Bevrijding gevangenis Leeuwarden

Drie van deze ploeg begeven zich van de instructieplaats naar het te bezetten pand om 5½ uur. Deze drie ontvangen hun inlichtingen vooraf van Taco, die ons melding maakt van de stand van zaken voor dit pand.

Twee bellen bij de voordeur, no. 3 let aan de achterzijde op of alles vlot verloopt. Zij melden de bewoners, dat hun pand voor enkele uren is gevorderd en dat niemand dit mag verlaten. Eventuele bezoekers worden binnen gelaten en gelijk behandeld. Zodra deze drie personen binnen zijn, meldt de verbindingsman aan de instructieplaats het verloop, waarna de drie andere leden met de zware wapens volgen en hun opstelling in orde brengen.

Deze 6 personen blijven in dit pand totdat de Leider hun toestemming geeft dit pand te verlaten; onder alle omstandigheden moeten zij op hun post blijven. Pas nadat de gehele operatie is afgelopen mogen zij vertrekken.

Alleen in uiterste noodzaak mag geschoten worden, zulks te bepalen door de leider van deze ploeg. Wanneer de operatie op een of andere wijze mocht mislukken, dan is het de taak om de aftocht van de operatietroepen te dekken; dus eerst de brug vrij maken, waarna vanuit het HvB. met een lichtsignaal te kennen wordt gegeven, dat zij er aan komen.

Dit lichtsignaal is: 1 lange, 1 korte en 1 lange lichtflits met een zaklantaarn (wit licht). Zijn alle K.P.-ers over de brug, dan kunnen zij natuurlijk direct inrukken.

Samengesteld door Piet, Eppie en Wim te Leeuwarden ob 5, 6 en 7 december 1944.

Van 1.30 tot 3.00 uur verzamelt de troep zich op de afgesproken plaats. Hier volgt een totale uiteenzetting van het plan.

I. HET VOORSPEL.

Een C.C.D.-ambtenaar belt om half vier het Politiebureau (portier).
Om 5.30 wordt melding ontvangen van de verbindingsman Taco.
Om 5.40 belt Berend vanaf het instructielokaal met het HvB.
Zodra dit plaats gehad heeft begeven allen zich op weg naar het HvB., verdeeld in 3 groepen. Groep 1 gaat over de Vlietsterbrug.
Tegenover het pand wordt een lichtsignaal gegeven, waarop de 2e. groep vertrekt (arrestanten ploeg).
Even later volgt groep 3. Allen komen gelijktijdig bij het HvB. aan.

Voordat de politieman Berend aan de poort belt, moeten de 12 man langs het hek verdwenen zijn. Zij nemen ligplaats in de donkerste hoek. Hun leider, Gerard, stelt zich op bij de hoek.
Opstelling is als volgt: Gerard, Eppie, Chris en zijn groep, Johan en zijn groep.
Al deze mensen zijn op rubber geschoeid.
De politie belt. Zodra de portier voor het luikje komt, vertelt hij dat hij enkele arrestanten brengt, eventueel geeft hij het insluitingbevel af, waarna de deur geopend zal worden.

II. GROTE OPERATIE.

De Leeuwarder politieman belt. Wacht tot het luikje wordt geopend Zegt: „Hier zijn de arrestanten, waarover zojuist vanaf het Bureau is opgebeld." Laat eventueel het bewijs van insluiting zien. Vermoedelijk zal de portier direct hierop de deur openen. Mogelijk zal hij eerst met het insluitingbevel naar het bureau of den brigadier gaan, om te informeren, waarna hij terug zal komen om de deur te openen.

De drie arrestanten gaan naar binnen, gevolgd door politieman I en II Bevinden zich nu in de hal, waarna de tweede portier het hek opent en allen doorlaat naar de gang, waarop het hek
weer wordt gesloten.

Zijn allen op de gang, dan wordt hier direct na het binnenkomen tot de aanval overgegaan.

Kramer en Wim nemen de portiers voor hun rekening. Wim vraagt direct aan de portier hoe de stand van zaken is. Berend, Arie en Jelle gaan naar het bureau.

Vooral aan de telefoon, de alarmschel en aan de lamp moet gedacht worden.
Zodra allen onschadelijk gemaakt zijn geeft Kramer een juiste opdracht aan de administrateur, n.1. de telefoon te bedienen, precies alsof er niets aan de hand is en natuurlijk geen gekheid!

De portier krijgt dezelfde order, gewoon de voordeur te bedienen als altijd.
De andere personen worden voorlopig in een hoek geplaatst en onder bedwang gehouden door Berend.

102.jpg

De groep van Gerard.

