Home » Historie-Friesland » Dorpen in Friesland » Drachten » De Zwarte jaren: 1940-1945

De Zwarte jaren: 1940-1945

Nadat in de vroege ochtenduren van Vrijdag 10 mei 1940 honderden vliegtuigen in het nachtelijk duister Drachten van oost naar west passeerden, was het duidelijk dat de oorlog was begonnen. Pas enkele uren later bevestigde de radio de inval van de Duitsers. De daarop volgende dag arriveerden Duitse troepen, komend uit de richting Ureterp. Het waren overwegend militairen met paard en wagen. De lange colonne op doortocht hield rust op de Noordkade. Er hadden geen gevechten plaats gevonden en er werd niet geschoten.

Tijdens de oorlog zelf heeft Drachten weinig van oorlogshandelingen geleden. Aan gebouwen is vrijwel geen schade aangericht. Ook waren er geen bombardementen. Wel werd enkelen keren door geallieerde vliegtuigen geschoten op rijdende trams en op het tramstation. Niet lang nadat de Duitsers ons land hadden bezet waren er al tekenen van verzet.

Drachten station N.T.M.

De eerste die in Drachten dat probeerde te organiseren waren Gauke Boelens en Eise Bos, beide oud wethouders respectievelijk van de vrijzinnige - Democraten en van de SDAP. Of daaruit moet worden afgeleid dat de politieke partijen de stoot tot het verzet hebben gegeven is moeilijk te zeggen, maar later blijkt dat mensen met verschillende politieke achtergrond en van verschillende levensovertuiging gezamenlijk verzet voerden met slechts één doel: verzet tegen de vijand vechten voor de vrijheid.

De poging van Boelens en Bos hadden niet het gewenste resultaat, maar naarmate de tijd verstreek namen anderen de leiding over en ontstond een betere organisatie door samenwerking van diverse verzetsgroepen, waartoe behoorden de O.D de K.P en het L.O.

Gauke Boelens.

Een gunstige omstandigheid was, dat het verzet tot aan het einde van de oorlog door dezelfde personen werd geleid. Daardoor kon het in Drachten uitgroeien tot een verzetshaard voor heel oostelijk Friesland. De initiatiefnemers voor dit samenwerkende verzet waren de veearts D. Rijpkema, de inspecteur der rijksbelastingen L. Bosch en boekhouder P. Wijbenga.

Veel mensen moesten om verschillende redenen onderduiken. Zij hadden in vele gevallen financiële steun nodig, waartoe door het verzet een beroep werd gedaan op vertrouwde burgers, maar ook inspecteur Bosch zorgde voor een financiële bijdrage van de belastingdienst. In dat werk had Bosch zelfs een landelijk een leidinggevende positie. Onderduikers hadden bonkaarten nodig en daartoe werden door de K.P. overvallen op distributiekantoren op touw gezet. Ook werd gezorgd voor stamkaarten, identiteitsbewijzen en andere documenten.

160-8.jpg

Pieter Wijbenga als 'Geale' een belangrijk man in het verzet. Na de oorlog schreef Pieter Wijbenga, een van de hoofdleiders van het Friese verzet, eerst in Drachten, later in Leeuwarden, na de bevrijding chef-redactie Friesch Dagblad, 'de krant van Hendrik Algra', het boek “Bezettingstijd in Friesland”.

 

Veel onderduikers werden te werk gesteld op het Belastingkantoor waar illegaal werk werd verricht. Er kwamen zelfs zoveel mensen, dat de personeelsbezetting in de loop ter tijd werd verdubbeld. Helaas heeft dit geleid tot verraad. Door één van de op de inspectie werkende onderduikers werd een Leeuwarder meisje in vertrouwen genomen. Dit is misgegaan.

Door verraad werd de inspectie door leden van de Sicherheits Dienst uit Groningen en het hoofd van de landwacht uit Leeuwarden op 26 mei 1944 overvallen. Inspecteur Bosch was niet aanwezig; hij kwam sedert einde 1943 nog nauwelijks op kantoor. Zes mensen zijn gearresteerd en een der onderduikers, de ambtenaar J.J. Erich (afkomstig van Dokkum) werd ter plaatse doodgeschoten.

De gearresteerden zijn over gebracht naar Scholtenshuis in Groningen, waar de zetel van de S.D. was. Vandaar zijn ze vervoerd naar kamp Amersfoort, waar één van hen ziek werd en daarom werd vrijgelaten. Later zijn de anderen doorgezonden naar het kamp Buchenwald in Duitsland, waar drie van hen de dood vonden G.J Blauw, J.M Boleij, en J.B Tichelaar.

Feestelijke groepsfoto van NBS-ers, koeriersters en anderen, die nauw bij het illegale verzet in en rond Drachten betrokken waren geweest. Bovenaan rechts, in militair uniform, de MG-kapitein en belastinginspecteur, L. Bosch.

J.M. Boley, geboren in 1914, overleden op 22 april 1945 te Buchenwald, laatste woonplaats Drachten.

