Home » Historie-Friesland » Dorpen in Friesland » Hemrik » De voormalige schietbaan aan de Poasen

De voormalige schietbaan aan de Poasen

Fan smoarge grûn en deade bisten

22.05.1980: Niets verontrusten

Wie maandagavond, aangetrokken door het zomerse weer, zijn schreden richtte naar de bossen van Olterterp e.o. in de verwachting een mooie wandeling te kunnen maken voor zijn of haar (zoals bekend) broodnodige rust, kwam bedrogen uit. Al bij Lauswolt was in de verte zoiets als een hevige schietpartij te horen, waarvan het geluid steeds duidelijker werd naarmate men verder de Poaswei op kwam, om ter hoogte van het Parkeerplein een geweld te bereiken, dat even onrustbarend als irritant mocht heten. Onderzoek in de richting van het Âlddjip leverde aanwijzingen op, dat de krakende schoten, talrijk als een onregelmatige werkend machinegeweer, uit het bos kwamen in de richting Hemrik, maar met een kijker viel niets te zien. Wel vlogen in de Boornvallei voortdurend vogels op en nam een verschrikte haas de benen. Daar het jachtseizoen gesloten is, wilde ik er meer van weten.

Na zoeken…….
Een groot bord maakte mij duidelijk, dat hier een schietvereniging met de poëtische naam “De Bosvijver”actief was. Het geschiet was oorverdovend en hield het gehele uur aan, dat ik in deze omgeving voor natuurgenot had willen bestemmen.

Navraag bij de politie in Beetserzwaag leverde de mededeling op, dat het hier activiteiten op een schietbaan betrof, waarop “praktisch het hele jaar door” raak is op ten minste één avond in de week en op zaterdagmorgen. Ja, op deze manier is er inderdaad niet veel aan wandelen in de bossen”, gaf het hoofdbureau in Beetsterzwaag toe.

Dit is toch te gek: Staatsbosbeheer eist op zijn vriendelijke bordjes terecht: “niets verontrusten”, maar het wordt blijkbaar toegestaan dat malle paffers natuur en rust op een even belachelijke als liederlijke wijze in de mooiste tijd van het jaar verstoren.

Dat de schutters zelf niet in de gaten hebbe, dat zij zich asociaal gedragen, is niet anders. Maar in een tijd, waarin terecht zozeer de nadruk wordt gelegd op het belang van een rustig milieu moest toch de overheid er niet meer aan meewerken, dat “de orde” (van de natuur) met luidruchtige schietpartijen kwalijk wordt verstoord.
Laten de heren en de jongens van “de Bosvijver”naar een oude schuur, een bunker of een leegstaande garage opzoek gaan voor hun stom geknal. “Indoortraining”verontrust geen mens, geen mees, geen mug.

In ynkoart stik fan in ynstoert artikel yn it L.C.troch Dhr. B.J. van der Molen.
Dizze ynstoerder lit er gjin twifel oer bestean dat er net in foarstânder foar de sjitterij is.

  • 19.06.1972: Kampioen Jachtschieten. Al in 1972 wordt het jachtschieten in de Hemrik beoefend en niet alleen door de kleiduivenvereniging. Fries Kampioenschieten wordt Dhr. Jan A. Kalma uit Velums, die een prachtig jachtgeweer als prijs krijgt. Er wordt o.a. ook op een het bospaadje overstekend konijn geschoten. Toen bij het terughalen van het konijn het beestje omviel kwam de bedienende jongen uit zijn veilige beschutting te voorschijn en zei: “Hâldt nou mar op, hy is dea”. ( Uiteraard was het een “fakekonijn”.)
  • 14.05.1973: “De Vijverbos” in Hemrik noordelijk centrum voor kleiduivenschutters. De club Kleiduivenvereniging “Friesland” bestaat al anderhalf jaar als deze jonge vereniging een eigen schietplek zoekt en vindt in de Hemrik (1972). Jaap van der Wal, Harry O. Schädlich en Jan Tolman komen met dhr. Pieter Oosterwoud die een fraai natuurgebiedje “De Vijverbos” bezit in de Hemrik overeen om daar, legaal overigens, een schietbaan te maken voor hun club, die eerst in Katlijk oefende.
    De Hinderwetvergunning en de bouwvergunningvoor het verenigingsgebouw, die moest worden aangevraagd, is spoedig geregeld, zodat men los kon.

De club breidt zich al gauw uit en bestaat na een poosje al uit 60% niet jagers. In principe is de vereniging voor iedereen toegankelijk boven de 18 jaar en moet men de statuten onderschrijven. Het schieten gebeurt met een geweer met onderliggende lopen en kost nieuw al gauw f. 500,00.

