Home » Historie-Friesland » Blokhuispoort ’45: Dagboek H de Haan » Blokhuispoort 1945: Dagboek van H. de Haan (2)

Blokhuispoort 1945: Dagboek van H. de Haan 2

Dinsdag 9 januari 1945

Vanmorgen moest ik even op de administratie komen.
‘Is u Hielke de Jong?’
‘Nee meneer, Hielke de Haan.’
‘O ja. In welk jaar is u geboren?’ vroeg de man in Duits uniform.
‘In 1907.’
‘Hoe komt het dan dat in het bevolkingsregister staat 1911?’
‘Omdat het P.B. veranderd is.’
‘Goed. Waar is uw fiets?’
‘Die heb ik eerst in een pakhuis gezet en hij staat nu thuis.’
‘Goed – u kunt gaan.’
Daarmee was dit afgelopen. Een zonde meer in het register.

We kregen het middageten erg laat en toen slechts de helft van de normale hoeveelheid soep. Als toegift kregen we daarom ieder een half ‘kuchje’.

Vanmiddag heb ik van onze cel een plattegrond getekend: “Cel 11 bij nacht” en een van “Cel 11 tijdens de soep” – voor mijn maten. Ik heb toen de cel opgemeten. Lengte ± 4 m. Breedte 2,5 m. Hoogte zowat 3 m. Inhoud dus 4 x 2½ x 3 m³ = 30 m³ - voor 5 man. Dus elk ongeveer 6 m³.

Cel 11 - Plattegrond.

HVB-CEL11

Wij zij vandaag 3 x in de luchtcel geweest. De oude Paulusma uit cel 12 was in zijn gezicht geslagen.

Toen het licht uit moest hebben we de bewaarder misleid. We draaiden snel de lamp los. Toen hij kwam keek hij even door het kijkglas. Hij riep: ‘Lamp op!’maar werd tegelijkertijd zelf geroepen.
Toen vergat hij ons knopje om te draaien en hadden we de hele nacht licht. Mijn Amsterdamse maat lag een klein uur te lezen in mijn Nieuwe Testament. Daarin had hij vandaag al meer zitten te lezen. Moge God dit lezen zegenen en mij tot een zegen laten zijn in deze cel.

Woensdag 10 januari 1945

Gister kregen we nieuwe boeken. Ik had een Franse roman met een woordenboek aangevraagd en dat heb ik ook gekregen. Nu heb ik weer iets anders te doen.

Na het eten heb ik v.d. Werd de tekst laten lezen: “Vrees niet voor hen die het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden.” – uit Mattheus 10:28.

Die jongen zit steeds te lezen in mijn Nieuwe Testament. En hij denkt er diep over na. Het leven van H.J. Volkers, werkt hier na. Wie weet waarvoor God ons hier wil gebruiken. Vanavond op bed hebben we wel een uur over het geloof liggen te praten. Hij zit met allerhande vragen, vooral ook omdat zijn vader Katholiek is en zijn moeder Protestant.

Wij zijn 3x gelucht. Vanmorgen 2x – vanmiddag 1x. Toen we vanmorgen uit de luchtcel kwamen heeft een Duitser de naam van v.d. Werd, opgeschreven toen hij hoorde dat die hier al haast 10 weken zat. Dus die kan zijn rekening opmaken.

Die Pieter toch! Met moeite ontfutselde ik hem vanmorgen in de luchtcel dat hij ook Gereformeerd is. Zijn vader wilde niets weten van de kerk. Zijn moeder wel. De stiekemerd – hij zegt geen woord als wij het er niet uittrekken. Alleen zondagavond, toen we op bed lagen met het licht aan. Toen raakte hij aan de praat over spookverhalen uit Harkema. En over vechtpartijen daar. Toen had hij wel stof.

Van thuis kreeg ik een pakje met eten en een briefje. Erg welkom! Ik heb een kuiltje gemaakt in de strozak op de plaats van mijn achterste. Zo heb ik veel beter gelegen en geslapen zonder rugpijn.
Wij kregen ’s avonds aardappelen met spruitjes. Het smaakte goed. Vooral toen er een stukje vlees van een konijn doorheen kwam, uit een pakje.

Dat werd nog eens opschudding in onze cel! ’s Avonds om zeven uur kwam een bewaker: ‘Rutger Oostra – Klaarmaken – U mag naar huis – Uw vrouw staat voor te wachten.’
Wat was die man zenuwachtig. Wij pakten snel zijn spullen in en als buit voor ons liet hij achter: 18 stukken brood met boter en rookvlees, de helft van een pakje boter en een stuk ‘strou’. Dat kreeg Pieter. Wat hebben we gelachen en we hebben het snel doorgeseind naar cel 10 en 12.

