Home » Historie-Friesland » Dorpen in Friesland » Drachten » Gemeente Smallingerland - Drachten » Gemeente Smallingerland - Drachten (1)

Gemeente Smallingerland - Drachten (1)

Op 23 okt. 1828 werd in het grietenijhuis te Drachten - voorheen steeds te Oudega - het vergelijkend examen voor een nieuwe schoolmeester gehouden onder directie van schoolopziener Heppener.

Kort daarna benoemde men met ingang van 1 jan. 1829 Dirk Broos, uit Noorder-Drachten als hoofdonderwijzer aan de Buurtschool. Hij bezat de 2e rang; de eerste werd bijna nooit behaald. Zijn traktement bedroeg ƒ 200 (van de grietenij) en ook ¾ van de schoolpenningen (à ƒ 2 per jaar en per leerling). (De resterende ¼ van de schoolpenningen was voor de ondermeester. Het schoolgeld bedroeg 50 ct. per kwartaal voor de dagschool en 10 ct. per week voor de avondschool. Het aantal leerlingen op de dagschool lag tussen de 150 en 200 en op de avondschool zaten 40 à 80 leerlingen.) Bovendien ontving de meester van de kerk ƒ 90 als koster, voorzanger en organist en nog ƒ 60 uit de dorpskas voor klokluiden. Meester Broos, heeft de school bediend tot zijn overlijden op 15 nov. 1857. Hij was toen 60 jaar oud en 31 jaar lang getrouwd geweest met Y.K. Landmeeter.

Op 13 jan. 1859 werd Jouke Jelgerhuis Swildens, 2e rang, benoemd. Hij was geboren op 23 mei
1829 en voor zijn komst te Drachten werkte hij als hulponderwijzer te Harlingen. Hij was tevens
organist; hij stond hier tot ca. 1875.

Als hulponderwijzers fungeerden in die tijd te Drachten: in 1859 Martinus Luthonen; in 1863
Cornelis Bartstra (geb.op 15 aug. 1841); in 1865 Sjoerd Gosses (geb. 12 jan. 1844; in de herfst
1867 werd hij hoofd te Gersloot); in 1865 Kornelis Annes Weersinga (werd in 1866 hoofd te
Irnsum); in 1865 J. Bergsma; in 1865 A.K. Wijmenga (werd op 1 aug. 1866 hoofd te Wormer); in 1868 Warner Adzes Veltman (geb.op 27 jan. 1849) en in 1870 H. Raadersma.

In 1875 kwam A. Verdenius, de bekende onderwijsman, die in 1904 directeur van de
Rijksnormaallessen werd, welke hier sedert 1879 bestonden. Hij is op 24 maart 1925 overleden,
nadat hij in 1911 was gepensioneerd als hoofd van de school. Tot 1913 bleef hij directeur van
de Rijksdagnormaalschool. In dat jaar werd hij als zodanig opgevolgd door K.Gorter.

In 1924 werd het een Rijkskweekschool en sedert 1926 stond B. van der Lijn, aan het hoofd. Op 20 febr. 1911 werd Verdenius, als hoofd van de school opgevolgd door F. Falkena. De school werd in 1911 gecombineerd met die van Zuider-Drachten, waarvoor toen een nieuwe school werd gesticht (hoek Zuid en Berglaan).

Deze school werd op 1 jan. 1912 geopend met F. Falkena, als hoofd van school II. In deze school werd toen ook de MULO met als hoofd J. Lubbers, ondergebracht. In 1914 werd besloten de MULO school met deze school II te verenigen. Dit kwam in 1915 tot stand; F. Falkena, kwam aan het hoofd van deze gecombineerde school I. In 1919 werd hij opgevolgd door B.T. van der Meulen.

In 1921 werd echter weer tot splitsing besloten tengevolge van de nieuwe wet op het Lager
Onderwijs. Op 1 juni 1922 kwam er een afzonderlijke ULO-school met als hoofd B.T. van der
Meulen, en een zesklassige school voor gewoon lager onderwijs: school I met als hoofd L. de
Vries.

De school te Noorder-Drachten.

In 1595 en 1598 ontving Barthold Claesz (Bartholomeus Nicolai), schoolmeester in
Noorder-Drachten, een toelage van 7 c.g. voor de studie van zijn zoon. Deze Bartholomeus Nicolai, was in mei 1580 "gewesen pastoir" van Noorder-Drachten, wiens "frow is 2 jar doet gewest en hem 13 kinder nagelaten". Om die in leven te houden, is hij dus blijkbaar na de omwenteling van 1580 maar begonnen school te houden. De school stond toen vlak ten zuiden van het kerkhof; slechts 's winters was er dienst.

