Bevrijding gevangenis Leeuwarden

Vriend Kramer,

Over onze verrichtingen inzake het HvB. het volgende: Ingevolge uw opdracht heb ik mij, met 14 man, om 17.45 uur opgesteld naast het HvB. en heb daar gewacht op het teken van Wim om binnen te komen. Op dat teken zijn wij onmiddellijk naar binnen gegaan en hebben ons opgesteld tussen de tweede en de derde deur, tot alles gereed was, de cellengang binnen te gaan.

Toen de derde deur door één der bewakers was geopend, hebben Maarten en ik ons onmiddellijk naar de ons toegewezen 1e etage begeven en hebben daar twee bewakers gedwongen ons behulpzaam te zijn bij het openen der cellen. Eén dezer bewakers trachtte te vluchten naar de begane grond, doch wij hebben hem met het pistool in de hand overtuigd zijn plicht te doen.

Hierop hebben Maarten en ik elk eén dezer bewakers meegenomen naar de ons aangewezen afdeling. Maarten heeft op de linker-helft van de 1e etage vier gevangenen bevrijd, en ik op de rechter-helft van die afdeling zeven gevangenen.
 

De bevrijden zijn door ons naar beneden gebracht en de bewakers hebben zich in mijn opdracht opgesteld bij hun collega's op de gang. Hierna zijn wij beiden nog enige keren met een bewaker op de 1e etage geweest, om kleding van de gevangenen op te halen.

Toen het gerucht van de S.D. bekend werd, zijn wij beiden naar voren gegaan en hebben meegeholpen de twee edel-germanen onschadelijk te maken.

Ik hoop, dat deze gegevens uitvoerig genoeg zijn voor uw rapport.

Met hart. groeten,
GERARD.
14 December 1944.

Het ogenblik van handelen was voor mij aangebroken op het tijdstip, nadat wij waren binnengelaten en in de gang stonden opgesteld. Op orders van Kramer snelden Chris en ik naar de linkervleugel en sommeerden het daar aanwezige personeel zich aan onze bevelen te onderwerpen.

Daarna kreeg ik op order van Kramer een bewaarder mee, om aan mijn schriftelijke opdracht te voldoen. De opdracht, die U bekend is, werd vlot uitgevoerd met behulp van de jonge bewaarder, die zeer terwille was. Ook is er peper gestrooid in de cel van R. Schootstra.

Nadien heb ik Wim en Chris geassisteerd bij het binnenkomen van den onder-directeur en naderhand nog, toen de 2 gevangenen uit de strafgevangenis onder geleide van 2 of 3 bewaarders binnen kwamen.

Op de terugtocht heb ik op de 2 bruggen, waar wij over gingen en soms over de breedte van de rijweg tot aan Taco z'n huis, waar ik de S.D. uniform afleverde, die ik op orders van Kramer meenam, voldoende peper gestrooid, om een kennel honden aan 't niezen te maken. Nadien lopende naar mijn basis teruggekeerd.

HANS.
12 December 1944.

Op 8 December 1944 omstreeks 17.45 uur begaf ik, Chris, mij met 6 man op het terrein van het HvB. Wij klommen over het hek, dat het plantsoentje afsloot van de oprit. In dat plantsoentje stelden wij ons verdekt op.

Na enige ogenblikken voegden zich nog 7 man bij ons. Hierna ging een groep onder leiding van Kramer in het HvB. Deze ploeg bezette de toegang en het bureau, waarna zij ons het sein gaven om naar binnen te gaan.

Wij stelden ons op in de gang, waarna ieder de hem opgedragen taak aanving. Ik, Chris, begaf mij, bewapend met een Mepi en een Walther, snel naar een deur in de vleugel, welke toegang gaf tot de Strafgevangenis. Hier vatte ik post, waarna een bewaker met de sleutels onder mijn toezicht geplaatst werd.

Na enige tijd werd er van buiten af een sleutel in het slot gedaan en de deur geopend. Intussen hadden Wim en Hans zich bij mij gevoegd en wij overrompelden den binnentredende, zijnde den Adj.-Dir.

Nadat deze ontwapend was werd hij door Wim weggevoerd. Hans bleef bij mij, want wij verwachtten nog enige bewaarders met enkele gevangenen. Deze kwamen na enige tijd en belden aan. Door den bewaker, welke nog onder mijn controle stond, werd opengedaan en de binnentredende bewakers werden door ons Chris en Hans, overrompeld en door Hans weggevoerd.

De gevangenen voegden zich bij de andere reeds bevrijde gevangenen. De deur werd verder door mij bewaakt tot dat het sein gegeven werd tot den aftocht. De bewaker, welke nog onder mijn controle was, werd meegenomen en in een der cellen in de gang opgesloten.

Hierna werd het licht uitgedaan en het gebouw door ons groepsgewijze verlaten, waarna ieder zijns weegs ging.

Aldus opgemaakt en ondertekend op 12 December 1944.
De plaatsverv. leider van groep „Gerrit",
CHRIS.

115.jpg

Het administratielokaal, waar het „handen hoog" der arrestanten grote ontsteltenis verwekte.

Aangezien het hier over mijn persoonlijke belevenissen gaat, zal ik beginnen op dat tijdstip, waarop wij handelend begonnen op te treden. Op het „ja" van Kramer drongen wij het aanwezige personeel in de rechterhoek van het bureau, waar zij met de handen omhoog en liet gezicht tegen de muur geplaatst werden.

Vervolgens werd ook de brigadier (of portier) opgehaald en er ook bij geplaatst, waarna wij hen de sleutels afnamen en sorteerden. De schrijver of boekhouder moest zijn plaats aan de telefoon weer innemen en onder bedreiging van Wim en mij werd hem aan 't verstand gebracht, zijn en onze telefoongesprekken door te geven.

Het bureau werd toen aan Jelle en Berend overgelaten, waarna de andere 14 jongens werden binnengelaten. Ik gaf Arie de witte zak, waarop deze zich vol overgave op de registers stortte. De schrijver vertelde mij ook nog welke papieren voor ons van nut waren.