Is men zover, dan draagt Wim de administrateur op, den brigadier te bellen. Deze wordt door Wim opgewacht en buiten gevecht gesteld. Hij mag in de hoek plaats nemen. Is dit alles geregeld, dan krijgen Kramer en Wim de sleutels van den portier, om de voordeur te ontsluiten en waarschuwt Wim de ploegleider, welke buiten wacht.

Deze ploeg komt geruisloos binnen en stelt zich op in de gang voor de derde deur. Ter bewaking blijven nu vóór aanwezig: Berend voor de mensen in de hoek, Jelle voor den administrateur. Arie voor den portier. Tevens worden geplaatst Frits, John, Theo. Klaas en Piet S. (Arie neemt hier de leiding).

Totaal dus zes man in de gang voor eventuele binnenkomers. De rest, n.l. Kramer, Wim en 9 man, gaan nu het gebouw binnen. De derde deur wordt voorzichtig ontsloten en geruisloos gaat alles naar de vierde deur. Wim en Henkie snellen op het sein direct naar de wacht, waarschijnlijk bevinden zich hier twee bewakers. Deze worden onschadelijk gemaakt.

Aan de telefoon en de alarmschel, welke in dit vertrek zijn, moet bijzondere aandacht besteed worden. Een bewaker krijgt de opdracht om de telefoon normaal te bedienen. Henkie krijgt de taak, hier de wacht te houden, terzijde van het luikje.

Jodocus neemt de rechter benedenvleugel en Chris en Hans de linkervleugel voor hun rekening. Van deze twee gaat Chris naar de deur aan het eind der vleugel en houdt deze onder toezicht en laat alles binnen.

5 personen gaan de trap op bij de wacht, waarvan twee op de eerste etage post vatten, Gerard links en Marten rechts. De 3 anderen gaan door naar de tweede etage. Johan neemt hiervan de linkervleugel, terwijl Eppie en Anton naar de vrouwenafdeling gaan.

Door op het raam te tikken met de sleutel, welke hier hangt, opent de bewaakster de deur, waarop zij overrompeld wordt. De tweede man denkt om de telefoon, welke hier opgesteld is.
Zodra alle aanwezige bewakers en -sters onschadelijk gemaakt zijn, wordt begonnen met de gevangenen uit de cellen te halen.

Onderwijl gaat Wim naar het bureau terug en regelt hier het ophalen van de adj.-directeur, tenminste als hij niet reeds binnen was. Hiervoor wordt de volgende procedure gevolgd.
De administrateur belt de adj-directeur op in zijn woning, met de mededeling, dat er een Duitser is, die hem wil spreken. Jelle zet hieraan zonodig kracht bij, door in het Duits het één of ander te zeggen.

Zodra de adj.-dir. aan de voordeur belt, opent de portier hem de deur en wordt hij door Arie onschadelijk gemaakt. Is dit geval achter de rug, dan wordt de Bijzondere Strafgevangenis opgebeld.

De order is direct Dreeuws en Leyenaar op het bureau te brengen, aangezien een Duitser daar is voor een onderhoud. Hij moet zeggen, dal beide zo snel mogelijk moeten komen voor een kort onderhoud; even twee bewakers mee sturen, die wel kunnen wachten tot het onderhoud is afgelopen.

Nu gaat Wim naar het gebouw en neemt plaats achter de deur in de linkervleugel, waardoor enkele bewakers (mogelijk 3 stuks) Dreeuws en Leyenaar binnenbrengen. Zijn werk is om deze binnen te laten komen, waartoe een bewaker de deur moet openen. Al deze bewakers worden onschadelijk gemaakt. (Voor alle zekerheid kunnen twee jongens buiten plaats nemen om op te letten.)

Wanneer uiteindelijk alle gevangenen uit de cellen gehaald zijn, (iets wat gebeuren moet met behulp van de bewakers, om geen opschudding te verwekken onder de andere gevangenen)worden deze allen in groepjes opgesteld in de gang van het voorgebouw, tussen deur A en B.

Hier worden zij even door Kramer toegesproken, die hen vertelt, wat zij precies hebben te doen, zodra zij naar buiten worden uitgelaten. Nu hangt het van de tijd af, of zij direct worden vrijgelaten, of dat gewacht wordt, totdat de bewakers van de nachtploeg allen binnen zijn.

Indien de operatie snel verlopen is, bijv. een half uur, dan kunnen de gevangenen direct in groepen het gebouw verlaten. Is het bijna tijd dat de nachtploeg moet komen, dan wordt deze eerst afgewacht.

Wanneer alle gevangenen het gebouw verlaten hebben, worden alle aanwezige bewakers opgesloten in één der strafcellen, waarna de troep geleidelijk het gebouw verlaat en ieder zijn weg gaat naar huis. Allen gaan echter over de elektrische brug over de Grachtswal. Deze brug wordt, zowel als die voor de gevangenis, met peper bestrooid door den laatsten man.

