Pier Pander

Bron foto: wikipedia-Pier Pander. Zelfportret van Pier Pander (1918)

Pier Jacobs Pander (Drachten, 20 juni 1864 - Rome, 6 september 1919), beeldhouwer en schilder.

Fries MOZAÏEK: Een poos geleden is een boek verschenen over „Pier Pander, een Friese beeldhouwer in Rome". Een mooi boek met een uitgebreide levensgeschiedenis van de eens beroemde uit Drachten afkomstige beeldhouwer, wiens werk grotendeels te Leeuwarden is te bezichtigen in de Pier Pandertempel en het Pier Pander-Museum in de Prinsetún. De heer J. P. Wiersma heeft het boek geschreven, na vooraf tal van onderzoekingen te hebben ingesteld, interviews te hebben afgenomen en plaatsen, waar deze Pander gewerkt heeft en geweest is, te hebben bezocht.

Aangezien de Panders in verschillende relaties tot het dorp Knijpe hebben gestaan, heb ik in die richting gezocht en informaties gekregen. Ik heb een weinig stof aan het boek ontleend en aan een breedvoerig schrijven van een neef van Pier, de heer M. Pander te Abcoude.

Enkele ouderen zullen zich nog de oude Jacob Pander (Piers vader) herinneren, maar méér mensen zullen enige heugenis hebben aan Hendrik en Hinke Pander, het echtpaar, dat van 1894-1897 met hun zoontje Menno er gewoond heeft en ook van 1918-1923, om toen weer „Holland' op te zoeken. Men weet: Piers ouders, Jacob Hendriks Pander (geb. 3-8-1835 te Drachten) en Engeltje Piers Wouda (geb. 20-9-1837 te Heeg) hadden een mattenscheepje, tevens aardappelhandel, waarmee ze een bepaald gedeelte van Friesland bereisden.

Links is Pier Pander te zien, op het mattenscheepje van zijn ouders.

Het was toentertijd zó, dat iedere mattenschipper zijn eigen rayon had, gescheiden in grote lijnen door de vele vaarten en vaartjes van toen. Men kwam niet in een andermans rayon. Zo lag het handelsgebied van de Panders in een driehoek boven Dokkum tot aan de zeedijk. Vele jaren hebben ze gevaren met hun scheepje „De Hoop".

In 1896 zaten ze echter in een door hen gekocht huis aan de zuidkant van de vaart in Benedenknijpe, thans bewoond door de heer Oebele de Haan. Men ziet het op de hierbij staande foto. Toen echter was het derde raam van links de voordeur, met de grote (mooie!) kamer links en een klein kamertje rechts. Toen was er ook al een stoep, maar wat meer afgepaald en voorzien van twee zitbankjes, (praatbankjes vooral in zomerse avonduren!).

Benedenknijpe no. 38

IN DE NEGENTIGER jaren zag Jacob nl. in, dat door het beter wordende verkeer zijn matten- en aardappelhandel hier zou aflopen. Ze wilden het in Amsterdam beproeven. Ze vertrokken geladen erheen, maar kregen in de Scharsterrijn een storm af te wachten. Toen het weer wat bedaarde wilde de zoon Hendrik, die met zijn broer Auke (later allebei kommies) nog aan boord was, maar gauw de zeilen hijsen, om de andere wachtenden vóór te zijn. Jacob zwichtte. Deze gang van zaken bracht een totale ommekeer in de toekomst van de familie, want op het Tjeukemeer kwamen de golven over de schuit en op zo'n ogenblik stak Engeltje net het hoofd boven de roef en dekreteerde: „Japik, wij gean' nèt nei Amsterdam!"

Jacob was zo goed niet, of hij moest terug. Hij heeft nog een paar jaar handel gedaan voor hij zich in de Knijpe vestigde. Het echtpaar heeft daar zeven jaar mogen wonen, zich warmende aan de roem van hun zoon. Engeltje stierf 8 juli 1903. Jacob moest het toen doen met een huishoudster, Hiltje Moed, maar hij was na zijn vrouws overlijden wat je noemt „fan 't hynder'. Weer zeven jaar later, 26 okt. 1910 is hij in het ziekenhuis te Heerenveen overleden.