Onze houding was zeer beheerst en werkte ook kalmerend op het personeel, want toen na ongeveer een kwartier de boekhouder opdracht kreeg om de twee uit de strafgevangenis over te laten komen voor een kort verhoor van de S.D., kon hij een heel normaal rustig gesprek per telefoon voeren, terwijl ik hem enige Duitse krachttermen toeriep zich wat te haasten. Deze oproep werd nog twee keer herhaald vanwege het lange uitblijven en werd ook prompt uitgevoerd.

Korten tijd daarop werd gebeld en melden zich twee S.D. mannen, dat zij 3 gevangenen hadden af te geven. De ploeg van Chris stelde zich langs de muur op en onder bedreiging van deze jongens met hun „stens" dreef Wim de beiden in het bureau waar ik hen ontving, en hen sommeerde direct de wapens neer te gooien, welke zij in de hand hielden. Zij waren gewapend met een „sten" en met F.N.pistolen. Thans in ons bezit.

Daarop dreef ik hen in de andere hoek van het bureau, ook met het gezicht naar de muur. Een ogenblik de bewaking aan Berend en Arie overlatend begaf ik mij naar Kramer en vroeg hem of ik hen de uniformen uit mocht laten trekken.

Met zijn toestemming sommeerde ik hen zich direct uit te kleden, welk bevel zij in behoorlijk tempo uitvoerden. Hun persoonlijke bezittingen werden op de tafel gedeponeerd. Toen dit was
geschied, werden zij naar de cel gevoerd en pakten wij de uniformen bij elkaar.

De witte zak, welke Arie vol had weten te krijgen, werd op de gang geplaatst, en heb die niet weer gezien. Onderwijl sprak Kramer de mensen in de gang toe, zich rustig te gedragen en zich met de leiders naar de aangegeven plaatsen te begeven.

Dit is hoogstwaarschijnlijk niet gehoord door het personeel of adjunct, aangezien ik de deur liet sluiten en luid enige opmerkingen maakte tegen Berend. Met het doel hen op een dwaalspoor te brengen vroeg ik Berend of hij de auto's al had gehoord die klaar zouden staan.

Toen werd het ook onze tijd het bureau te verlaten, alvorens dit te doen heb ik het licht uitgedraaid en de hoorn van het toestel genomen, waarna ik met medeneming van de ene uniform plus sten het gebouw verliet. Ongeveer 7 uur ben ik thuis gearriveerd.

Leeuwarden, 12 December 1944
JELLE.

Reeds enigen tijd voordat het plan van de overval vaste vorm had aangenomen, werd mij door de Prov. Cdt. van de K.P. de vraag gesteld, alle gegevens, betrekking hebbende op de telefooninstallatie van de Strafgevangenis en het HvB . te Leeuwarden aan hem te verstrekken.

Ik heb mij toen gewend tot een collega van de P.T.T., welke door de dienst was belast met het onderhoud van deze installatie en dus ook alle daarop betrekkinghebbende gegevens en tekeningen onder zijn berusting had. Deze zijn door mij overgenomen en op de plattegronden van bovengenoemd gebouw, welke in het bezit der K.P. waren, aangebracht. Door mij werd alles mondeling toegelicht en eventuele mogelijkheden van snel buitendienst stellen onder ogen gezien.

Na verloop van tijd kreeg ik de opdracht op Maandag 4 December een bespreking bij te wonen ten huize van den heer Bultsma aan de Voorstreek alhier. Hier werd mij medegedeeld, dat nog deze week tot de overval zou worden overgegaan.

De wijze van werken was toen reeds in grote lijnen vastgesteld, de telefoonlijn naar de gevangenis, zowel als de installatie in het gebouw zouden volledig intact gelaten worden, zelfs zou een gedeelte van de uitvoering van het plan met behulp van de telefoon plaats hebben.

Ik kreeg toen de volgende opdrachten:

1e. Den gehelen middag de telefoonlijn, welke de gevangenis verbindt met het stadsnet, af te luisteren, teneinde eventuele bijzonderheden, welke de uitvoering van de overval zouden kunnen bemoeilijken, te melden.

2e. 17.30 uur dit te melden op nr. 3886 (bakker Van der Veen, Oostergrachtswal) welk nummer door ons clandestien zou worden aangesloten.

3e. Ongeveer 5 minuten na het telefoongesprek, dat vanuit dit pand met het HvB. zou worden gevoerd, van abnormaliteiten verslag uit te brengen.

4e. Na het vertrek van de K.P. - ploeg uit dit pand, mij daarheen te begeven en tijdens de actie in directe verbinding te blijven met de telefooncentrale waar de afluistering plaats vond, teneinde bij eventueel telefonisch alarm, onmiddellijk de man van de waarschuwingsploeg, welke daar gereed stond, te kunnen inlichten.

Het verloop van de actie was stipt nauwkeurig. Ik laat den gehelen middag de lijn afluisteren, doch alles blijft normaal, ook nadat om 15.30 het telefoongesprek met het Politiebureau heeft plaats gehad. Ik meld dit om 17.30 uur op het afgesproken nummer. 17.35 uur vindt het genoemde telefoongesprek met het HvB. plaats. 17.38 uur meld ik dat alles rustig blijft en dat geen navraag vanuit het HvB. heeft plaats gehad.

Dan vertrekt de eerste ploeg. Na enige minuten stel ik mij weer in verbinding met de bakkerij, er is niets bijzonders te melden. Ik verneem dat nu ook de 2e ploeg de deur uitgaat. Snel begeef ik mij per fiets naar dit pand en bel de medewerkende collega op het telefoonkantoor op en blijf met hem in voortdurende verbinding. Alles verloopt rustig.

Om 18.00 uur neemt een andere medewerker op de centrale de bewaking over, terwijl collega Theo, wiens dienst om deze tijd eindigt, zich naar mij begeeft. De klok wijst ongeveer 18.30 uur als enkele K.P.-ers in de bakkerij terugkeren.

Wij vernemen dat binnen de actie prachtig is verlopen, ondanks de moeilijke situatie waarin zij door de aankomst van een paar S.D.-ers hebben verkeerd. Nadat ik heb afgesproken met mijn collega op de centrale dat hij zal blijven luisteren, vertrekken wij snel langs een omweg naar huis.