De contributie is niet hoog ca. f. 50,00 per jaar. De munitie kan men per pakje kopen op de schietbaan voor een tientje. Men schiet met hagel. (En hagel bestaat uit 32 gram, waarvan 90 % lood, 10% bestaat uit koper, cadmium en antimoon )
De duif waar men op schiet is in wezen niets anders dan een hardgebakken diep schoteltje, en daar zijn er vorig jaar ca. 67.000 de lucht in geslingerd. Maar niet alleen de kleiduivenvereniging maakt gebruik van de baan maar ook vinden er spoedig districtkampioenschappen jachtschieten plaats en jachtopleidingen.

  • 21.03.1978: In Fries Mozaïek waarschuwt men: Elk schot is geen eendvogel, maar brengt wel lood in het milieu.  Dit naar aanleiding van de jachtopleiding op de schietbaan te Hemrik.
  • 02.05.1979: Nog eens attendeert men in Fries Mozaïek op de aanwezigheid van de schietbaan: “Oorlog op de Hemrik” Examenschieten voor aankomende jagers. Op de schietbaan van de Hemrik davert het van ’s morgens negen uur tot in de namiddag. Er wordt op vijf posten tegelijk geschoten en dat levert een waar spervuur op.
    “It liket wol oarloch”, zeggen de passanten. Jachtgeweren maken nogal wat lawaai en vooral als het stil weer is, is het geknal op kilometers afstand te horen.

Pas in 1984 onderkent men het gevaar van al dat lood in de grond.
Van de Romeinen wordt beweerd dat velen zeer waarschijnlijk ziek zijn geworden en gestorven aan loodvergiftiging. Zij gebruikten loden waterleidingen en dronken hun wijn vaak uit loden bekers.
Het kan leiden tot beschadiging van hersenen, nieren, zenuwen en rode bloedlichaampjes en uiteindelijk de tot de dood.

24.10.1984: Honderden korreltjes in koeienmaag.

Kleiduifschutters vergiftigen weiland met hagel.

Het land van veehouder Berend de Boer( 1937-1997) uit Hemrik, dat grenst aan de baan van de kleiduivenschietvereniging moet gesaneerd worden. De eerste schadelijke gevolgen zijn al geconstateerd. Kortgeleden werd de koe van de heer De Boer ziek. Een diagnose kon niet worden gesteld. Hetzelfde is gebeurd met drie andere koeien van deze veehouder. De zieke koe ging naar slachter en daar ontdekte men “hûnderten fan leadkerreltjes yn ‘e mage”, aldus mevrouw De Boer.

Volgens mevrouw De Boer is twee hectare van het aan de schietbaan grenzende land ernstig vervuild en vier hectare in lichtere mate. Behalve dat er nu vergiftigingsverschijnselen zijn opgetreden is zij ook aan de andere kant niet zo blij met de kleiduivenschutters in haar omgeving. “It jout in ferskriklik lawaai en as jo yn ‘e buurt binne as der sjitten wurd kin der wolris wat hagel op jo holle rûchelje”.

De toenmalige wethouder de heer Herman van der Harst geeft overigens zonder meer toe, dat behalve de kleiduivenschutters ook de gemeente de toestand totaal verkeerd heeft in geschat. De Gemeente Opsterland heeft indertijd een Hinderwetvergunning afgegeven en een bouwvergunning voor het verenigingsgebouw.

De sântiger jierren:

No moatte wy de vergitigingsproblemen wol wat yn it ljocht fan dy tiid sjen.
Asbest wie yn dy tiid noch in prachtig produkt, men makke er sels blombakken fan. Roken wie sosjaal en men krige der fest gjin kanker fan, pake wie dôchs tachtich jier wurden en dy hie hiel wat of smookt, hy wie bytiden krekt in skoarstien sei beppe, dy fergeefs mei smoke mocht.
Ek de Agrarische sector wie net sa benaud foar wat gift. It wie sels sa, dat se mear muoite hienen mei in protsje emelten en poddeblêdden yn it gers, dan mei it gift wat se der oer hinne spuiten.
Dat sommige túnen fan boargers, as de wyn ferkeard stie, in feeg mei krigen oer de ierdbeien en fruchtbeammen waard net folle oer nei tocht.
Yn it Bûtenfjild by Feanwouden, waarden de leeche greiden troch de ôffalverwurkers opheeche mei hûsoffal. Der oerhinne kaam wer grûn sadat se wer mooi heech lân hienen. Wat er yn dat offal siet waard fest net nei sjoen.

De Gemeente bliid, de boeren bliid, want dy krigen er ek noch wat jild foar.
Dat wie moai oprômme foar net te folle. Yn dy tiid seinen we al, der krije se fêst spyt fan, dat moat letter wer skjin makke wurde. En ja wier, heite, …. se ha er spyt fan krigen. Alles moat saneerd wurde.