Van maar enkele van die winterschoolhouders zijn de namen bewaard gebleven. Dikwijls ging
het in die dorpjes zo, dat een boer of een timmerman of een ander, die 's winters weinig te doen
had en er ambitie voor voelde, het schooltje enige maanden waarnam, als er tenminste voldoende
leerlingen aangemeld werden! Anders ging het niet door; belangstellenden konden dan nog naar
een naburige school gaan. Heel moeilijk is het, in zulke dorpjes met winterscholen de
schoolmeesters op te sporen, daar de waarnemers gewoonlijk niet als "schoolmeester" te boek
stonden in bijv. de doopboeken en andere bronnen.

Toch hebben we nog enkele te voorschijn kunnen halen, o.a. uit de kerkvoogdij-rekeningen. Zoals eerder gemeld was met de schoolmeester in Noorder- en Zuider-Drachten "rogge geaccordeerd". Uit die rekeningen blijkt, dat ze die rogge (tot ca. 1675 anderhalf lopen en sedert 1690 twee lopen) of de waarde daarvan in geld ontvingen voor klokluiden. De kerkvoogdijen onderhielden de schooltjes, doch van traktement, boven de rogge, blijkt niets. Natuurlijk kwamen daar de schoolgelden nog wel bij.

In maart en april 1649 waren mr. Lowijs Claesz en Martjen Fechters, zijn vrouw, in Noorder-Drachten. In de periode 1643-1647 was hij in Zuider-Drachten.

In 1672/73 was mr. Douwe Martens, schoolmeester in Noorder-Drachten, waarschijnlijk in de Buurtschool.

In jan. 1675 was mr. Jacob Clasen, schoolmeester te Noorder-Drachten. Hij ontving geregeld, in 1688 nog, zijn 1½ lopen rogge, of de waarde daarvan. (De kerkdienst werd verricht door de
schoolmeester van de Buurtschool, zie hierboven.) In juli 1687 was Jacob Clasen, getuige bij een
geschil over de venen te Rottevalle.

In 1689 ontving Jacob Jaspers, 2 lopen rogge of ƒ 6 voor klokluiden. Van 1690 tot 1691 was Erijt
Jans, de ontvanger daarvan en van 1693 tot 1704 Pieter Hermans. (Een lopen, inhoudsmaat voor graan (rogge) = 21,6 liter)

In 1707 werd de school vernieuwd. In de kerkvoogdij-rekeningen komen af en toe onkosten wegens reparatie aan de school voor. Op 26 april 1708 was Oeds Hendriks, schoolmeester in Noorder-Drachten.

Omstreeks 1710 luidde Hans Harmens, de klok. Van 1714 tot 1722 ontving Jan Durks, steeds de
waarde van 2 lopen rogge per jaar voor klokluiden. We kunnen gerust aannemen, dat ze allen ook
de school waargenomen hebben. Waarschijnlijk gold dat ook voor Saeck Watzes, die in 1712-'13
de toelage ontving. Zij was de weduwe van een vorige meester; het is ook elders voorgekomen,
dat een weduwe na het overlijden van haar man de school nog een korte tijd aanhield.

Op 21 nov. 1729 was Jacob Eelses, oud-schoolmeester in Noorder-Drachten "old int 39e jaar".
Van 1729 tot 1741 kreeg Jacob Johannes, de toelage en van 1769 tot zijn zoon Melle Jacobs. (In
febr. 1774 was het kerkje hier reeds afgebroken; de klok hing in een klokhuis.)

In 1788 ontving Johannes Melles de toelage; van 1789 tot 1792 Hendrik Tiebbes en van 1792 tot 1794 Hendrik Jans. De toelage was steeds de waarde van 2 lopen rogge.

Op 3 aug. 1794 werd te Garijp attestatie gepasseerd om te Drachten te mogen trouwen voor:
Albert Hendriks, schoolmeester te Noorder-Drachten, en Antje Oedses, uit Suameer. Hij werd in
mei 1796 schoolmeester te Suameer; in 1798 vertrok hij naar Surhuisterveen.

In 1796 werd dan ook hier het schoolwezen gereorganiseerd (zie boven): het traktement werd
gesteld op ƒ 100 "mits een geheel jaar schoolhoudende", onder korting van de door ingezetenen
geaccordeerde rogge. Op 27 juni 1796 werd tot schoolmeester gestemd Klaas Hemkes, die echter bedankte en kort daarna schoolmeester te Benedenknijpe werd. In zijn plaats benoemden de stemgerechtigden op 28 sept. 1796 Jan Lukkes, provisioneel schoolmeester te St. Jacobiparochie. Bij zijn komst bleek hij Jan Lucas, te heten; later noemde hij zich Jan Lucas van der Woude. Het traktement bestond uit ƒ 100 en de schoolpenningen à 5 ct. per week. Hij behaalde in 1809 de 3e rang. Zijn vrouw heette Willemke Jannes. In mei 1817 heeft hij afstand van zijn post gedaan, blijkbaar op aandringen van de schoolopziener.