 

Als ik ongeveer 10 minuten later thuis kom, meldt mijn collega , dat reeds alarm is gemaakt en dat de S.D. is gewaarschuwd. Ik geef dit door aan de Cdt. doch de meeste medewerkers en bevrijden kunnen reeds hun adressen hebben bereikt, zodat niet veel meer kan gebeuren.

Zo is ook weer deze prachtige illegale actie door een goede samenwerking tussen de kerels van de K.P. en ons technici tot een goed einde gebracht.

Leeuwarden, December 1944.
J. BROUWER.

Ons leven kent meer dan welk ander ook zijn perioden van tegenslagen. Wie van ons zou na de oorlog kunnen zeggen, dat hij steeds ongemoeid zijn plicht voor het Vaderland heeft kunnen vervullen. Zeker het gaat soms lang goed. Vroeg of laat slaat de bliksem in de vorm van een arrestatie dicht bij ons in, soms zelfs zo dicht, dat alleen een snelle vlucht ons leven kan redden.
 Wordt iemand van ons gegrepen, dan beleven de anderen weer dagen van hoogspanning. Wat is er gevonden en wat zullen de slachtoffers na erge mishandeling loslaten. Hoever zal het kluwen zich afrollen.

Je voelt als het ware de onzekerheid je de adem afknijpen. In een dergelijke toestand verkeerde de ondergrondsche in Leeuwarden in eind November, begin December 1944. Zeker, in alle omstandigheden behouden wij de moed en de doorzetting. Maar toch, vandaag zit je nog stug naast elkaar te werken en morgen . . . . De dood wenkt ieder uur. Het treft je zeer, maar wat doe je er aan. Veelal sta je er machteloos tegenover.

Het begon weer met een arrestatie, die volkomen onverwachts opkwam. Op een arrestatie volgen altijd meerdere 't is vreemd, maar zodra de hel weer eenmaal los is kun je van te voren nooit zeggen, waar het op uit zal draaien. Grillig zijn de gangen van de bestiering in deze. De hoofdfiguren in dit proces hielden zich echter voorbeeldig, ontkenden alles en lieten niets anders dan enige tactische zetten los.

De moffen natuurlijk meer sadistisch dan ooit. Lange verhoren van 2 maal 24 uur en ernstige mishandelingen volgden. Noodkreten uit het H v B . : „Als ik weer zo'n verhoor mee moet maken, sta ik niet meer voor mezelf in", kwamen tot ons over. Wat moeten wij doen. Wij willen zo graag helpen. De zware muren van het HvB. overstemmen de hulpkreten. Er wordt veel gebeden, doch eveneens veel gedacht.

Het is 4 Dec. 1944. Alles is troosteloos rondom ons. Het weer is miezerig en eentonig. De fijne motregen druppelt gestadig neer. In het vooronder van een boot zitten 6 man bij elkaar. Dikke rookwolken hangen in het vertrek en slingeren in slierten om de lamp. Je voelt dat in het vertrek een zekere ernstige beklemming heerst.

Er komen kaarten voor de dag. Lange gangen en veel cellen komen er op voor. „Ik had gedacht, dat wij het maar eens moesten proberen", zegt Piet. De anderen knikken. Allen zijn rustig doch vastbesloten. „Eppie als jij nu eens uitvoerige inlichtingen over het interieur van het HvB. geeft. Jij bent daar als kind in huis en weet volkomen hoe de zaken daar marcheren."

Eppie steekt van wal. Allen luisteren aandachtig. Hij vertelt iets over de aflossing van de wacht, over de alarmering , de sterkte van het bewakingspersoneel, over de ligging van de cellen, waarin de gevangenen zitten opgesloten.

Lijsten met namen komen voor de dag. Nummers van cellen worden gefluisterd. Personen worden gewogen en getoetst. Hoe belangrijk zijn ze en wat weten ze. Alles wordt uiterst nauwkeurig van alle kanten bekeken. Ze komen tot de slotsom, dat het nu tijd wordt toe te slaan. Veel hebben de gevangenen nog niet losgelaten.

„Hoe had jij de uitvoering gedacht Piet ?" vraagt Willemse. Piet ontvouwt zijn plan. Tussen half zes en half zeven lijkt mij de geschiktste tijd. Om kwart voor zeven komt vervolgens de nieuwe wacht op. Er wordt altijd nog enige tijd nagekaart, zodat wij kunnen aannemen, dat voor 7 uur als alles goed gaat geen alarm zal worden gegeven. Met 19 man knap ik het zaakje binnen wel op.

Tegen half zes bellen wij het HvB. op, dat nog drie arrestanten worden gebracht. De P.T.T. moet ingeschakeld worden, opdat, zo ze vanuit het HvB. terug mochten bellen of dit bericht juist is, wat practisch gesproken altijd gebeurt, ze een bevestigend antwoord krijgen. Er bestaat dan niet het minste argwaan.

Zodra wij binnen zijn geven wij niemand enige kans spats te maken. De bewakers gaan de cel in en de gevangenen halen wij er uit. We gaan ze verzamelen in het voorportaal. Hierna laten wij ze bij gedeelten los.

Buiten heb ik een bewaking nodig van 6 man, die ons zo nodig kunnen bijstaan als het ons te warm gaat worden. Als jij nu eens de bevrijden opvangt en onderdak brengt Willemse". Willemse knikt. „Er zitten ook nog een paar in de Bijz. strafgevangenis," vervolgt Piet. „Ook die moeten er uit. Ik wou proberen vanuit het HvB. te bellen naar de gevangenis, dat de S.D. ze komt halen. Dit zal wel lukken. Te veel tijd kunnen wij hier niet aan spanderen. De Directeur van het HvB. zal wel een speciale behandeling nodig hebben. Je zou deze vent met recht een collaborateur kunnen noemen. Met een paar meppen zal hij wel tot rede te brengen zijn."

Wim grijnst. Hij denkt bij zichzelf: „Ik zal de uitdeler hiervan wel zijn". Het plan heeft de instemming van de anderen. Er wordt nog wat over en weer gepraat en dan gaat men slapen.