Woensdagmiddag.

Het licht – elektrisch- gaat hier ’s morgens aan om half acht. ’s Avonds gaat het aan als het donker wordt, weer uit om 8 uur. Gisteravond hebben we de bewaarder te pakken gehad en hebben we de hele nacht het licht aan gehad – ha-ha! Wat een pret!

Ik groei hier, geloof ik – want ik kan alles rustig doen – eten, scheren enzovoort. Mijn conditie is goed.

Zijn er al Amsterdammers?

Zeg tegen Ibedach, dat ik nog niets had en er ook niets komt als jij er geen bericht van krijgt.

Stuur vrijdag of zaterdag een verschoning in een koffer met goede riemen er omheen. Dan houd ik als het kan die koffer hier en doe de vuile was in een stuk papier. Touw papier en zakken wil Hielke niet kwijt. Die kunnen we hier veel te goed gebruiken. Dan moet mijn vader bij winkel-lui maar wat opscharrelen. Dat willen die in dit geval vast wel afstaan.

De groeten aan Rein.

Het Nieuwe Testament wordt druk gebruikt door de Amsterdammer. Zeg dat maar tegen Volkers.

De groeten aan alle kennissen. Zeg maar dat ze zich over mij geen zorgen moeten maken maar wel voor mij moeten bidden, want het is beter thuis te zijn! Toch ben ik nog niet één keer treurig geweest en hoop het ook niet te worden. Ik ben blij met het Testament. “En weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam kunnen doden, maar de ziel niet kunnen doden.”
Daaromheen heb ik een hokje gezet. En ik hoop voor mensen, schepsels, nooit bang te zijn.

De groeten aan ds. Hofman.
Is de kist voor Koos al gevuld? Wat doen de anderen?

Dag Tineke – dag Geertje – dag Anneke – dag Yfke – dag kleine jongen! Heit – Mem – Tine!

Ik heb het hier zo druk dat ik mijn werk niet eens af krijg. Dagboek schrijven – Frans boek lezen – enz. Dat wordt me wat!

Donderdag 11 januari 1945

Het was druk op de gang gisteravond – er is weer een groepje binnengebracht – In 12 ook 2 en in 10 één.
Ik slaap nu als oudste op de krib en niet meer op de grond.
We hadden de hele nacht weer licht.

Toen we vanmorgen in de luchtkooi waren zagen wij daar boven voor het raam van de vrouwenzaal twee meisjes. Zij zwaaiden naar ons met de hand. Wij wuifden terug.
Toen kwam er een wat hoger met het hoofd en riep zodat het klonk over de luchtkooien: ‘Hou je taai hoor; na deze tijd komt weer een andere tijd.’
Dappere meisjes! Wij zwaaiden nog eens en moesten weer naar binnen.

Van de Werd, heeft het Nieuwe Testament al half gelezen.
In onze drinkkoppen heb ik de volgende inscriptie gekrast: ‘Deze nap heeft mij trouw gediend van …. tot ….’ en dan de naam van er onder.

We hebben vandaag allemaal zitten rijmen. Ik heb gemaakt het ‘Loflied op cel 11’ en dit lied (10 verzen) zelf op muziek gezet – voor het eerst in mijn leven.

‘Loflied op cel 11’ De tekst staat aan het eind van de pagina te lezen.

Pieter had het niet gemakkelijk vandaag. Hij had hoofdpijn en wilde ’s avonds graag op de strozak. Ik heb hem een aspirientje aangepraat en we hebben hem lekker warm ingestopt. Dus hij ligt wel lekker. We zijn het erover eens: die kwajongen moet er uit – het wordt hoog tijd.

Donderdagmorgen 11 januari 1945

Foar de famkes.

Dag famkes. Nou hebben de Duitsers Heit toch nog gepakt he. Wat spijtig niet. Maar niet huilen hoor. Jullie moeten wel voor Heit bidden.
Dag Tineke. Mem goed helpen hoor. En goed je best doen op school.
Dag Geertje – leaf famke! Ook goed je best doen hoor. Is de juf al weer beter? Je moet de groeten van Heit maar doen aan juf.
Dag leave Anneke - Heit z’n lieverd. Lief spelen hoor!
Dag Yfke – Heit z’n leaf lyts ……….. een kus van Heit.
Dag famkes!

Gebed.