Mochten tijdens de operatie door S.D. of politie arrestanten gebracht of andere personen aan de deur komen, dan worden deze gewoon door de portier binnengelaten, waarna ze door onze wacht in de gang onschadelijk worden gemaakt.

103.jpg

De groep van Chris.

142.jpg

De elektrische Oosterbrug.



106.jpg

De zwaarbewapende dekkingsploeg. Rechts de wapenverzorger, Taco.

Vrijdag, 8 December, heeft ondergeteekende als Commandant der dekkingsploeg zich met een tweetal kameraden een half uur voor de eventuele bezetting en overval op het Huis van Bewaring te Leeuwarden zou plaats vinden, naar een daartoe aangewezen pand begeven.

Dit pand, buitengewoon gunstig gelegen en de twee straten, die op het Huis van Bew. uitloopen, volkomen beheerschend, leende zich bij uitstek voor verdediging en het in geval van nood of alarm met behulp van automatische wapens schoon vegen der beide genoemde straten.

Dit strategisch punt bezittend, was het mogelijk de in het Huis van Bew. opereerende groepen tenminste een veilige aftocht (ook bij alarm) te garandeeren. Te kwart over vijf heb ik me aan genoemd pand gemeld, de bewoners te spreken gevraagd en op de mededeeling, dat wij van de politie waren, werden wij zonder meer binnen gelaten.

Vervolgens is den bewoners van het bovenhuis (het benedenhuis was een leegstaand woningbureau) medegedeeld, dat hun woning gedurende hoogstens een paar uur gevorderd was en dat zij zich hierin, hetzij goedschiks, hetzij kwaadschiks, hadden te schikken.

Een en ander vorderde slechts enkele minuten en nadat op beslist nette wijze maatregelen genomen waren, die alarm of weglopen der bewoners ten eenenmale buitensloten, kwam het andere gedeelte der inmiddels gearriveerde dekkingsploeg met de zware wapens binnen.

We hebben toen de lichten uit gedaan, gordijnen open, ramen op een kier en boven voorlopig een, zegge een, automatisch gewapende post achtergelaten, die tusschen twee hoekramen geplaatst, beide straten eventueel kon bestrijken.

Meer heb ik er boven niet geplaatst, van meening zijnde, dat het nuttig effect bij schieten van boven naar beneden op straat, niet zo groot zou zijn als wanneer ik een horizontaal schootsveld kreeg.

Wel had de man boven bovendien eenige handgranaten tot zijn beschikking gekregen daar hij van boven beter werpen kon en zelf gedekt bleef.... Met een sleutel van het benedenpand, woningbureau, gewapend, hebben wij ons hier vervolgens toegang verschaft en daarna zijn mijn menschen op een na, voor de hoekramen geplaatst, zoodat beide straten, de eenige, vanwaar gevaar dreigde, volkomen onder automatisch vuur stonden.

Mijn laatste man heb ik vervolgens in het portiek, achter de openstaande deur geplaatst, uitsluitend met de bedoeling, indien de Duitschers eventueel langs de huizenkant attakeerden, het trottoir, dat vanuit huis iets moeilijk te bestrijken was, schoon te vegen, tegelijkertijd een der binnenstaande posten de instructie gevende om in dat veronderstelde geval als reserve aan te rukken.

Indien de moeilijkheden dan nog te groot zouden worden, zouden de binnen opgestelden eveneens bijspringen....In verband hiermede is de mitrailleur, gereed gemaakt zijnde, eveneens binnen voor de hand geplaatst en niet in stelling gebracht. Deze zou na het eerste schieten, naar buiten gebracht en op de hoek, dus beide straten bestrijkend, in stelling worden gebracht....(Waar mij eigen initiatief gelaten werd, heb ik, de omstandigheden ter plaatse in aanmerking genomen, gemeend dat deze opstelling de juiste was en de meeste kans op succes bood.)

Zelf heb ik mij, met een automatische 9 millimeter en een handgranaat gewapend op straat begeven om van hieruit de situatie van het begin tot het eind in oogenschouw te kunnen nemen en naar omstandigheden te kunnen en te laten handelen, zorgdragend voor doorlopend contact met mijn post in het portiek.

De in andere rapporten genoemde auto met twee man S.D. en drie arrestanten, is ingevolge afspraak niet beschoten, maar rustig doorgereden tot voor de deuren, daar ingrijpen van ons vervroegd alarm had beteekend en tevens volkomen mislukking der operatie.

Wel heb ik mijn jongens gezegd tijdelijk onder geen omstandigheden op de naar de gevangenis leidende brug te schieten.... en ben vervolgens over de brug heen, op het gevangenisterrein gaan liggen, de zakdoek ais geluiddemper voor mijn revolverloop, in de hoop, indien er al iets bij het opvangen dezer menschen van binnenuit verkeerd MOCHT gaan, de eventueel ontsnapte Duitscher zoo goed als geruischloos neer te leggen.