Wim en Willemse slapen naast elkaar. Tot grote geruststelling van Willemse snorkt Wim niet. Wim heeft iets onder zijn kussen. Willemse wil weten wat het is. „ St. - Nicolaas - verrassing voor morgen", zegt Wim. ,,'t Is geen chocolade", voegt hij er aan toe. Als het pannekoeken geweest waren, had hij Willemse vast niet rustig gekregen. Zij gaan slapen.

6 Dec. 1944. Piet trommelt de K.P. uit een groot deel van de provincie bij elkaar. Voert besprekingen met P.T.T. en Politie. Kortom is in volle actie.

Willemse gaat naar Karel. „ Je moet me vanavond een 50-tal adressen bezorgen voor ondergedoken spoormensen", zegt hij. „Voor spoormensen, hé, zei je", merkt Karel op. „Ik zal je later wel zeggen, hoe of wat", bromt Willemse en Karel grinnikt. Zij kennen elkaar langer dan vandaag en Karel begrijpt wel waar het om gaat.

De gehele groep komt in actie, 's Avonds krijgt Willemse zijn 50 adressen. Karel vertelt, dat Taco de opmerking gemaakt heeft, dat hij slechts 15 adressen heeft kunnen vinden, 't Is me nog al geen kleinigheid, voegt hij er aan toe. Willemse glimlacht. Deze activiteit doet hem goed.

„Ze zijn ook mijn kostbaas komen bezoeken", vertelt hij. „Ik vind beter, dat dit maar overgaat . . . ." 's Avonds legt Willemse zijn resultaten aan Piet voor. Hetzelfde clubje is weer aanwezig.
 „Zie eens", begint Willemse, „ik heb nu voldoende adressen om de mensen onder te brengen. De uitvoering had ik nu verder zo gedacht: In de eerste plaats moeten wij er voor zorgen, dat absolute geheimhouding wordt betracht." Als lid van de oude garde kent hij het euvel, dat zo menig werker reeds het leven heeft gekost.

„Iedereen, die straks een bevrijde gevangene krijgt, zou ik een briefje willen doen toekomen van de volgende inhoud: „Hierbij ontvangt U een duikelaar. U moet niets vragen afgezien of U hem kent of niet. Hij deed zijn plicht, doet U de Uwe. U doet hiermede een dienst in het belang van het Vaderland. U kunt deze dienst vergroten door te zwijgen. Een bonkaart sluiten wij hierbij in."

„Karel moet morgen maar even voor de bonkaarten zorgen", merkt Willemse op. Aan de naaste familie, zou ik met het oog op de represailles het volgende schrijven willen richten: „In verband met de ontsnapping van A uit het HvB. is het noodzakelijk, dat U onmiddellijk met Uw gezin verdwijnt. U moet dit schrijven opvatten als een bevel." De bevrijden zelf moeten er op gewezen worden, dat ze nergens over praten. Ze moeten in geen geval tegen hun gastheer zeggen, waar ze vandaan komen.

Zodra de gevangenen in het voorportaal zijn verzameld, moeten ze in 10 groepen, variërende van 2-6 personen, verdeeld worden. Iedere groep krijgt een nummer. Groepsgewijze kunnen wij ze dan loslaten, na hun verleid te hebben waar ze zich naar toe moeten begeven. Mensen van onze groep kunnen ze dan opvangen en verder brengen. Ook dit deel van de in voorbereiding zijnde plannen kan de goedkeuring van de anderen wegdragen.

De volgende dag tegen 's avonds 8 uur gaan Willemse en Karel aan de slag. Brieven worden getikt, bonkaarten gesorteerd, alles is in volle actie. Zelfs voor de koffie met rotsen, waarvan Willemse evenals van pannekoeken zo'n speciale liefhebber is, hebben ze bijna geen tijd. Zeker het losmaken uit de gevangenis is een zware opgaaf, doch ze moeten er ook buiten blijven. Bij een dergelijke actie mag niets over het hoofd gezien worden. De geringste fout kan noodlottig zijn.

Dan breekt Vrijdag aan. Dag van de bevrijding. Tegen 12 uur worden alle mensen, die mee zullen helpen geconsigneerd. Voor de afvoer van de bevrijden zullen 21 mensen meehelpen. Acht groepen van 2 man zullen de bevrijden moeten opvangen en onderdak brengen. 5 man moeten dadelijk na het slagen van de actie de familieleden van de verlosten waarschuwen om dadelijk te verdwijnen. Enkele van de voornaamste gevangenen zullen door de K.P. worden afgevoerd. Deze mensen mogen in geen enkel geval weer in handen van de moffen vallen.

Tegen 4 uur roept Willemse zijn helpers bij elkaar. Hij legt hun uit, wat er vanavond van hen verwacht wordt. Je kunt aan de gezichten zien, dat ze er mee ingenomen zijn, mee te mogen helpen.

Veiligheidshalve wordt echter nog steeds gesproken van spoormensen. De meesten begrijpen echter wel wat bedoeld wordt. Dan volgen de zakelijke opdrachten. Kort maar duidelijk. Elk der groepen krijgt een ploeg gevangenen toegewezen, die ze luchtalarm en razzia's ten spijt hebben onder te brengen. De enveloppen, waarop vermeld staat het adres en het aantal aldaar te plaatsen personen, zomede het groepsnummer en de standplaats van de afvoertroepen voor een ieder afzonderlijk zijn daarop vermeld.

De standplaatsen per groep zijn: Electr. Oosterbrug, Hoek Kanaalstr., Hoek Achter de Hoven-Hoek Z. Grachtswal, Serre Hotel de Klanderij, Brugwachtershuisje Beursbrug, Hoofdingang Beurs, Straatje ingang R.K. Kerk en Hoofdingang Koepelkerk.

Alle bevrijden, zomede de afvoertroepen, moeten over de Elec. Oosterbrug. Deze brug wordt na afloop met peper bestrooid.

De Cdt. van elke groep krijgt vervolgens een lijstje met de namen van de bevrijden, die hij heeft te verzorgen met de vermelding van het groepsnummer. Er wordt nog bij verteld, dat ze er op moeten letten, dat de goeie groep opgevangen wordt. Het kan bijv. voorkomen, dat groep 3 wel 4 afvoergroepen zal passeren, voordat ze bij hun eigen ploeg beland zijn.