Op 1 nov. 1817 kwam Marten Siebes Maakal, 3e rang, uit Rottevalle, die evenwel reeds op 1 maart 1819 weer vertrok. Hij werd toen opgevolgd door Hijlke Pieters Vogelzang, 3e rang. Hij overleed echter op 1 okt. van datzelfde jaar; de schoolopziener noemde hem een verdienstelijk onderwijzer. Het traktement was ondertussen gebracht op ƒ 150 plus de schoolgelden.

Op 1 febr. 1820 kwam Freerk Durks Jongerhuis, 3e rang, uit Foudgum. Hij was geboren in Menaldum en zijn vrouw heette T.K. de Jong. In zijn tijd, in 1822, werd een nieuwe school met
woning onder één dak gebouwd aan de Noorderdwarsvaart. Lang had Jongerhuis er geen genot
van; hij stierf op 19 juni 1823, oud 24 jaar. Zijn opvolger, Dirk Broos, ondermeester te Sappemeer, kwam op 1 nov. 1823. Hij werd op 1 jan. 1829 overgeplaatst naar de Buurtschool.
(Zie boven.)

Op 1 april 1829 kwam Roelof Hasenberg, 3e rang, uit Ureterpervallaat. Hij bedankte op 12 mei
1853. In juni 1853 werd hij opgevolgd door Willem van Cleef. Het traktement bestond toen uit ƒ
200, de schoolpenningen (ca. 100 leerlingen à ƒ 3) en een woning. In de herfst van 1857 is Van
Cleef overleden. Hij werd in 1858 opgevolgd door Jan Heemstra, ondermeester te Dronrijp. In 1868 werd hij hoofdonderwijzer te Lemmer. Hij werd in dat jaar opgevolgd door Feike Dokter,
die evenwel op 12 dec. 1868 op 24-jarige leeftijd overleed, na 38 weken getrouwd geweest te zijn
met G.G. de Jong.

Op 9 maart 1869 werd Jan R. Posthuma, ondermeester te Lippenhuizen, aangesteld als hoofd. In
1872 werd hij hoofd van de school te Oldeboorn. Op 1 jan. 1873 kwam zijn opvolger: Jan Tjitse
van Dijk, in 1846 geboren te Engelum en sedert 1 dec. 1866 hulponderwijzer te Dronrijp. In 1895
werd een nieuwe school gebouwd. Hij woonde na zijn pensionering in 1912 te Twello. Hij heeft
nadien nog heel wat geschreven, o.a. over Drachten. Hij is op 11 okt. 1935 op 88-jarige leeftijd te
Twello gestorven.

De school werd tussen 1911 en 1915 school IV genoemd. Sedert 1912 stond H. Noorderhaven, aan het hoofd. Hij was hier sedert 1908 reeds onderwijzer. Hij werd in 1916 leraar aan de Onderwijzersopleiding te Drachten. In 1947 ging hij met pensioen.

Op 15 febr. 1917 werd A. Duursma, aangesteld als hoofd van deze school, die sinds 1915 school
III werd genoemd. Hij was sedert april 1910 onderwijzer te Drachtster-Compagnie, op 1 sept. 1912 werd hij onderwijzer te Marssum en sedert 1 jan. 1915 was hij hoofd van de school te
Engelbert (Gr.) Op 1okt. 1928 werd hij benoemd tot directeur van de lagere landbouwschool te
Heerenveen. Hij was een zoon van S. Duursma, te Oudega, die 5 zoons had, die allen hoofd van
een lagere landbouwschool geweest zijn.

Op 1 maart 1929 werd G. van der Worp, uit Rotsterhaule benoemd als hoofd van deze school. In
1933 werd de school geheel vernieuwd. P. Landman, werd toen tijdelijk hoofd. Hij werd in 1946 hoofd van de school te Berlikum.

In het najaar van 1946 werd W. Hemminga van Oudega (Sm.) benoemd. Hij werd in 1951 hoofd van een school te Groningen. Op 1 nov. 1951 werd hij opgevolgd door G. Baarda, uit Ried.

De school te Zuider-Drachten.

In jan. 1581 was hier "de schoelmester Jacob Henrix, oick frijgeselle, met den noch niet seker
geaccordeert is".

In april 1643 was mr. Lowijs Claesz "schoelmester in de Suyder-Dragten". Hij verzocht toen aan de Classis Leeuwarden toegelaten te mogen worden tot de kerkdienst; echter tevergeefs. De Classis wilde hem minstens nog een jaar laten oefenen en legde hem in juni 1643 een verbod op om in Drachten te catechiseren en te preken. Hij hield zich evenwel niet aan dat verbod; zelfs in mei 1647 hield de Classis zich nog met hem bezig. In 1649 was hij schoolmeester te Noorder-Drachten. Als zijn vrouw werd daar genoemd Martjen Fechters.