Dit is, door het prachtige opereeren van het geheel, geen moment noodig geweest. Eenige oogenblikken later kwamen de eerste bevrijden, die steeds in kleine, niet opvallende groepjes
het gebouw verlieten. Hun werd meegedeeld langs welke weg zij een met peper te bestrooien buig moesten passeeren en kort nadien kwamen de binnen geopereerd hebbende vrienden terug.

Nadat de laatste man over de brug was, is mijn dekkingsploeg ingerukt en vervolgens hebben wij tezamen, d.w.z. met ongeveer een twaalf of veertiental, de stad goed bewapend verlaten en ons langs binnenwegen, via de boerendorpjes, naar onze onderduikers-kwartieren terug begeven.
 
Precies acht uur waren allen veilig binnen, terwijl geen spoor in de richting van een der onzen wees. Als persoonlijke opmerking zou ik aan dit rapport het volgende willen toevoegen.
Meer dan dankbaar zijn wij allen, dat wij aan deze operatie hebben mogen medewerken. Opvallend was de geest van eensgezindheid onder alle kameraden. Allen wisten dat hun leven inzet kon zijn; van zenuwen of weifeling geen sprake. De geest, waarin het geheele werk heeft plaats gehad, en daarnaast het volkomen slagen, heeft aller hart verkwikt en versterkt en ons overtuigd, dat Hollandsche ondernemingsgeest, ook onder voortdurende druk, blijft leven.

Harry. Commandant K.P. 2.
Sneek, 15 Dec. 1944.

107.jpg

De arrestantenploeg.

Betreffende het kraken van het Huis van Bewaring
op Vrijdagavond 8 December 1944.

Op verzoek van Kramer was onze geachte medewerker Eppie van Dijk na de instructie en voor het moment van inrukken ter plaatse van instructie de opererende manschappen voorgegaan in gebed om voor deze hoogst belangrijke en riskante onderneming, Gods zegen af te vragen.

Des avonds, ongeveer 17.40 uur vertrokken wij als eerst binnendringende groep vanaf onze instructieplaats naar het HvB., nadat vooraf 2 groepen van 6 man afzonderlijk het pand hadden verlaten.

Bij het HvB. aangekomen zijnde, werd door de woordvoerende politieman Berend op de bel gedrukt en hoorden wij even daarna de beide portiers rinkelend met hun sleutels aankomen. Het buitenlicht werd aangedraaid, het portiersluikje ging open en onze woordvoerder meldde zich met: „Hier zijn de 3 arrestanten, waarover zo juist door ons is opgebeld." „Heeft U een formulier", vroeg de dienstdoende eerste portier, waarop onze politieman bevestigend antwoordde en de portier het insluitingbevel in ontvangst nam, het luikje weer sloot en weer verdween.

Het was met enige schroom dat wij, d.w.z. 2 politiemannen n.l. Berend en Arie, benevens de 3 arrestanten Kramer, Jelle en Wim, dat we die ogenblikken hebben afgewacht in het volle licht, alhoewel we wisten, dat de mogelijkheid van het zich vergewissen van den portier bestond.

Al spoedig kwam hij echter terug en zeide: „Komt U binnen, Heren". De agenten duwden ons in de rug en terwijl we in het portaal stonden, sloot de portier de poort achter ons dicht; vervolgens gingen we door het geblindeerde hek, hetwelk weer door de 2e portier weid gesloten. Nu was het ogenblik van handelen aangebroken.

De beide agenten gingen met arrestant Jelle het bureau binnen, de arrestanten Kramer en Wim bleven in de gang bij de portiers achter. Plotseling werd gelast: „Handen hoog" en de aanwezige bureauambtenaren werden in een hoek gezet, de beide portiers werden ontwapend en gefouilleerd, waarop ze ter onzer beschikking moesten blijven.

Intussen werd door Wim aan de portiers gevraagd hoe of de stand van zaken was, b.v. of er Duitsers boven waren en waar of de adj.-directeur zich bevond; nu Duitsers waren er niet en de adjunct bevond zich in de bijzondere strafgevangenis.

Dit was het ogenblik, dat Wim met behulp van de portier de poort opende en het sein gaf aan Gerard (leider dezer groep) om de gereedstaande manschappen naar binnen te laten komen, hetwelk gebeurde op de meest voorzichtige manier en in 't donker.