Teneinde zeker te zijn, dat ze bevrijden voor hebben moeten ze vragen, „Weet U ook hoe laat of het is". Het wederwoord moet zijn "'t Wordt nodig tijd dat wij thuis komen".

Blijkt nu dat ploeg 4, groep 4 heeft opgevangen, dan moeten ze de mensen zo vlug mogelijk onderdak brengen. Bij iedere groep van gevangenen is ingedeeld één, die goed in de stad thuis is. De bevrijden kunnen de aangegeven plaatsen dus gemakkelijk vinden. De verzamelpunten zijn zodanig gekozen, dat iedere groep reeds een groot deel op weg naar huis is, De afvoertroepen hebben hun rijwiel bij zich. De laatste paar mensen kunnen ze achter op de fiets nemen. Dit
versnelt het transport.

Twee met name genoemde gevangenen moeten in ieder geval per rijwiel vervoerd worden met het oog op het feit, dat een van hen geruime tijd te bed heeft gelegen en dus met een speurhond gemakkelijk is te volgen. De betreffende groep krijgt hiertoe opdracht. Vervolgens stuurt Willemse 2 mensen er op uit om de gastheren te waarschuwen dal ze vanavond tegen 7 uur logés krijgen en dus thuis moeten zijn.

Buiten mag niet gerookt worden. Tot half zes moeten de ploegen binnen blijven en eerst dan mogen ze hun posten betrekken. Tegen half zes moeten de 5 bezorgers op een bepaalde plaats zijn, waar hun de brieven ter hand worden gesteld, die ze onmiddellijk na het slagen van de actie bezorgen moeten. Tegen dezelfde tijd betrekken Willemse en Karei hun post bij het HvB.

Inmiddels heelt Piet ook niet stil gezeten. De 5 man stoottroepen, die de spits er af moeten bijten, maken zich klaar. Uniformen worden aangetrokken, pistolen worden geladen, kortom het is een en al bedrijvigheid.

De buitenwacht van de K.P. betrekt zijn post. De overvalploegen nemen hun standplaatsen in. Er is gebeld naar het huis van bewaring, dat er nog 3 arrestanten gebracht worden. Raakt deze grote slokop dan nooit vol? Er wordt teruggebeld of de zaak klopt. Hierop wordt een bevestigend antwoord verkregen.

Het weer is triest, 't Is buiten nog niet erg donker. Er valt zo nu en dan wat regen. De straten liggen er vrij verlaten heen. Twee agenten brengen nog 3 arrestanten naar het HvB. Duitse auto's rijden heen en weer. Wie let op de gevangenen? Het is de aanblik van iedere dag. Je raakt er aan gewoon.

Willemse en Karel staan dicht bij het HvB. Daar gaan ze fluisteren ze tegen elkaar. Ze kennen ze. Zij weten wie het zijn. Hun gedachten volgen de vijf mensen. Zal het lukken. Er wordt gebeld. Het luikje wordt verwijderd, het papier aangenomen enz. het licht wordt aangeknipt. Vlak daarop volkomen duisternis.

De gevangenismuren rijzen donkerder dan ooit op uit de stinkende grachten. Wat speelt zich daar binnen nu af. Vragen die op je aan komen stormen. Karel controleert de afvoergroepen. ,,'t Is allemaal in orde", rapporteert hij aan Willemse. De spanning stijgt iedere minuut. Zal zo meteen de deur opengaan en de eerste bevrijden naar buiten komen lopen.

Dan tegen 6 uur komt een Duitse auto het terrein van het HvB. opvliegen. Is er dan toch alarm geslagen. Portieren worden opengeslagen en twee S.D.-mannen met drie arrestanten stappen uit de wagen. Dus toch geen alarm.

De deur van het HvB. gaat weer open. Het blijft echter donker. Er wordt iets in het Duits geschreeuwd. „Hande hoch". De handen gaan omhoog. Volslagen stilte volgt. Dan tegen 6.15 uur gaat de deur weer open. Er strompelen mensen naar buiten. Haastig en zenuwachtig. Ze lopen echter als kieviten.

Allerlei schoeisel is er vertegenwoordigd. Klompen, mannen met damesschoenen, op sokken, kortom met allerlei uitrustingen. Eén ding hebben ze allen gemeen, ze kunnen lopen. De ene groep na de andere komt nu vlug naar buiten. Het verband is wel eens wat zoek. „Wat doen die mensen hier toch gek, merken een paar jongens van ca. 10 jaar op. „Ze lieken wel bezopen".

Het is inderdaad ook een vreemd gezicht. Vele verlosten struikelen over de verkeersheuvel vlak voor de brug naar het HvB. Sommigen zijn de kluts volkomen kwijt; Willemse brengt ze een eindje op weg. Karel waarschuwt de groepen, dat ze er aan komen.

In een minimum van tijd is alles eruit. De post bij de Oosterbrug heeft geen groep opgevangen. Onmiddellijk krijgen ze opdracht de mensen op te sporen. Dit lukt hun vrij spoedig. Achteraf bleek, dat verschillende groepen door elkaar waren geraakt.

Alles was in de puntjes geregeld, doch de zenuwachtige stemming van de bevrijden deed hen niet volkomen nuchter meer denken. Voor 7 uur waren alle mensen onderdak.

Karel controleert nogmaals alle posten en kan aan Willemse mededelen, dat alles verdwenen is. Willemse heeft inmiddels de 5 man van de waarschuwingsploeg uitgezonden. Bovendien stuurt hij er iemand op uit om de vrouw van bewaarder Tiemersma, die thans verdwijnen moet, behulpzaam te zijn bij het verhuizen.

117.jpg

De waarschuwingsploeg. Vele families werden door hen in rep en roer gebracht.

's Avonds vertelt Wim zijn ervaringen binnen. Hij heeft inderdaad de beloofde meppen mogen uitdelen. De beide mannen van de S.D. zijn ontwapend en ontkleed in de cel opgesloten. Ook de beide gevangenen uit de gevangenis zijn bevrijd. Dit heeft hun extra lang opgehouden, omdat de bewakers erg treuzelden. Deze mensen wilden natuurlijk het verhoor zo lang mogelijk uitstellen. Ze hebben driemaal moeten bellen en schelden op moffen-manier, voordat ze losgegeven werden.