Het Scholtenshuis staat symbool voor de Duitse terreur in Groningen in de Tweede Wereldoorlog.

Een ander verzetscentrum vormde een boerderij in Drachstercompagnie, later bekend als 'Terroristenhoeve'. Daar werden o.a. bemanningen van geallieerde neergeschoten vliegtuigen tijdelijk in veiligheid gebracht in afwachting van vervoer naar elders. In dit verband moet ook worden genoemd de naam van R.C. Vermeulen, die een belangrijk aandeel had in de vluchtroute naar Engeland.

In de laatste oorlogsjaren diende de 'Terroristenhoeve' ook als opslagplaats van wapens en herbergde behalve onderduikers ook een groot aantal leden van de K.P. Bemanningsleden van neergeschoten vliegtuigen werden tijdens het vervoer dikwijls begeleid door koeriersters.

Ook later als schrijfster bekend geworden Tiny Mulder, toen met haar ouders wonende aan het Moleneind N.Z., speelde daarin een belangrijke rol. Als onderdak diende niet alleen de 'Terroristenhoeve', maar ook een boerderij aan de Legauke te Opeinde, waar de Duitsers later een waar bloedbad hebben aangericht.

Tijdens de oorlog kwamen er 's avonds dikwijls geallieerde bommenwerpers overvliegen, richting Duitsland. Vele Drachtsters namen dan een kijkje op de Dwarsvaart. Na verloop van tijd kon men aan de hand van zoeklichten en afweergeschut vrij nauwkeurig bepalen waar de vliegtuigen zich boven Duitsland bevonden en of er bommen boven Bremen dan wel op Hamburg werden gegooid.

Drachten kende slechts enkele Joodse families. De familie Turksma en Zilverberg zijn allen opgehaald en naar kamp Westerbork gebracht. Vandaar werden ze in goederen treinen naar het concentratiekamp Auschwitz vervoerd, waar sommige van hen einde 1942 de dood vonden. De anderen zijn begin 1943 naar kamp Sobibor (beide kampen waren in Polen) gebracht.

Aan hun leven kwam spoedig daarna een einde. Alleen Jacob Zilverberg, die was gehuwd en Drachten had verlaten, was vroegtijdig onder gedoken. Hij redde daar mee zijn leven. De andere Joodse familie in Drachten - de Israëls - werd pas later naar een concentratiekamp gebracht. Zij hebben de oorlog kunnen overleven en keerde nadien in Drachten terug.

• W. Terpstra-Vermeulen, vertelt: Ik heb een foutje gevonden in het gedeelte "de zwarte jaren 1940-1945.De Joodse familie Zilverberg die in Drachten woonde bestond uit moeder Hinderika en haar 2 dochters Anna en Saartje. Haar zoon Jacob woonde in Amsterdam en is daar opgepakt met zijn vrouw en via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd waar zijn vrouw is vermoord, Jacob heeft het kamp overleefd. Zij hadden een dochtertje Hinderika, zij heeft vanaf 1943 bij de fam Vermeulen in Drachten, en in Kollummmerzwaag ondergedoken gezeten. Zij heeft de oorlog ook overleeft.

Joodse 'Lehrerin'

Wij zouden aan het slot... nog even een berichtje uit de Meldungen aus den Niederlanden willen plaatsen, betrekking hebbend op Drachten.

Daar hadden na het ontslag ener Joodse 'Lehrerin' acht harer 'Arische' collega's, allen aangesloten bij de Nederlandse Unie, hun volle naam gezet onder een advertentie, waarin aangekondigd werd, dat de ontslagene naailessen zou geven; de dominee had zich in de kerk 'dieser Propaganda angeschlossen'.Het gevolg is, aldus de Meldungen, dat een groot deel der bevolking de kinderen voor deze naailessen had opgegeven en dat de Joodse lerares voor een lange tijd 'mit Nähauftragen zugedeckt ist'.

Dr. J. Presser, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandsche Jodendom 1940-1945.
Eerste deel, 's Gravenhage, 1965,
p.45-46
.

Tijdens de melkstaking van april 1943 was het in Drachten nogal rumoerig. Er was veel volk op de been. Dat leidde er toe, dat er Duitse soldaten verschenen om de mensen uit elkaar te jagen, waarbij ook werd geschoten. Helaas is daarbij één der inwoners gedood.

In de oorlogsjaren hebben in Drachten ook enkele groepjes Duitsers gezeteld. Zo was er de Grüne Polizei in het minderbroederklooster. Andere eenheden waren in het gebouw Pro Rege aan de Torenstraat (uitkijktoren voor vliegtuigen) en in de openbare Mulo-school. De landwacht verbleef in de bovenzaal van de Coöp. Excelsior aan de Torenstraat. Meer dan eens hielden Duitsers een razzia op onderduikers of andere door hen gezochte personen.