In jan. 1657 was mr. Taede Ulckes, schooldienaar in Zuider-Drachten. In okt. 1658 was hij
schooldienaar in "Dragtsterabuijren". (Zie boven.)

In nov. 1675 was Jan Geerts hier als schoolmeester. Hij trouwde op 13 mei 1684 met Antie Annes.  In 1694 werd hij als Jan Geerts Bosscha, tevens genoemd als dorprechter. Evenzo op 23 febr 1706, in nov. 1723 en nog op 27 maart 1731.

In mei 1698 was sprake van ene Roel Egberts, die 5 jaar bij Jan Bosscha "in de cost is geweest, hebbende het 1e jaar te school gegaan en de andere jaren schoolgehouden".

In 1705 kwam te Minnertsga een mr. Claes Willems, uit Drachten. Was hij misschien schoolmeester te Zuider-Drachten geweest?

In 1725 werd hier een nieuwe school gebouwd. In de jaren 1730-1740 was hier een mr. Willem
Jacobs; hij trouwde in jan. 1730 met Antje Jans. Het is niet zeker of hij ook schoolmeester was.

Van 1728 tot 1740 ontving Haye Uilkes, te Zuider-Drachten jaarlijks een bedrag van 12 à 14 c.g.
voor het schoonmaken van de kerk en de school.

In 1748 was mr. Jan Oedzes, schooldienaar en "wagenaar" te Drachten, ouder dan 50 jaar.

In de jaren 1754-1775 bediende Marten Theunis, de klok en wellicht 's winters ook de school.

In 1779 was Jan Jelles van der Harst, hier schoolmeester. Op 21 mei 1775 waren getrouwd: Jan
Jelles, van Noorder-Drachten en Janke Rinses, van Zuider-Drachten; sedert februari 1776
woonden zij hier in Zuider-Drachten. Op 28 sept. 1796 werd hij definitief aangesteld op een
nieuwe instructie, waarbij hem opgedragen werd gedurende zeven maanden school te houden, van 1 nov. tot eind mei; het traktement bedroeg ƒ 80.

Op 2 april 1802 besloten de stemgerechtigden tot het instellen van een dagschool: er zou het gehele jaar door school worden gehouden op hetzelfde traktement als aan Noorder-Drachtster schoolmeester werd betaald. Sedert 1803 ontving Jan Jelles, een traktement van ƒ 100 per jaar. In 1817 werd het traktement voor beide scholen gebracht op ƒ 150 plus de schoolpenningen. In 1820 werd de school, die er treurig uitzag, geheel vernieuwd. Ook de oude meester Van der Harst, die nimmer enige rang behaald had, moest "op stal". Bij Koninklijk Besluit van 18 april 1820 verkreeg hij eervol ontslag, met ƒ 75 pensioen, uit hoofde van zijn 54-jarige dienst! Hieruit volgt dus, dat hij reeds in 1766 hier of elders begonnen moet zijn.

Zijn opvolger werd Wopke de Jong, 3e rang. Hij werd eerst provisioneel benoemd, maar op 15
sept. 1820 kreeg hij een vaste aanstelling. Het inkomen bedroeg toen ƒ 150 en de schoolpenningen van 25 à 30 leerlingen. In jan. 1827 vertrok hij naar St. Jacobiparochie en heeft
zich doen kennen als schrijver en dichter van vele bijdragen, o.a. in de Friesche Volksalmanak.
Hij schreef in het Nederlands en in het Fries.

Op 20 aug. 1827 kwam zijn opvolger Douwe B. Kamstra, 3e rang. Hij vertrok in nov. 1832 naar
Ternaard. In 1832 werd Feike S. Kuipers, 3e rang, provisioneel benoemd als zijn opvolger. Op 26
juni 1833 kreeg hij een vaste aanstelling, maar reeds in aug. 1834 vertrok hij naar Drachtster-Compagnie als eerste hoofd van de toen aldaar gestichte school.

In 1834 kwam Pieter W. Jongbloed, 3e rang. Hij was een arbeiderszoon uit Beetsterzwaag. Hij is
op 13 mei 1837 in Zuider-Drachten getrouwd met Jantje Aukes van der Meer; zij waren toen
resp. 23 en 24 jaar oud. In dec. 1838 vertrokken zij naar Tietjerk.

In 1835 was hier een nieuwe school gebouwd, ten oosten van de weg; de vorige moet ten westen van de weg gestaan hebben. Op 1 juli 1839 werd Jacob L. Hemminga, uit Hemrik aangesteld. Op 1 juni 1879 ging hij met pensioen; hij was toen 66 jaar en had 46 dienstjaren.