De beide arrestanten, die de S.D. bij zich had, zijn per kerende post verdwenen. Tevredenheid heerste in de gelederen van de illegale wereld.

16 December 1944. Gerapporteerd door
KAREL.

119.jpg

Epke W. en Karel. De commandant en chef-staf van de Leeuwarder gevechtsgroepen, die de zorg voor de afvoer der gevangenen voor hun rekening hadden.

Donderdag, 7 December 1944.

Opdracht. De actieve mensen der G.G. binnen enkele uren plaats zoeken voor pl.m. 37 (spoorwegmannen).
Dit was niet op onze weg meenden wij, daar we daags te voren orders hadden gekregen ons niet meer met dingen te bemoeien, die niet met de G.G. verband hielden. „Hoe verklaar je dat nu".

De oplossing werd gevonden, evenwel deze: Op een Dorp waren pl.m. 37 spoorwegmensen ondergedoken en hier zat een verrader tussen, dus moesten deze mensen voor de avond ergens anders ondergebracht worden. De actieve mensen werden ingezet en voor de avond waren er ongeveer 55 plaatsen gevonden voor deze spoormannen, wat geen kleinigheid is geweest. Taco kwam maar eventjes met 15 plaatsen aandragen en nu had hij ook nog pech gehad meende hij.

Vrijdag, 8 December 1944.

Zestien leden der actieve dienst werden uitgezocht om zich daarna te begeven naar de Gr. Kerkstraat tussen 15.00 uur en 15.30 uur, waar vandaan wij dan verdere ouders zouden ontvangen

De heer Willemse zou zelf aanwezig zijn om deze orders te geven. Deze orders luidden: „Onze politieke gevangenen zullen we bevrijden". Nu kwam voor haast allen een ontnuchtering, de één zag den ander aan, maar allen waren enthousiast en vol vuur om aan deze eerlijke en oprechte zaak mee te mogen doen.

Vier leden werden uitgestuurd om bij de opgezochte adressen mede te delen, dat de spoormensen tussen 6.30 uur en 7.00 uur konden worden verwacht. Gosse kreeg nog opdracht om te zorgen voor een betrouwbaar persoon om het gezin van den heer Tiemersma te waarschuwen en behulpzaam te zijn.

De persoon Rients werd uitgezocht om dit in orde te maken, maar deze had geen fiets met goede verlichting, geen zorg echter over een goed uitgeruste fiets, even naar Ds. Kremer en dit is ook weer klaar.

Rients moest post vatten op de hoek van de Marg. de Heerstraat, waar verder door den heer Willemse orders worden gegeven. Bij tweeën werd ons opgedragen om ons te begeven naar een bepaalde plaats.

Zo werden 8 punten bezet, t.w.: Voorstreek (bij de kerk); Alma Tademastraat (Koepelkerk); Maria Louisestraat; Kanaalstraat; bij de V.P.N.; Hotel „De Klanderij"; Beursbrug en voor de Beurs.

Om 5.30 uur moesten de plaatsen worden ingenomen, tot zolang moest men in de Gr. Kerkstraat blijven. Wij ontvingen voor iedere patiënt (zo zouden we de bevrijden noemen) een enveloppe met brief en bonkaart. De brief bevatte een kleine instructie aan de mensen die de patiënt zouden ontvangen.

O.a. stond hierin, dat ze de patiënt niets mochten vragen aangaande zijn laatste verblijfplaats. Ze bewezen hier het Vaderland en de hun toevertrouwde gast een grote dienst mede.

De aankomst der patiënten op het bepaalde punt.

Bertus en Gosse hadden post gevat voor de Beurs, echter stonden wij om beurten op de hoek om te zien of de Herren bij de S.S. en S.D. rustig bleven.

Bertus: „Zeg Gosse, hoe laat is het nu eigenlijk?"
Gosse: „Wel verdraaid, ik heb mijn horloge vergeten. Ik zal er vlug even een gaan halen bij Piet Klugtkist hier vlak bij".

Enige ogenblikken later zegt Bertus: ,Ik hooi nog geen schieten, dus gelukkig nog geen alarm". Gosse, die juist naar het Weeshuis stond te kijken zegt: „Zou het nu toch malheur zijn, er komt een wagen voorbij het S.D.-gebouw."

Bertus: „Die wagen komt deze kant op", r r r r r r r t t t verdwenen was de wagen in de richting Keizersgracht. Wij werden even een beetje anders van binnen, zou het nu toch mislukken en hebben ze alarm kunnen maken daar binnen?

Bertus ging even naar onze buren bij de brug. Sim en Peke en ook even naar de heren Schootstra bij „ de Klandery" hun even verslag brengend van de zo pas vertrokken auto met de S.D.

Wanneer de bevrijding gelukte, zouden onze patiënten nu haast kunnen komen, het was enkele minuten over half zeven.

Gosse: ,,Ik zal eens even bij de brug horen. Zeg Sim , hebben jullie al patiënten gezien?"
Sim: „Nee nog niet, maar wat is het hier toch verd ....koud niet?"

Gosse: „Nu succes met de patiënten hoor". Daar passeert meteen onze vriend Karei voor de controle. Alles is zeker in orde, want hij rijdt rustig door.

Wij zagen telkens richting Beursbrug, omdat de patiënten zou worden medegedeeld, dat ze zich allen in één richting moesten begeven, en wel over de Electr. brug en Kanaalstraat naar de hun opgegeven punten.

Daar na de bevrijding de Gevangenis!-rug en de Electr. brug met peper zouden worden bestrooid voor achtergelaten sporen, kwam naar aanleiding daarvan de volgende gedachte in ons hoofd. Als binnen niet al te lange tijd Burgemeester Schönhard opgeruimd is en er een nieuwe Burgervader zal zijn geïnstalleerd zullen wij een voorstel indienen om deze Electr. brug de „Peperbrug" te mogen noemen.