Heer, Almachtige God, Uw wegen zijn wonderlijk. Maar goed. Waarom moet ik hier nu zitten? U hebt Uw wijze bedoeling er mee. Ik heb zo vaak gebeden: Heer, gebruik mij maar tot uw eer. Laat mij dat nu ook doen. En geef dat ik hier niet mijn eigen zin doe maar uw wil. Moet ik hier zijn voor van de Werd? Heer, zegen hem als hij in het Nieuwe Testament zit te lezen. En wanneer wij spreken over het geloof. Geef Pieter z’n vrijheid terug, die ongelukkige. En breng ook Douwe tot geloof. Geef dat ik met Vrijmoedigheid mijn geloof mag belijden. Geef dat ik geen mensen vrees. Beschik over mijn leven en krachten Heer. Wees een vader voor mijn kinderen, wees de sterkte en de trooster van Tine, wees de rust van ons leven. Sterk ieder die mij lief zijn. Sterk allen die het moeilijk hebben.
Hoor mijn bidden om Christus wil. – Amen. –

Vrijdag 12 januari 1945

Een kalme dag in ons leven hier. Na het eerste luchten kwam Herr Grundmann langs de cellen. Ook bij ons. De celdeur vliegt open. De oude brigadier roept: ‘Opstaan mannen!’ Wij komen overeind. We kregen van Herr Grundmann. allemaal de vraag: ‘Is u al verhoord?’
Op ons ja of nee werd onze naam op een lijst opgezocht en voorzien van een tekentje erachter. Wat kon dat betekenen? Opnieuw voor verhoor – of op transport?

Ik zou voor Pieter opkomen – dat had ik al lang bedacht – en vroeg tussen de bedrijven door: ‘Mag ik u een beleefde vraag stellen?’ Maar een kort: ‘Nein.’ – moest mij weer doen beseffen dat ik een overtreder was die niets heeft in te brengen.

Vandaag zit ik een week. En het viel mij niet zwaar. Tine was aan de poort voor het wasgoed en om een koffer te brengen. Hè, dan ben je even zo dicht bij elkaar en dan raakt het je even elkaar niet te kunnen spreken en zien. Een koffer vol goeie spullen heb ik gekregen. Nu daar maar goed op passen.

Om een uur of zes kregen wij een nieuwe kameraad in de cel. Auke Tool van Oude Bildtzijl. We hebben hem als kameraad binnengehaald en al gauw voelde hij zich thuis. Hij is Vrij Evangelisch en schaamt zich het Evangelie van Christus niet.

Zaterdag 13 januari 1945

Wat was het middageten laat vandaag. Het was bijna 3 uur toen wij de ‘soep’ kregen. Wat smaakte dat toen lekker. Vanmorgen hadden wij al in de gaten dat van de Werd, op transport moest – zijn tas lag bij een stapel koffers, pakken, sokken enz. op de gang.

Om een uur of 4 was het: ‘Van de Werd – klaarmaken voor transport.’ Wij hard aan het inpakken en helpen. Toen kwam de celdeur weer open: ‘Pieter Stienstra, - klaarmaken voor transport.’ Die stumper. Hij huilde bijna. Ik stopte hem snel een appel – wat eten en een stuk boter in zijn zak.
Even later kwam de deur nog eens open: ‘Auke Tool – op transport.’ Het was alsof de man door de grond ging. Hij zat hier nog maar een nacht en rekende op een vrijstelling. Vijf minuten later waren ze alle driede deur uit met onze groeten en beste wensen.

Daar zaten we nu samen. Douwe Bangma, uit Bolsward en ik. Wij waren er even stil van. En op de gang stonden zo’n 100 mannen uit alle oorden van ons land om te worden weggebracht.
Een klein uur later moesten wij opbreken – verhuizen naar cel 12. Dat was snel klaar. In cel 12 zaten 3 man, Paulusma uit Boornbergum – gereformeerd, Rinzema uit Leeuwarden, voorheen uit Huizum – ook gereformeerd, en van der Steenstraeten uit Arnhem – een jonge vent van 21 jaar – Rooms – Vrijwilliger bij de A.D. Nu evacué. Met de nodige reserve voelden wij ons in deze cel meteen thuis.

Zondag 14 januari 1945

De eerste dag die mij lang viel. Maar één keer er uit om te luchten, het middageten op tijd, (om ongeveer 12 uur), zodat het een lange middag werd. Het is nu bijna 6 uur.

Het avondeten (rats van boerekool) is al achter de knopen. Nu zitten we nog even bij het lampje, maken straks de bedden op en gaan dan liggen. Iets bijzonders is er niet gebeurd. Wij hebben genoeg te eten. We hebben zelfs 4 kuchjes weggegeven aan cel 11 en 13. Hoe bestaat het, 4 kuchjes, 4 rantsoenen voor een hele dag.