Hij werd op 1 aug.1879 opgevolgd door Wijbe K. Walstra, uit Beets, een bekend schrijver van opvoedkundige werken. In 1883 vertrok hij naar Bergum.

In mei 1883 werd hij opgevolgd door Kornelis Leegstra, hoofd van de school te Siegerswoude en daarvoor reeds onderwijzer aan de school te Zuid-Drachten. In 1911 is deze school met de Buurtschool gecombineerd. (Zie boven.) Leegstra, kreeg op 1 dec. 1911 eervol ontslag en werd hoofd van een school te Rotterdam, alwaar hij op 1 mei 1937 op 90-jarige leeftijd is overleden.

De 2e of boven-buurtschool.

Deze school werd in 1859 geopend; op 13 jan. 1859 werd de bekende onderwijsman Sipko Houwen, geboren op 27 juni 1830, tot hoofd benoemd. Hij was eerder waarnemend hoofd van de
school te Ruinen. Toen hier Rijksnormaallessen werden opgericht in 1879 (een particuliere
opleiding voor onderwijzers bestond reeds), werd hij daarvan de eerste directeur. Hij bleef dit,
ook na zijn pensionering als hoofd van de school in 1895, totdat hij in 1904 als directeur werd
opgevolgd door zijn collega Verdenius, van de beneden-buurtschool. (Zijn zoon Jacob Menno
Houwen werd op 15 sept. 1869 geboren te Drachten en werd in 1917 assistent-schoolopziener te
Beetsterzwaag. In 1921 werd hij schoolopziener bij de Inspectie Heerenveen en in 1924 werd hij
inspecteur Lager Onderwijs. Hij ging op 1 okt. 1933 met eervol ontslag en is op 25 okt. 1936 te
Zeist overleden.)

In 1895 werd Sipko Houwen als hoofd van de school opgevolgd door U. Udema, uit Drachtster-Compagnie.

In aug. 1907 kwam J. van den Herberg, uit Minnertsga als hoofd. In 1909 vertrok hij en werd in 1910 opgevolgd door S. Kalsbeek.

In 1912 werd de school verbouwd en vergroot. De school heette van 1911 tot 1915 school III; daarna werd het school II.

In 1917 kwam als hoofd G. de Groot, onderwijzer te Leeuwarden en eerder onderwijzer te
Oudehaske. Hij is op 21 juni 1938 op 48-jarige leeftijd overleden. Op 29 juli 1938 werd als zijn
 opvolger tot hoofd van de school II benoemd: S. Westra, uit Hemrik. In 1950 was hij nog steeds
als hoofd van deze school actief.

In 1930 werd aan deze school een centrale opleidingsklasse verbonden, die op 1 jan. 1933
vervangen is door een afzonderlijke zogenaamde "kopschool" (school A) van 7e en hogere
leerjaren. De scholen I, II en III telden sedert 1933 dus slechts 6 leerjaren. Deze school werd
ondergebracht in twee lokalen van school II. Als hoofd werd op 1 febr. 1933 R. Postuma, van
Oldeboorn benoemd. Voor deze inrichting is in aug. 1953 een nieuwe VGLO-school geopend voor het 7e en 8e leerjaar met nog steeds als hoofd R. Postuma.

De Franse school.

In 1839 werd te Drachten “een dusgenaamde Fransche school” opgericht door B. van der Meer,
kostschoolhouder. In de Leeuwarder Courant van 18 aug. 1840 staat een verslag van een
openbaar examen aan die school. Het leer- en kostgeld bedroeg ƒ 200 per jaar. Er werden Frans,
Duits, Engels en andere vakken onderwezen. In 1857 werd deze school opgeheven wegens vertrek
van de onderwijzer; het is niet duidelijk of dat de genoemde Van der Meer betrof.

De MULO-school.

Reeds vroeg was hier behoefte aan uitgebreid lager onderwijs; een particuliere inrichting voorzag
daarin. Op 18 april 1854 adverteerde H.C. van Dorsten Cz., "instituteur te Dragten", in de
Leeuwarder Courant dat "zijne gevestigde Inrigting met 1 Juny, geopend zal zijn voor een
bepaald getal kostleerlingen." Hij trouwde op 25 mei 1854 met S. van Knijff, uit Canterstate
onder Driesum.

Bij het vertrek van Van Dorsten, werd aan een van de gemeentescholen een cursus in moderne talen etc. verbonden. Doch in 1871 werd voor dit doel een MULO-school gesticht in de Zuiderbuurt. Op 6 jan. 1872 kon de school geopend worden, met als hoofd J.L. Rikkers, uit Zwolle, die reeds op 23 okt. 1871 was benoemd.