Nadat deze 14 manschappen waren binnengelaten werd de poort weer door Wim gesloten.
Het was nu de bedoeling om den dienstdoende brigadier onschadelijk te maken, doch deze kwam eigener beweging van uit de vleugel naar voren, omreden hij naar hij verklaarde, gebruik wou maken van de W.C., zodat hij door Wim in zijn kraag gepakt en in 't bureau gebracht werd. Hij werd door Wim niet al te zacht aangepakt, omreden we wisten dat het een niet al te beste broeder voor onze gevangenen en zijn collega's was.

Nadat nu de op één na laatste deur met behulp van de 2e portier opengemaakt was, werden onder leiding van Kramer een deel der binnengelaten 14 manschappen opgesteld voor de laatste deur, welke nooit op slot was. Kramer gaf het sein en de overval der vleugels nam een aanvang. Wim en Henkie bestormden de wacht, waar Henkie de wacht met de aanwezige bewaarders overnam.

Naar rechts en links stormden toen onze manschappen en overmeesterden de aanwezige bewaarders en werd een aanvang gemaakt met behulp der bewaarders (dit met het doel om paniek onder de medegevangenen, welke niet voor bevrijding in aanmerking kwamen te voorkomen) de cellen te openen en de namen af te roepen degenen die er uit moesten.

Al spoedig stroomden van boven af, rechts en links de mensen toe en verzamelden zich in de voorste gang, waar Kramer hen groepeerde. Het was nu circa 6 uur geworden en de adjunct kon ieder ogenblik verwacht worden vanuit de bijzondere strafgevangenis.

Met behulp der nodige klappen door Wim aan den brigadier toegediend, werd deze de ring ontnomen, waar de sleutel aanzat voor het openmaken der zijdeur. Deze brigadier werd bij de zijdeur geplaatst en gelast om op het juiste moment de adjunct binnen te laten.

Inmiddels snelde Wim weer naar het bureau om den administrateur te bevelen den brigadier der bijzondere strafgevangenis te gelasten om de heren Dreeuws en Leijenaar onder geleide van 2 bewaarders naar het bureau van 't HvB. te brengen voor een kort verhoor; dit werd hem opgedragen door een paar Duitse officieren.

Hem werd door Wim gezegd, dat hij het bevel correct ten uitvoer moest brengen en zo niet, hij een kopschot zou krijgen en een collega zijn taak moest opvolgen; deze administrateur volgde het bevel dan ook zeer vlot op en verzekerde Wim dat hij ten antwoord had gekregen, dat het in orde was.

Dit speelde zich allemaal in een paar minuten af. Vervolgens snelde Wim weer naar de zijdeur om daar eventueel de adjunct op te vangen. Bij deze zijdeur waren de beide manschappen Chris en Hans opgesteld, gewapend met elk een „Sten".

Reeds spoedig hoorden wij morrelen en mijnheer de adjunct stak zelf al traditie getrouw om en bij zessen zijn eigen sleutel in 't slot en opende de deur; toen hij binnentrad, kwam hij dan ook tot de voor hem onaangename ontdekking dat er vreemd bezoek was op een hardhandige wijze.

„Handen hoog", klonk het en hij werd ontwapend. Hij verontschuldigde zich met de woorden dat hij een goede Nederlander was, waarop Wim reageerde met een dozijn fikse gummistokopstoppers, waarop hij simulerend in elkaar zeeg. Met nog meer klappen werd hij toen omhoog geslagen en naar het bureau gebracht, alwaar hij steeds zichzelf beklagend, met de handen boven het hoofd moest blijven staan.

Maar nog nimmer waren onze heren uit de Bijzondere aangekomen, waarop door Wim ten 2e male aan de administrateur werd gelast om te telefoneren; deze kreeg wederom ten antwoord, dat de heren in aantocht waren, vandaar dat Wim zich voor de zoveelste keer naar de zijdeur begaf.

Het geduld werd oneindig op de proef gesteld want ondertussen hadden wij al 20 min. gewacht op de komst onzer heren. Voor de 3e maal snelde Wim toen naar 't bureau om de administrateur te gelasten de bijz. strafgevangenis telefonisch te zeggen, dat de heren Dreeuws en Leijenaar met de meeste spoed naar het HvB. moesten worden gebracht, aangezien de S.D.-officieren staan te stampen van ongeduld.

Nogmaals werd aan Wim toegezegd, dat de bedoelde heren in aantocht waren, vandaar dat Wim weer naar de zijdeur ging om hen op te vangen, doch kwam hen halverwege tegen. Onderwijl werd er aan de poort gebeld. Toen onze manschappen, die daar opgesteld stonden, het luikje openden, werden hun blikken verrast door de verschijning der S.D. voor de poort.

Terstond werden de verschillende maatregelen genomen door Kramer; de bevrijde mensen werden naar achteren gestuurd en onze manschappen werden met hun „Sten's" opgesteld achter het geblindeerde hek.