We kunnen telefoneren met de cellen aan beide kanten en ook met zaal 2 hierboven. Dan tikken wij even op de muur, gooien de luchtklep open terwijl onze maten hetzelfde doen.  Dan kunnen we prima met elkaar praten. Zo gaven wij door dat wij kuchjes over hadden. Zij vroegen de bewaarder en zo verdween onze kuch.

Maar de dag is alweer voorbij. En ik houd mij rustig hoewel het verlangen naar thuis wel eens opkomt, hoe kan het ook anders. Maar ik weet: God zorgt ook voor Tine en de kinderen, voor mijn vader en  moeder. En Hij kan een onbegrijpelijke vrede in het hart geven die alle verstand te boven gaat.

Geef ons die vrede Heer.

▪▪▪ Maandagmorgen 15 januari 1945 komt Hielke de Haan uit  het Huis van Bewaring - Blokhuispoort - plotseling vrij.▪▪▪

Familie De Haan - 1946

Loflied op Cel 11. Woorden en muziek van H. van Huizum.

1. Daar is geen cel in ’t hele huis
Waar ’t zo gezellig is.
En ‘k wed dat als ‘k weer werken moet
Ik deze cel zo mis.
Daar is geen cel in ’t hele huis
Waar zulk een vriendschap leeft.
Waar ieder op zijn naaste past
Zich hem in liefde geeft.

2. In nummer ellef is ’t niet gek
Je gaat er vast niet dood.
Je eet er roggebrood met spek
En soms ook wittebrood.
Je krijgt er rats met vet konijn
En fijn gebakken koek.
Je buikje zwelt van kuch en soep
De haak springt van je broek.

3. Je slaapt hier met het lampje op
Al zit de stad in ’t zwart.
Je maft hier lekker lang en warm
Al vriest het nog zo hard.
Je rookt hier fijn een North-State op
Je poetst je tanden wit.
Je scheert je fijn met ouwe zeep
Je voelt je lekker fit.

4. Je groeit hier als Savoye kool
Je pakkie wordt te klein.
Wie smult er in de hele stad
Als in cel elf zo fijn?
En als er soms een pakkie komt
Van ouders of van vrouw,
Dan eten we het samen op
In fijne vriendentrouw.

5. En als je in de luchtcel zit
Dan wuif je met je pet.
Naar meisjes in de vrouwenzaal
En brult het uit van pret.
Waar zag je ooit zo’n stel bijeen
Als in cel 11 vergaard?
Die jongens zijn toch een voor een
Een nadreteek’ning waard.

6. Daar heb je eerst die van de Werd
Een vent uit Amsterdam.
Die, toen ik op een avond laat
Hier in de baaies kwam,
Mij toch zo leuk ontvangen heeft
Zodat ik daad’lijk wist:
Die van de Werd van Amsterdam
Is onze optimist.

7. De tweede trouwe celgenoot
Heet Douwe Bangma, zeg!
Hij heeft een maand hier al gebromd
En komt “ut Bolset weg”.
Het is een leuke jonge kwast
Hij zingt de ganse dag.
’t Staat vast dat ik, zolang ik leef,
Nooit zulk een zanger zag.

8. Daar heb je Piet van Harkema
Geen beter vent als hij.
Wij gaan voorzeker op transport
Maar hij komt vast weer vrij.
En als wij bijna maffen gaan
Als ieder denkt aan thuis,
Dan komt de tong van Pieter los
Dan is ’t nog lang niet pluis.

9. Een spookverhaal uit Harkema
Neemt mij gans in beslag,
Zodat ik angstig rond mij kijk
Verdwenen is mijn lach.
Tenslotte kwam nog H. de Haan
Als laatste in de cel.
Uit Huizum komt die vrind vandaan
Is ’t niet een reuze stel?

10. Daar is geen cel in ’t hele huis
Zo prettig als cel elf.
Ik heb het beter hier dan thuis:
Dat ’s vast, al zeg ik ’t zelf.
Ik ga er uit mijzelf nooit uit,
Hoe ook de wereld ga.
Lang leve ’t stel uit d’elfde cel:
Hiep, jonges, hiep-hoera!


Jenne vertelt: "Snel na de oorlog werd mijn vader hoofd in Joure. Meester Willem van der Bij was daar ‘Hoofd der School’. Maar hij overleefde de oorlog niet. Wij kwamen in het huis van de familie van der Bij. Zij verhuisden naar het (kleine) huis dat wij verlieten in Huizum; een (toen noodzakelijke) woningruil dus"

Voorkant en achterkant briefje Camping (zie opm. over verzet)

Foto 1948 – viering van de overleving/overwinning voor het huis in Joure (Kroningsjaar 1948), v.r.n.l - Tineke, Geertje, Anneke, Yfke, Jenne.

H. de Haan - 1984