In 1875 werd Rikkers opgevolgd door N. Bakker, die in 1900 werd opgevolgd door J.N. Joly, die reeds in 1904 naar Heerenveen vertrok.

Lubbers stond aan het hoofd van de MULO-school van 1904 tot 1914, toen deze school verbonden werd aan school I, waarvan F. Falkena, in 1915 hoofd werd. In 1919 werd deze weer opgevolgd door B.T. van der Meulen.

In 1922 werd, volgens de bepalingen van de nieuwe wet op het lager onderwijs, de school weer zelfstandig als ULO-school; hoofd bleef B.T. van der Meulen. Hij ging op 12 nov. 1938 met pensioen. Tot zijn opvolger werd op 29 juli 1938 benoemd: G. Dedden, gedurende 14 jaar ULO-onderwijzer te Wolvega; hij kwam omstreeks 15 nov. 1938 in functie. Hij stierf op 6 nov. 1943 op 46-jarige leeftijd en is te Steggerda begraven.

Hij werd op 1 april 1944 opgevolgd door D. Voortman, uit Bergum. In 1946 werd hij hoofd van
de ULO te Leiden. Op 1 okt. 1946 werd hij opgevolgd door H.W. Rouwé uit Kollum.

In 1922 werd School I weer een gewone lagere school met L. de Vries, als hoofd. Hij ging op 1
april 1944 met pensioen. Op 1 juni 1944 werd hij opgevolgd door W. Dijksma, uit Arum. In 1950
was hij nog steeds hoofd van deze school.

Voor de lagere school werd in sept. 1948 aan de Gauke Boelensstraat een semi-permanent
schoolgebouw geopend, daar school I aan de Reiding te klein werd voor lagere school en ULO. In het oude gebouw bleef de ULO gehuisvest met Rouwé als hoofd.

Bijzonder onderwijs.

De eerste school voor christelijk nationaal onderwijs werd op het Boveneind geopend op 2 mei 1871, een school voor gewoon lager onderwijs en MULO. Het eerste hoofd was W.P. Hillen Jr. uit Utrecht. Hij werd op 1 nov. 1872 opgevolgd door W.K.H. Magendans, onderwijzer te Arnhem. Op 1 jan. 1876 vertrok hij naar Minnertsga.

Hij werd toen opgevolgd door W. Kroese, uit Apeldoorn. Hij is op 12 dec. 1912 te Drachten overleden. Sedert 1 jan. 1913 was G.C. Homan, hoofd van deze school. Van 1910 tot 1913 was hij als onderwijzer aan deze school verbonden geweest. Op 1 febr. 1951 ging hij met pensioen. Hij werd toen opgevolgd door J. Ploegstra, onderwijzer aan deze school.

Op de achtergrond de Christelijke Nationale school van meester Homan.

Op 1 juni 1903 kwam er een tweede bijzondere school bij aan de Stationsweg op het Noord. Van
1903 tot 1916 stond J.P. Jongejan, hier aan het hoofd. Hij werd in 1916 opgevolgd door Tj. Dijkstra, die in 1922 naar Nederlands-Indië vertrok. (In 1934 werkte hij te Haarlem; hij is in
maart 1942 te Zutphen op 57-jarige leeftijd overleden.)

In 1922 werd K. van den Berg, hoofd van deze school te Drachten. Hij was van 1914 tot 1922
reeds als onderwijzer aan deze school verbonden geweest. Hij kreeg op 13 sept. 1931 om
gezondheidsredenen eervol ontslag en is op 6 sept. 1934 op 52-jarige leeftijd overleden.

Sedert 1 maart 1932 was J. Gietema, uit Burum hoofd van deze school. In febr. 1949 werd C. van der Waal, uit Aalten benoemd als hoofd van deze school.

In 1922 werd een christelijke ULO-school gesticht, eveneens aan de Stationsweg, met J.W. Draijer,  aan het hoofd. (Hij was sinds 1 mei 1909 onderwijzer te Bergum. Op 1 juni 1909 werd hij
onderwijzer te Hijlaard, vanwaar hij in 1911 naar Hilversum vertrok. In 1914 ging hij naar
Dordrecht en in 1915 werd hij hoofd van de school te Hijlaard 1915. Sedert 1920 was hij hoofd
van de school te IJlst.) In 1948 was hij nog steeds hoofd van deze school.

Op 1 nov. 1931 werd een hervormd christelijke school geopend aan de Houtlaan, met als hoofd
G. Bos, uit Smilde, die in okt. 1953 overleed. In 1954 kwam zijn opvolger: J. de Jong, uit
Nijemirdum.

In 1949 kwam hier een christelijke school voor buitengewoon lager onderwijs (BLO) aan de
Noordkade. De school werd in sept. 1949 geopend met als hoofd U.E. van der Waal.