De sanering:

Het opruimen van de schietbaan, wat gepland was voor 1985, wordt door de provincie uitgesteld tot 1988-1990, wat de Gemeente Opsterland tot ontevredenheid stemt.
Uiteraard zijn de kleiduivenschutters bezorgd over het voortbestaan van hun hobby, zij hebben dan ook bezwaarschriften ingediend tegen het voornemen van de Gemeente de Hinderwetvergunning in te trekken.

B. en W. delen de indieners via hun ambtenaar mee, dat ze de bezwaarschriften hebben verworpen, zodat het geschil nu zal moeten worden uitgevochten bij de afdeling Rechtspraak van de Raad van State.

Het schoonmaken van het weiland, wat vervuild is, wordt door de Gemeente geschat op f. 250.000,00. De schietvereniging oppert via de Secretaris R. Viersen dat zij zelf wel het weiland willen schoonmaken. “Het is vlak terrein, een shovel er over en dan is het klaar”. Maar dat gaat niet door.

In 1986 is het geschatte bedrag al opgelopen tot f. 350.000,00. Later blijkt, dat het vervuilde terrein wat eerst 2,5 hectare was, veel groter is nl. 4 hectare, een tegenvaller wat de financiën aangaat. De schietbaan zelf nog niet eens meegerekend.
Opsterland moet f. 96.000,00 betalen, de Provincie f. 340.000,00. Een dure kostenpost voor de overheid en uiteindelijk voor de O.Z.B. cliënten die voor een groot deel de Gemeentebelastingen moeten betalen.

In het jaar 1987 wordt met het afgraven van de vervuilde grond begonnen, en voorlopig opgeslagen onder landbouwplastic waar het bijna twee jaar blijft liggen omdat er in Nederland nog geen ruimte vrij is voor het schoonmaken van de grond wat f. 1,4 miljoen gaat kosten.

Pas eind 1989 wordt de 5000 ton vervuilde grond afgevoerd naar Leeuwarden. Er zijn ruim 40 ritten met vrachtwagens nodig naar een reinigingsinstallatie waar de grond van de zware metalen zullen worden ontdaan. Het transport en de tijdelijke opslag kosten nog eens f. 335.000,00.

De kans dat de kosten op de schietclub verhaald kunnen worden zijn erg klein. De schutters zouden daar niet kapitaalkrachtig genoeg voor zijn, hoewel de rechter de schietclub als gebruiker van de baan verantwoordelijk houdt voor de schade die is aangericht.
In geval van de schade aan gras en vee wordt al in 1987 bepaald dat de schutters de schade aan veehouder Berend de Boer moeten vergoeden. Over de omvang moet nog worden geprocedeerd.

29.06.2009: Tweintich jier letter… “De Fiverbosk”

De sinne sakket al nei de grûn, it is in waarme dei west as de Fiverbosk int sicht komt. It sanige paad der hinne hat de sporen fan tractoren dy fan en nei de no “skjinne” lânnen rinne.
Der is gjin minsk of bist te sjen. ( De ky steanne tsjinwurdich hast oeral op stâl by de grutte buorkerijen, útsein fan de wat lytsere en perfoarst net te ferjitten de biologyske boeren dy folle tichter by harren fee steane en se in wat natuerliker libben jowe.)
It paad nei de sjitbaan yn it bosk is ôfsletten, de minsken kinne der better ek net komme, je witte mar nea.

It is stil yn ‘e bosk, der wurd gjin skot mear lost. It gers stiet heech, de baan wurd net meer brûkt.
De heide is fuort, spitich, de beammen en it gers ha de oerhân krigen en it gebied is hast tichtgroeit.

It ferienigingsgebouw mei de asbesten platen stiet er noch. Ôfsletten. Ek de ûndergrûnse cabine, wêr de pântsjes de loft yn sketten waard is er noch mei wat oare net thús te bringen stikken beton.

In sjitkûle yn it gers leit noch iepen, it liket krekt in skuttersputsje fan út de oarloch.
It fêt mei de ferbaande patrônen út de sjitterstiid is fuort en ek fan it stikken “serfys”, de skûteltsjes, is foar it sicht goed opromme. It falt my ta, de boskfiver, dy yn it sjitgebiet lyt, sjocht er goed út. Yn it wetter bloeit sels de swanneblom en efkes letter sjoch ik yn it droege part sels it wolgers (poeske). Dat bloeide er eartiids ek al.

It liket my sa ta, dit gebied hoeft ek net skjin makke te wurden, dit kostet te folle en dan blieuwt er dochs neat fan oer. In bytsje ûnderhâld is genôch. Mar de leadkerreltsjes sitte wol yn de grûn, der moat gjin griente op ferboud wurde tink ik. Ek gjin bisten yn los rinne litte dy oeral op om frette.
Fjirder fyn ik dit in tige moai stikje nastûr wat mei in bytsje ûnderhâld troch minsken, dy der ferstân fan ha, bewarre bliuwe moat.

Noch ien ding, as warskôging: De tyken ha gjin lêst fan it lead. It is mar dat jo dat witte.