beweging onder leiding van Erich Wichman(n). Erich Wichman. Zelfverdediging was toegestaan en daardoor had Klaas, hoewel zijn broer Jan dat hem had ontraden, een pistool aangeschaft, wat hem noodlottig is geworden.

Erich Wichman

Waar is het wapen?

Toen de politie hier navraag naar deed, zei de familie Hof dat ze de revolver van schrik in de sloot hadden gegooid. Dat klopte niet, Harm de Roos had hem in een holte van een boom verstopt. De politie heeft nog gedregd, maar niets gevonden.Toch moest hij te voorschijn komen, één van de kinderen van de familie Hof heeft hem als nog in de sloot gegooid. Hij is op zondag morgen door Harm er persoonlijk weer uit gehaald.

De begrafenis

De begrafenis van uit het café ‘De Leffertshutte’ naar het kerkje bij de Tsjerkereed was één grote anarchistische manifestatie. Zo iets was in Wijnjeterp nog nooit voortgekomen. Om drie uur ‘middags droegen geestverwanten de kist met het stoffelijk overschot van Klaas gedekt met een rode vlag naar het kerkhof.

Een aantal prominenten waaronder Albert de Jong uit Amsterdam hielden een toespraak over de krachtige strijd van Klaas tegen het militarisme en kapitalisme. Herman Schuurman, die door de familie was gevraagd, bedankte hen voor zo’n zoon die ze die strijd hadden gegeven.
Op zijn graf is later door de beweging een gedenkteken geplaatst die er nog staat met de woorden:

Klaas Blauw

1901 – 1924.

‘Van zijn Kameraden’

Voorstelling van het gedenkteken is een geketende jongeman opkijkend naar de stralende zon.
De zon als bron van licht en bevrijding.

Monument te Wijnjeterp (Rest.HFH)

De moker

Verval

Na de bloeiperiode van 1924-1928 raakte de beweging in verval. Met de economische crisis in de jaren 30 kwam ook de beweging in de crisis. Het fascisme stak de kop op en een meerderheid was nu voor geweld in strijd tegen de ‘klassenvijand’.  Een aantal leden sloot zich aan bij de communistische partij terwijl anderen daadwerkelijk gingen vechten zoals in Spanje tegen Franco.

  • Anarchisme: geen gezag erkennend, totale vrijheid van het individu.
  • Fascisme: totalitair gezag van de overheid, het individu ondergeschikt aan de staat.

fjwwbnl2Fpublic2Ft2Ff2Fe2Ftemp-eyigvpnjajasgjsyehes2F3-93-7.jpg

© Henk F. Hansma
Hemrik