Bertus: „Daar komt wat aan, nee, het zijn vijf dames". (Onze papieren gaven aan 4 dames en 1 heer).

Gosse: „Nee, die komen ook van de verkeerde kant, dat kunnen ze niet zijn".
Bertus: „Ja, het zijn ze zeker toch wel, want ze keren weer terug". Bertus waagt de sprong en geeft het wachtwoord:
„Weten de dames ook hoe laat het is? "In koor wordt geantwoord: „Ja het wordt hoog tijd dat we naar huis gaan"

Vlug de namen gecontroleerd en naar het Westen der stad. Even werd ons binnenste ontroerd, toen we daar het tegenwoord van onze medestrijders hoorden. En wij allen waren blij, dat God gegeven had, dat deze rechtvaardige zaak zonder bloedvergieten was gelukt. Het gebed dat enkele minuten voor de aanvang was gedaan, was op zo wonderlijke wijze verhoord. Het is iets groots geweest. Wij verwachten ieder ogenblik luchtalarm, maar gelukkig bleef dit uit.

Onze opdracht was om ten koste van wat dan ook, deze 5 mensen uit de klauwen van de Duitsers te houden. Onze patiënten was medegedeeld, dat er onderweg niet mocht worden gesproken, maar ja .... het waren dames en die waren het spreken tussen die vier muren nog niet verleerd.

We waren al pratende in de Steinstraat aangekomen, waar de twee eerste dames Klas en Eef werden afgeleverd. Verder ging het naar de Lijsterstraat, waar de dames Jikke en Thea werden afgeleverd en als laatste ging ook spoedig Aukje van ons vandaan. Ons allen vriendelijk dankend en ons Goede Nacht wensend.

Op de hoek van de straat staan 4 personen in het donker, het zijn 2 zware en 2 extra zware jongens, n.l. Wim en Eppie met Dreeuws en Leijenaar.
Bertus: „Ziezo, dat is gelukt. Wel te rusten."
Gosse: „Maf ze, tot morgen."

Onze vrouwen waren al een beetje voorbereid, dat, als we om 7.30 uur niet thuis waren, we de gehele nacht wegbleven, maar we waren op tijd binnen.
Op no. 16 kwam ook nog een der medewerkers te slapen.

Aan de vrouw werd verteld, wat er een uur geleden gebeurd was en er werd tot ruim één uur over nagepraat en toen naar bed. Maar veel geslapen is er die nacht bij ons niet en ik geloof dat er door alle medewerkers en patiënten niet veel geslapen zal zijn.

Zaterdag 9 December 1944.

LUCHT - ALARM

De vijand geeft het sein: Wegduiken want we komen je halen.

Dit hadden we eigenlijk al eerder verwacht en waren er dus op klaar. Alle papperassen en speeldozen waren ondergedoken en wij zochten onze plaats op (ook een vierkante ruimte, maar er stond geen prikkeldraad omheen, zoals op het Zaailand). We hadden ons planmatisch teruggetrokken, hetgeen we de laatste tijd zo goed hadden geleerd van de Duitsers.

Zondag 10 December 1944.

EEN DRUKKE DAG VOOR ONS.

Alle patiënten in West en in Huizum moesten worden bezocht vanwege de razzia's. Alles was gelukkig in orde. Nu volgen enkele verhalen die we zo te horen kregen op deze Zondag.

Bertus vraagt ergens: „Hebben de heren ook nog wat te zeggen?" Een spoorwegman nam het woord. „Ja heren, nog even hoe het ons Vrijdagavond verging. We liepen met z'n zevenen; één van ons moest naar de Elisabethstraat. Er kwam net een skip an bij die brug daar, dus musten we hard lopen om op tyd weer werom te zijn, anders musten we zo lang wachten natuurlijk, dat wij lopen meheer en dat konden we want we hadden de klompen onder de arm en liepen op sokken. Dat hadden we direct bij de baajes al gedaan. Toen we bij de brugge terug kwamen, waren de palen al omlaag. Eén van die mantsjes van buten sting maar an die palen te trekken om die omhoog te krijen, maar dat wû vansels niet hé. Op laatst doet de bruggedraaier een grote zaklanteern op en roept: Er onderdeur mannen". Wij fut natuurlijk al stonden we oek in 't sontsje. Die kerel zal later wel dacht hewwe: Seker een steltsje ût Groot Lankum. Het menheer oek een sigaretsje voor ons? Die hewwe wel verdiend hé Hannes?"

„Hier is een sigaret voor jullie, we gaan nu weg en komen later wel eens terug." Zoals ons later is medegedeeld, waren dit er een paar van die ploeg die hardlopend op sokken bij de Beursbrug kwamen en aan ieder die ze daar zagen in koor vroegen: ,Weete jimme ek hoe laat 't is?"

Enkele dagen later werd weer ergens anders aangebeld. Gosse: „Dag Mevr., ik kom uit Venlo (dit was weer een wachtwoord) en hoe is het bij U gegaan Zaterdag, nog moeilijkheden gehad?"
Mevr. V.: „O ja, mijnheer, ik ben erg blij dat U komt, mijn man is niet thuis, maar ik zal het U wel gauw vertellen, komt U binnen.

Ja.... we hebben wat moois beleefd. Die man was zo zenuwachtig, hij zat nog niet op een stoel of hij vertelde ons waar hij vandaan kwam (onze kinderen waren ook in de kamer). Mijn man heeft hem toen apart genomen en hem het zwijgen opgelegd. Zaterdagmorgen met dat luchtalarm zei mijn man tegen hem dat hij maar onder de grond moest kruipen, maar daar voelde mijnheer niet veel voor, het zou wel wat meevallen en inderdaad is het ook goed afgelopen. Zondagmorgen is hij naar z'n vrouw en kinderen gegaan, om met hun te bespreken hoe of zij het beste met z'n allen naar familie in de provincie konden gaan (een dorpje 23 Km. van Leeuwarden.) Het is uiteindelijk lopend gegaan. Zondagavond 8 uur stond hij weer bij ons voor de deur om te vragen of hij weer bij ons kon slapen, want toen hij bij zijn vrouw thuis was, is hij min of meer door een buurman (oud-politieman) de deur uitgewerkt, omdat ze elk moment S.S. of S.D. konden verwachten. Nu mijnheer hij heeft die nacht niet veel geslapen, want om 3 uur moest hij gewekt worden, daar de hele familie om 4 uur zou starten voor een wandeling van 23 Km"