Daar er om Wim geroepen werd, is deze direct naar de poort gesneld om de behulpzame hand te bieden; hier gekomen opende Wim het luikje en overtuigde zich ook van de aanwezigheid der S.D., met een 3-tal arrestanten.

Omreden de 1e portier niet in het voorportaal aanwezig was, werd aan Wim verzocht de poort te openen. De beide politiemannen stelden zich direct achter de poort en achter Wim op en na eerst met behulp van een ambtenaar het buitenlicht nog ontstoken te hebben, heeft Wim de poort geopend, om op hetzelfde moment zijn beide pistolen gericht te houden op de koppen der beide S.D.-officieren, benevens de gebruikelijke uitroep: „Handen hoog".

Direct verstomde hun vloeken, schreeuwen en schoppen en het was met enige traagheid dat zij het alternatief opvolgden, vermoedelijk omdat ze begrijpelijk perplex stonden voor wat er toen voor hun eigen ogen afspeelde; niet al te snel gingen ze naar binnen en moesten ter bespoediging door Arie en Wim ietwat geholpen worden. Zij werden toen naar het bureau gebracht en ontwapend.

Wim heeft zich toen weer naar achteren begeven, onderweg de adjunct medenemend voor insluiting in één der strafcellen, om vervolgens de andere bewaarders in te sluiten, daar het
inmiddels tijd geworden was om finaal op te breken. In één dezer cellen waren de vijf nieuwe arrestanten, welke 's middags omstreeks 4 uur waren ingesloten, ondergebracht.

Deze mochten natuurlijk ruimte maken voor de door ons op te sluiten personen. Hun werd de vrijheid hergeven, doch ze moesten hun eigen weg maar vinden, wij hadden niet op hen
gerekend. Dit aanbod hebben ze natuurlijk dankbaar aanvaard.

Tijdens dat gebeuren hoorde Wim dat Kramer zijn laatste consignes gaf aan de te bevrijden mensen, welke nu door hem mensen uit te laten. Toen Wim weer op het bureau kwam, waren onze manschappen daar bezig de beide S.D.-officieren uit te doen kleden, en toen dit klaar was zijn ze door Wim en nog iemand anders in hun onderkleding opgebracht, tot groot vermaak der bevrijden, naar de strafcel waar ook de adjunct stond te pruilen.

Er moest toen nog al vlug even door Wim met Kramer overleg worden gepleegd over het niet of wel meegaan van de bewaarder Tiemersma om de ons bekende reden en belangen. Stiekum en behoedzaam zijn de bevrijde mensen toen vertrokken, gevolgd door onze gewapende manschappen.

Ook had Jelle de beide uniformen nog opgerold en werden deze door Jelle en Wim in veiligheid gebracht. Als laatste man heeft Wim toen het HvB. verlaten om vervolgens bij de brug zich nogmaals te overtuigen, dat er niemand meer kon komen, waarna hij zijn peperzakje uitstrooide over de brug, benevens als laatste man ook peper strooide over de Oosterbrug. Wim is toen naar de instructieplaats gegaan om collega Eppie van Dijk op te wachten die toen met hem is vertrokken, na eerst nog de heren Dreeuws en Leijenaar te hebben ondergebracht.

Leeuw. 11 Dec. 1944

Opgemaakt door Wim.

De inlichtingen, welke wij hadden ontvangen over den dienstdoenden brigadier, waarvan in dit rapport sprake is, waren oorzaak van het hardhandige optreden tegen hem. Achteraf is echter ook komen vast te staan, dat deze persoon meermalen medewerking heeft verleend ten gunste van de politieke gevangenen.
Wij menen goed te doen dit hier te vermelden.

Leeuwarden. December 1945. Opgemaakt door WIM.

110.jpg

Bewaarder Tiemersma: door zijn actieve hulpverlening in het H.v.B. werd hij door ons uit voorzorgmaatregel meegenomen en zodoende tot „zondebok" gemaakt.

Om 15.30 uur wordt door een C.C.D.-ambtenaar een telefoongesprek gevoerd met den portier van het Politiebureau te Leeuwarden; deze wil de boodschap zelf niet accepteren, doch zal doorverbinden met den Officier van Dienst.

Deze doorverbinding komt echter niet tot stand, zodat na 3 min. de haak op de telefoon wordt gelegd en opnieuw het Politiebureau wordt opgebeld. Onze man doet weer zijn boodschap en weer zegt de portier, zegt U het zelf even aan de O.v.D., hij geeft dan direct de goede doorverbinding, zodat voor de derde maal de mededeling wordt gedaan: „Dat enkele C.C.D. ambtenaren in omgeving Bolsward drie zwarte handelaren hadden gearresteerd, waarmee zij onderweg gingen naar Leeuwarden om ze in te sluiten in het HvB."