Als in april een Canadese tankdivisie richting Friesland komt, verlaten de Duitsers Drachten hals over kop. Teneinde te verkomen dat ze op het laatste moment nog vernielingen aanrichten, nemen leden van de N.B.S. bij de bruggen strategische posities in. Zondagmorgen op 15 april waren er al geen Duitsers meer te zien, maar de mogelijkheid bestond, dat er nog verdwaalde groepjes door Drachten zouden komen.

Teneinde op alles voorbereid te zijn en om eventuele represailles van de Duitsers te voorkomen werd de bevolking door de Commandant van de N.B.S. via een extra editie van het tot dan ondergronds verschenen blaadje " De Nationale Eenheid '''van de gebroeders H. en J. Zwart op het hart gedrukt nog geen vlaggen uit te steken, zich te onthouden van uiterlijk feestbetoon en binnenshuis te blijven.

Maar als daarna de eerste Canadese tanks uit de richting Ureterp Drachten binnen rijden, kan het feest los barsten en gaan de vlaggen uit. Drachten is bevrijd. Terstond word door het militair gezag de veearts en de verzetstrijder D. Rijpkema. als waarnemend burgermeester benoemd. Tijdens de daarop volgende dagen worden de N.S.B.-ers en anderen verraders van huis gehaald en in afwachting van berechting opgesloten op de zolder van de R.H.B.S.

Wanneer op 5de mei 1945 de Duitsers zich aan de geallieerden overgeven, trekken de daarop volgende weken Duitse krijgsgevangenen te voet in lange colonnes door Drachten, bewaakt door geallieerde militairen. Ze verlaten Drachten langs dezelfde weg waarlangs ze in 1940 waren gekomen, n.l. langs de kaden richting Ureterp

Nooit vergeten. . .

Op aanraden en met hulp van wijlen Roelof Vermeulen besloot ik onder te duiken, een in die fase van de bezettingsjaren (september 1942)zeer ongewisse onderneming.

Niemand, ook mijn ouders niet, mocht daar iets van weten, maar de avond voor ik ging besloot ik de Turksma's gedag te zeggen. Vader Mozes was al via Westerbork naar het Oosten gedeporteerd. Doortje kende ik van dansschool Vergonet, geloof ik.

Nooit zal ik dat afscheidsbezoek vergeten. De straatverlichting mocht al niet meer branden, de huizen waren allemaal verduisterd en in het donker beIde ik op de Stationsweg bij huize Turksma aan. Geen reactie. Langer bellen. Geen reactie. Weer bellen. Toen, na een poosje, ging het kleine raampje in de voordeur op een kiertje open en zag ik het bleke gezicht van moeder Betje. Toen ik binnen was bleek hoe Doortje en haar moeder waren geschrokken. Want wie belde er na achten nog bij hen aan...? Ik vertelde de reden van mijn komst en opperde dat het voor hen misschien ook wel verstandig zou zijn om...

Maar mevrouw Turksma onderbrak mij en zei dat ze andere mensen niet in  gevaar wilde brengen, dat het wel wat mee zou vallen, dat ze van haar man bericht had gekregen dat hij vanuit Westerbork naar het Oosten gestuurd zou worden om daar te werken... en als ze goed zouden werken ook wel goed behandeld zouden worden: 'Dat leauwe jo dochs ek wol, Roel?' Ik wenste hun het beste en zij deden het  mij. Vlak voordat ik wegging haalde mevrouw Turksma nog een zakje met een vijftal gevulde koeken uit de kast en gaf die mij mee; voor onderweg.

De geschiedenis is verder bekend. Na de oorlog wist ik dat de Turksma's Drachten nooit terug zouden zien..

Roel Oostra in 'Pluskrant voor
Smallingerland', 1989.

Uit Drachten, "Van toen naar nu"

Dam, R. Faber, R. Oostra, P. van Schaik, J.J. Spahr van der Hoek, R. van der Velde en H. Zwart

www.friesepersboekerij.nl

B. Lijklema geboren in 1916, overleden op 16 april 1945 te Birdaard, laatste woonplaats Drachten.

Johannes Joseph Erich (Ambtenaar P.T.T) geboren op 10 september 1914 te Dokkum, overleden op 26-05-1944 te Drachten.

Drachten 1945 na 15 april: Sabotagegroep van de NBS (Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) in district II met o.a. v.l.n.r. Geert Halbe van der Velde uit Rottevalle, linker man met helm Jan Pietersma uit Drachten, schuin achter hem Steffen Procee ("Klaas") uit Garijp, rechts naast man in leren jas, Jan Tjeerdsma uit Garijp, tussen twee vrouwen staand, Lou de Graaf ("Lodewijk"), rechts schuin achter hem op de auto zittend, Teije van der Laan ("Jopie") uit Garijp en naast Lou de Graaf op het spatbord zittend, Visser, schoolhoofd uit Rottevalle.

In april 2001 werd in het Van Haersmapark te Drachten een monument onthuld ter nagedachtenis aan de 14 joodse inwoners van Drachten en Smallingerland die in de Tweede Wereldoorlog omkwamen. (zie onderstaande twee foto's)