Gosse: „Maar mevrouw, die man heeft helemaal geen papieren en geen P.B. Heeft die man dan helemaal geen verstand. Het is niet de bedoeling, dat zij er uit zijn en dat wij door bemiddeling van iemand met weinig begrip in de nor terecht komen, ik dank je wel. Ik zal hier rapport van opmaken en we vinden hem wel terug"

Enige uren laten ging er een telefoontje naar het plaatsje waar zij naar toe waren gegaan en toen is die bewuste man aardig opgefrist toen hij twee heren met glimmende laarzen zag naderen. Als in zulke gevallen het verstand geen gelijke tred kan houden met de omstandigheden, dan moet er ingegrepen worden. Dat is voor ons niet zo erg, maar we denken minder leuk over zulke mensen.

Een ander geval was het met twee patiënten, die geplaatst waren in West. Deze plaats was niet erg geschikt, wat ook later is gebleken. Er werd daarom afgesproken dat ook deze van plaats moesten veranderen (verkassen).

Bertus en Gosse zouden voor andere plaatsen zorgen en de patiënten zouden Dinsdagavond 12 December om 6.30 uur verkast worden. Op deze tijd kwamen wij echter voor een gesloten deur hetgeen ons erg verwonderde. Wij belden bij de buren, maar ook deze wisten ons niet verder te helpen.

Wij besloten om over 10 minuten nog eens terug te gaan, daar de patiënten toch in ieder geval thuis moesten zijn. Juist toen we weg zouden gaan, kwamen de gastheer en gastvrouw thuis. Mevrouw, die ons zag, kwam snel op ons toelopen met de woorden: „O, wat ben ik blij dat U er bent, de meisjes zijn juist weggehaald, komt U vlug even binnen, dan kan ik het U vertellen".

Waarop wij als uit één mond uitriepen: „Wat zegt U, weggehaald door wie dat? Vertel het ons vlug". Mevr.: „Ja, tien minuten geleden door een zekere mijnheer Henk Visser. Hij had grote kaplaarzen aan, de meisjes schrokken ook zo verschrikkelijk, maar wij geloofden dat het wel goed was hoor."

Er volgde nu een vrij nauwkeurige beschrijving van de persoon met de kaplaarzen en daarop steeg
onze rust weer enige graden. Maar de schrik zat er voor deze avond toch wel in. Stel U voor dat het kaplaarzen waren geweest met een S.D.-man erin.

Gosse: „Maar mevr., waarom zijn die meisjes eigenlijk weggehaald? "Mevr.: „Ja mijnheer, er moet hier in de buurt gekletst zijn en dus moesten de dames direct verkassen."
Gosse: „Mevr. wij komen later op deze zaak terug, we moeten eerst te weten komen waar de meisjes gebleven zijn."

Wij hebben die avond nog heel wat afgefietst, maar we vonden de dames niet terug die avond. De volgende morgen weer vroeg op stap. Ergens in een bakkerij belden we den heer Henk Visser op en deze deelde ons mede, dat de meisjes in een fabriek waren ondergebracht. Eén der meisjes is bij die familie gebleven en de andere hebben we weer weggehaald. De meisjes zelf waren erg blij, dat alles zuivere koffie was, ze hadden echt in angst gezeten, dat begrijpt U.

DE BAKERPRAATJES VAN HET PUBLIEK.

Praatjes over deze hele zaak waren er te over. Eén der vele zal ik hier tot besluit van mijn relaas vertellen. Zondagsmorgens werd reeds het volgende aan mij verteld. Bij de Potmargebrug (Romkeslaan) stonden die Vrijdagavond twee grote auto's te wachten op de patiënten, de bemanning van de auto's was in Duits uniform.

Toen alle patiënten (en bevrijders) ingeladen waren reden de auto's weg in de richting Warga—Wartena. Hier zouden watervliegtuigen klaar gelegen hebben, die allen naar bevrijd gebied hebben gebracht. Het is geen smoesje hoor, ik weet het van iemand, die het zelf heeft gezien.
Je schudt dan maar eens met je hoofd en zet een verbaasd gezicht, maar laat verder niets merken.

GOSSE.
Leeuwarden, 20 Dec. 1944

De dames die opnieuw gekiekt zijn. 1. Mevr. Douma-van Houten, Bergum; 2. Mevr. Overdijk-Timmerman, Leeuwarden; 3. Mevr. Hofenk-Vergonet, Leeuwarden; 4. Mej. A. v. Wieren, Leeuwarden; 5. Mevr. Schootstra-Reinalda, Leeuwarden; 6. Mej. A. Dekkinga, Leeuwarden; 7. Mej. E. Ridderhof, Leeuwarden; 8. Mej. T. Swierstra , Leeuwarden; 9. Mej. K. Douma, Bergum; 10. Mevr. Jongbloed-Overdijk, Leeuwarden Mej. J. v. d. Laan, Birdaard, is niet gefotografeerd.

Illegale werkers en spoorlui. 11. J. Elgersma, Leeuwarden; 12. A . Rijpstra, Stiens; 13. L. Numan, Haren (Gr.); 14. J. W. Theil. Amsterdam; 15. S. Mook, Stiens; 16. T. Overeinder, Leeuwarden; 17. A. Nijdam, Heerenveen; 18. S. Hoekstra, Stiens; 19. G. Huberts, Peasens; 20. G. W. H. Esselink, Ferwerd; 21. K. Odinga, Leeuwarden; 22. S. Visserman, Stavoren; 23. P. Steinvoorte, Leeuwarden; 24. H. Jager, Heerenveen; 25. S. R. Douma, Bergum. A. W. Dijkman, Leeuwarden; Ype Botma, Nijkerk; Tijm Epema, Kollumerzwaag; H. Hospes, Rauwerd en Sj. de Vries, Surhuisterveen, zijn niet gefotografeerd.

TOP