De O.v.D. zei hierop dat hij pas een kwartier in dienst is en niets van deze zaak afweet. Onze man antwoordt dat alles reeds in orde is en dat zij in het bezit zijn van het insluitingsbevel, doch enkel even deze mededeling doorgeven, opdat men op het Politiebureau ervan af zal weten, dat zij direct met deze arrestanten naar het HvB. zullen door gaan. De O.v.D. antwoordt dan dat het in orde is.

Om 17.00 uur verzoekt de leider aan Eppie om den Heere om Zijn zegen te vragen. Alle aanwezige jongens gaan staan en in een kort gebed wordt de Heere aangeroepen om Zijn onmisbaren Zegen.

Voor alles vraagt de spreker of wij deze operatie niet in onze eigen kracht mochten ondernemen, doch veeleer dat wij allen erkennen, dat wij van ons zelven niets kunnen, maar alleen iets dergelijks groots kunnen tot stand brengen, als Hij ons leidt en Zijn onmisbaren zegen geeft. Hierna wordt door allen een boterham gegeten.

Te 17.15 uur vertrekken 3 man van Harry zijn ploeg met de sleutel van het woning-bureau naar dit hoekhuis. De verbindingsman meldt ca. 6 min. later, dat de eerste 3 man waren binnengegaan, waarop de 3 anderen met het zwaardere materiaal volgen.

Om 17.25 uur worden door de verbindingsman de rapporten binnengebracht van de wacht voor het HvB., waaruit kon worden opgemaakt, dat om ruim 4 uur 5 arrestanten waren binnengebracht door 2 man S.D. begeleid, welke 2 personen weer waren vertrokken. Voor zover kunnen wij dus bezien,
dat er niets bijzonders is.

Om 17.35 uur wordt door den Leeuwarder politieman Berend het HvB. opgebeld. Deze meldt namens de O.v.D. van het Politie-bureau dat er twee agenten onderweg zijn met 3 arrestanten, welke nog ingesloten moeten worden. Het insluitingsbevel hebben de agenten bij zich. Dit op voortreffelijke toon gevoerde gesprek wordt voor kennisgeving aangenomen.

Na 3 min. wordt door de telefoonluisterpost gemeld, dat het HvB. nog niet had opgebeld. Na 2 min. zou weer worden gebeld.

Om 17.39 uur vertrekken 7 man van de ploeg Gerard vanaf de instructieplaats via de Vlietsterbruggen langs de Oosterkade. Doordat recht tegenover het pand een hooggeladen turfschip ligt wordt het afgesproken lichtsignaal niet recht tegenover het pand gegeven, doch iets verder naar de Electr. brug toe.

Tot driemaal wordt dit signaal gegeven, doch het pand wordt door niemand verlaten. De ploeg begeeft zich echter wel verder op weg in de richting van het HvB., doch stelt zich verdekt op, hoek Oosterkade-Oosterstraat, recht tegenover de Electr. brug, om hier de komst van de beide andere groepen af te wachten.

Er komt echter niets en na enkele minuten verwonderen wij er ons over dat er niemand komt. Plotseling zien wij dan het licht opgaan voor de deur van het HvB. en enkele mannen op de stoep staan. In een dezer figuren menen wij onze leider te herkennen.

Eppie gaat dan snel naar de brug voor het HvB. om zich te overtuigen. Als hij daar aankomt stappen achtereenvolgens de 5 man het HvB. binnen en gaat het licht weer uit. Hij heeft nu volkomen zekerheid, dat onze hoofdploeg reeds binnen is, zodat hij snel Gerard en de jongens waarschuwt en allen zich zo snel mogelijk naar het HvB. begeven en zich op hun plaats opstellen, waar reeds Chris en ploeg waren opgesteld.

Gelegen onder het raam van het administratielokaal kan Eppie alles horen wat binnen gezegd word. Kort nadat hij op zijn plaats is hoort hij de deur openen gevolgd door het commando „Handen hoog". Eerst enig tumult, doch spoedig volkomen stilte.

Na hoogstens 2 min. wordt Gerard gewaarschuwd, dat het hun tijd is, dit wordt doorgegeven en geruischloos begeven zich 14 man over het hek naar de voordeur en worden binnengelaten. Snel worden ze door den leider opgesteld achter de derde deur, welke op commando wordt geopend.

De eerste twee personen begeven zich naar de wacht Johan, Antoon en Eppie volgen voor de tweede etage via de trap bij de wacht. Johan en Eppie komen snel boven aan, doch Antoon is direct niet aanwezig.

Eppie belt aan de vrouwenafdeeling, terwijl hij wacht, ziet hij Antoon via de trap aan de zijkant van de vleugel naar boven komen, deze bereikt de deur naar de vrouwenafdeling, nadat de deur reeds door de bewaakster is geopend. Eppie sommeert de bewaakster om kalm te blijven en snel te doen wat haar gevraagd wordt.