Eind 1954 werd hij opgevolgd door Th. Bijlsma, reeds onderwijzer aan de school.

In 1948 kwam hier een openbare school voor BLO. De school werd op 1 febr. 1949 geopend met
als hoofd J.U. Botterweg, uit Almelo, die reeds in okt. 1948 was benoemd. In 1954 was hij nog steeds hoofd van deze school.

Op 4 nov. 1909 kreeg Drachten een ambachtsschool met als eerste directeur F. Miedema. Hij
ging in 1941 met pensioen en is in 1946 op 70-jarige leeftijd overleden. Hij werd in 1941
opgevolgd door P.L. Hubbeling, die in 1948 naar Velsen vertrok. Sedert 1 juni 1948 was W.H.
Bouwman, hoofd van deze school.

De Rijks HBS te Drachten dateerde van sept. 1919. Als eerste directeur werd dr. J.C. Wildervanek, aangesteld. In 1955 werd hij opgevolgd door dr. J. Key, reeds leraar aan deze school.

Op 1 sept. 1947 werd aan de Rijks HBS een gemeentelijke gymnasiumafdeling verbonden; rector werd dr. S. Keyser en drs. A.W. Holleman, leraar in de oude talen, werd conrector.

De Rijks HBS vormde tezamen met het gemeentelijke gymnasium het Lyceum. De eerste
directeur was dr. L. Wildervanek. Hij werd later opgevolgd door rector H.W. Lenstra, die omstreeks aug. 1955 rector van het Heymans-lyceum te Groningen werd. Hij werd in sept. 1955 opgevolgd door dr. Jac. Key.

Op 7 sept. 1955 werd te Drachten een christelijke HBS geopend met Tj. Meijer als directeur.

Bron: www.fryske-akademy.nl

De Scheepswerf.