Toen Pier en Engeltje in Knijpe woonden, kwam Pier bijna alle jaren in de zomermaanden bij zijn ouders (en ook wel elders) logeren. Hij reed op zijn driewieler en kon daar aardig mee manoeuvreren. Toen er nog vonders lagen moest hij met een bootje worden overgezet. Het is mede aan zijn toedoen te danken geweest, dat de gemeente de vonders door harten heeft vervangen. Daar kon hij met zijn driewieler over.

Daar aan dat huisje aan de vaart heeft Pier het echt naar de zin gehad. Hij deed huishoudelijke karweitjes voor zijn moeder, spoelde de groenten in de vaart en maakte graag een praatje met voorbijgangers. Pier gevoelde zich — aldus werd geschreven — in Knijpe zo thuis als er iemand in het dorp kon zijn. Toen later zijn broer Hendrik er woonde, kwam hij er even graag. Hij had ook veel sympathie voor zijn buurmeisjes Bilijam, die zo in de avonduren op zijn verzoek veel hebben gezongen. Hij vroeg dan overdag al: „Famkes, krije wy joun wer in sankje?" Ook bestond er grote vriendschap tussen Pier en de familie dokter Peters te Heerenveen. Hij zeilde met de dokter en ze zwommen samen. In het boek staan foto's van reliëfs van de arts en zijn echtgenote en van hun drie kinderen, van wie een nu fungeert als directeur van de NTM te Heerenveen. Allemaal werk van Pier en teken van zijn vriendschap en dankbaarheid.

Over zijn verblijf in de Knijpe ca. schreef hij aan een vriend, nadat hij zes weken bij zijn ouders was geweest: „Toen ik er wat langer was en iedereen van de buren, boeren, arbeiders en hun zoons en dochters, waaronder kinderen —en ieder mij eenvoudig Pander noemde en er 's avonds op de twee groene stoepbankjes voor de deur van mijn ouders als 't ware sociëteit was — toen was ik er weer helemaal in, in dat primitieve leven en voelen van de dorpelingen".

Piers vader brak in de winter 1909-1910 een been. Het werd gezet en hij bleef enkele weken thuis. Maar later moest hij naar het ziekenhuis aan de Pastoriesingel worden vervoerd. Hij lag daar al in augustus, toen Van Maasdijk hier vloog, en is in oktober in datzelfde ziekenhuis overleden, 75 jaar oud. Toen heeft zijn zoon Hendrik het huis in Benedenknijpe van zijn broers overgenomen, om daar, na zijn pensionering te gaan wonen. Dat was in 1917 zo ver, toen het huis bewoond werd door zekere Ten Cate, ook een oud-kommies. Daarom zijn Hendrik Pander (geb. 12 dec. 1862 te Drachten) en Hendrikje van Houten (10 aug. 1867 te Jubbega-Schurega) uit Amsterdam vandaan, waar zij twintig jaar hadden gezeten, eerst een poosje in 't Meer gaan wonen, nabij de Asbrug.

In 1918 verhuisden ze naar Knijpe, naar het oude nest. De oude Pander was Doopsgezind geweest, maar bij zijn huwelijk met Engeltje naar de Gereformeerden overgegaan. Hendrik en Hendrikje waren echter wel weer Mennist geworden. Hun attestaties kwamen in januari uit Amsterdam naar Bovenknijpe. Hun zoon Menno Jan Epo Henri Pander (geb. 17 nov. 1893) thans nog te Abcoude, maar 's zomers veel varende in Friesland, is hier als lidmaat gedoopt 17 maart 1918, hoewel hij in Amsterdam een betrekking had.

Ik krijg de indruk, dat het echtpaar reeds tijdens het eerste verblijf in de Knijpe lidmaat is geworden van de Doopsgez. gemeente in Bovenknijpe. Bekend is, dat beiden belangstellend lid waren van het Doopsgezind kerkkoor en dat ze in de Spaanse-griep-tijd hun zieke buren krachtig hebben bijgestaan. Hendrik is overleden in 1941, Hendrikie (Hinke) in 1956. Menige oudere Knijpster zal aan al deze Panders herinneringen hebben, dus ook aan de in zijn tijd beroemde beeldhouwer.

Pier Pander. De opkomende gedachte.

Pier Pander. Japie

Pier Pander. Aurora

Zie ook: tvblik.nl/fryslan-dok-documentaire over de Friese beeldhouwer Pier Pander
 

Ook ”Pier Pander (1864 1919). Zoektocht naar zuiverheid”, door dr. Marcel Broersma; uitg. Friese Pers Boekerij, Leeuwarden, 2007; ISBN 978 90 330 06081