Monumenten

  1. Beter Wonen/Houtlaan 
    Rijks. Monument.
    Complex arbeiderswoningen (1921)
  2. Buitenstvallaat
    Rijks. Monument.
    Sluiswachterswoning (nr. 4) en sluis (t.o. nr. 4) (1893) in buurtschap
  3. Buitenstvallaat
    Gem. Monument.
    Brug (t.o. nr. 4), woning (nr. 8) en scheepswerf (nr. 9) in buurtschap
  4. Burgemeester Wuiteweg 14
    Gem. Monument.
    Woonhuis (type herenhuis 1914)
  5. Burgemeester Wuiteweg 71 en 73
    Gem. Monument.
    Gereformeerde kerk en pastorie (1924)
  6. Burgemeester Wuiteweg 80
    Gem. Monument.
    Woonhuis (1890)
  7. Burgemeester Wuiteweg 89 en 89a
    Gem. Monument.
    Kerkhof Zuider-Dragten (Zuiderbegraafplaats)
  8. Burgemeester Wuiteweg 162
    Rijks. Monument
    Carmelitessenklooster (1936/1953)
  9. Folgeralaan 27
    Gem. Monument.
    Boerderij (kop-romptype 1939)
  10. Folgeren 12
    Rijks. Monument
    Boerderij (kop-romptype 1648/1792)
  11. H.B.S.-straat 6
    Gem. Monument.
    Dienstwoning directeur R.H.B.S. (1920)
  12. Het Noord 19
    Gem. Monument.
    Boerderij (stelptype 1929)
  13. Het Noord 26
    Rijks. Monument
    Woudboerderijtje en stookhok (dwarshuistype 1905)
  14. Het Zuid 28
    Gem. Monument.
    Boerderij (dwarshuistype ca. 1875)
  15. Het Zuid 44
    Gem. Monument.
    Boerderij (stelptype ca. 1880)
  16. Moleneind N.z. 14
    Gem. Monument.
    Gemeentehuis (1901)
  17. Moleneind N.z./Oliemolenstraat
    Gem. Monument.
    Oliemolen 'De Nijverheid'(1850)
  18. Moleneind Z.z. 11
    Rijks. Monument
    Woonhuis ( dokterswoning) / Bleekerhûs (1806)
  19. Moleneind Z.z. 25
    Gem. Monument.
    Tabaksfabriek (1902)
  20. Moleneind Z.z. 71
    Gem. Monument.
    Boerderij (ca. 1880)
  21. Museumplein 2
    Gem. Monument.
    Minderbroeders klooster (1937)
  22. Noorderbuurt 93
    Gem. Monument.
    Woonhuis met kantoorruimte (1933/'34)
  23. Noorderbuurt 95
    Rijks. Monument
    Villa (burgemeesterswoning 1903)
  24. Noorderdwarsvaart 123
    Gem. Monument.
    Boerderij (kop-romptype ca. 1898)
  25. Bij Noordkade 48
    Gem. Monument.
    Poortje (1930)
  26. Noordkade 52
    Gem. Monument.
    Woonhuis (type herenhuis 1869)
  27. Oosterstraat 29 en 33
    Gem. Monument. 
    Voormalige pastoriewoningen (1924)
  28. Oosterstraat 35 en 37
    Gem. Monument.
    Consultatiebureau en wijkgebouw (1934 en 1923/’24)
  29. Stationsweg 19
    Gem. Monument.
    Pastorie (1871)
  30. Stationsweg 49
    Gem. Monument.
    Woonhuis (type herenhuis, koetshuis (1909)
  31. Stationsweg 64
    Rijks. Monument
    Buitenplaats 'Haersma State' (1843)
  32. Stationsweg 118
    Gem. Monument.
    Bijzondere ULO-school (1921/'22)
  33. Stationsweg 144b
    Gem. Monument.
    Kerkhof Noorder-Dragten (Noorderbegraafplaats)
  34. Torenstraat/Houtlaan/Oosterstraat
    Gem. Monument.
    Complex 16 middenstandswoningen (1920/’21)
  35. Torenstraat 4
    Gem. Monument.
    Gebouw 'Verbruikscoöperatie Excelsior' (1926)
  36. Torenstraat 12/Houtlaan 28
    Gem. Monument.
    Rijkslandbouwschool en conciërgewoning (1921/’22)
  37. Torenstraat 18
    Gem. Monument.
    Kerk Christian Fellowship (1924/1953)
  38. Torenstraat 23
    Gem. Monument.
    Woonhuis met artsenpraktijk (1928)
  39. Torenstraat 28/Vogelzang 27
    Rijks. Monument.
    Rijks H.B.S. en conciërgewoning (1919) en hekwerk om linde (1937)
  40. Torenstraat 43
    Gem. Monument.
    Woonhuis (type herenhuis 1932)
  41. Ureterpvallaat 1
    Gem. Monument.
    Woonhuis met grutterij (ca. 1840)
  42. Ureterpvallaat 3
    Gem. Monument.
    Boerderij (kop-romptype ca. 1875)
  43. Zuiderbuurt 26
    Rijks. Monument
    Doopsgezinde kerk (1790)
  44. Zuiderbuurt 28
    Gem. Monument.
    Consistorie- en kosterskamer Doopsgezinde kerk (ca. 1790)
  45. Zuidkade 18
    Gem. Monument.
    Schipperswoning (ca. 1800)
  46. Zuidkade 19
    Rijks. Monument
    Nederlands Hervormde Kerk (1743)
  47. Zuidkade 24
    Rijks. Monument
    Tabaksfabriek (ca. 1902)
  48. Zuidkade 29
    Gem. Monument.
    Woonhuis met inpandig koetshuis
  49. Zuidkade 30
    Gem. Monument.
    Woonhuis (type herenhuis 1916)
  50. Zuidkade 35
    Gem. Monument.
    Woonhuis (type herenhuis 1890)

Beeld: De Godin.

Het kunstwerk: De Godin van Tseard Visser, gemaakt in 1974.

Locatie: Drachten, in de voormalige kloostertuin aan de Pier Panderstraat achter het gemeentehuis.

Het kunstwerk is gemaakt van brons en koper.

Het vijf meter hoge beeld 'De Godin' is geënt op de gedachten van het Oera Linda-boek, ook wel de Bijbel van de Friezen genoemd. Het "Oera-Linda' is een in vreemde tekens geschreven handschrift. Het boek handelt over de oergeschiedenis van de Friezen.

Op het horizontale kruis zijn de vier seizoenen afgebeeld en op de bol zijn vier maal 90 (=360) stipjes aangebracht, die de dagen van een jaar voorstellen. De bol zelf is het nieuwe jaar. De bol en de wisselingen van de seizoenen staan samen voor vijf dagen. Opgeteld zijn dat dus 365 dagen. De drie grote poten drukken de drie fasen in het leven uit.

Bij een beeld als De Godin is  het belangrijk iets meer te weten over wat het verbeeldt. De stippen die de dagen voorstellen, zijn vanaf de grond nauwelijks te zien. Wanneer het beeld bekeken wordt zonder die informatie mist de toeschouwer de verborgen ideeën. Maar het is ook heel goed mogelijk zonder deze informatie het beeld te bekijken.

Het beeld heeft eerst in het winkelcentrum in Drachten gestaan, maar moest daar weg. De voormalige kloostertuin ademt echter een andere sfeer, die beter bij een dergelijk beeld past.

Met dank aan, Ingrid Overstegen.

Afdeling Communicatie, gemeente Smallingerland.


Zie ook voor foto's: www.dragten.nl