111.jpg

Gezicht op de vrouwenafdeling.

Erg geschrokken, voldoet zij volkomen aan dit bevel. Antoon neemt daarop zijn plaats bij de telefoon in. Eerst geeft de bewaakster de nummers van de zalen op, waar de gevraagde dames zich bevinden (ze vergiste zich nog wel eens). Vervolgens moet zij de dames achtereenvolgens uit de zalen halen.

Uit de eerste zaal komt Mevr. Schootstra. De bewaakster vraagt aan Eppie of Mevr. Buwalda er niet uit moet, helaas is dit niet het geval. Vervolgens snel de andere dames uit de zalen gehaald. Uit een der zalen komen alle drie bewoonsters naar buiten.

Aangezien de derde niet op de lijst voorkomt, moet zij jammer genoeg weer in de cel worden opgesloten, iets wat de bevrijder zeer aan het hart gaat. Als laatste komt Eef Ridderhof opgewekt te voorschijn.

Mevr. Douma is de emotie haast te erg, zodat zij bijna flauw valt. Mevr. Hofenk ontfermt zich echter over haar, zodat dit geen moeilijkheden oplevert. Als allen na ca. 10 min. op de gang staan, gaan ze allen, voorafgegaan door de bewaakster via de binnentrap naar de begane grond, hier ontsluit zij de deur die toegang geeft naar de gang.

In deze gang waren toen reeds alle mannen aanwezig; de leider had juist alle namen gecontroleerd. Eppie meldt hem, dat alle dames op de trap klaar staan. Meteen gaat de leider daarop over tot het samenstellen van de afzonderlijke groepen.

De heer en Mevr. Schootstra, na ruim vier weken gescheiden te zijn geweest, openen de gelukkige rij, vervolgens twee groepen dames en daarna nog zeven groepen heren. Ontroerend was het te zien hoe verschillende gevangenen elkaar herkennen en begroeten. Ondanks het feit dat hun bevolen is rustig en kalm te blijven, is het een en al drukte en gepraat. Verschillenden gaan zelfs zover dat zij de bevrijders om de hals vallen en beginnen te kussen. Hieraan wordt echter snel een einde gemaakt.

Bij het indelen der groepen blijkt, dat drie mensen meer uit de cellen waren gehaald, dan de groepslijsten aangaven, n.l. Dr. Renema, A. W. Dijkman, (een spoorman die de vorige dag pas was binnen gebracht) en Van der Wal, de zetter. In de opdrachten van de jongens was de naam van Dr. Renema door een abuis niet doorgehaald. Aangezien hij, na rijp beraad toch maar zou blijven zitten, was dit wel op de groepslijst veranderd.

De namen van Dijkman en Van der Wal waren op het laatste ogenblik, toen ons bekend was geworden, dat deze personen er ook uitmoesten, nog wel op de opdrachten der jongens geplaatst, doch door de grote drukte niet bijgewerkt op de groepslijsten. Zij worden over de andere groepen verdeeld, zodat de afvoertroepen hen maar onderdak moeten zien te brengen, iets wat ook prompt in orde is gekomen.

Door de aanwezige spoorlui wordt nog een naam genoemd van iemand (ook een spoorman) die zich nog in een cel moest bevinden. Tevens vroeg Mej. Aukjen Dekkinga, verschillende malen of haar verloofde, de heer Odinga, er ook bij was, dit was niet het geval. Hij zat echter als gewone onderduiker, doch omdat zij als illegale werkster wel werd vrijgelaten, was het verstandig ook hem mede te nemen, zodat aan bewaarder Tiemersma opdracht wordt gegeven de spoorman uit zijn cel en Odinga uit zaal II te halen.

Terzelfder tijd passeert Wim in de gang met den Adj.-Directeur, die er allesbehalve vriendelijk uitziet, toen hij al die gevangenen zo mooi zag opgesteld in zijn domein, waar hij altijd Heer en Meester meende te zijn.

Nog maar nauwelijks is de Adj.-Dir. op het bureau gebracht of er wordt aan de voordeur gebeld. Een onzer mensen kijkt door het luikje en van buiten wordt geroepen: 'S.D' Onze man geeft dit door naar binnen, hevige ontsteltenis onder de gevangenen.

Door den leider worden deze snel uit de gang verwijderd in de wachtkamer en andere zijlokalen. Hij stelt onze mannen snel op achter de tweede deur, welke niet wordt gesloten, doch gedeeltelijk open blijft staan, er wordt geroepen om Wim en de politiemannen, welke in het voorportaal plaatsnemen. De Administrateur wordt gesommeerd om aanwijzing te geven, waar het knopje voor het licht boven de voordeur zich bevindt.

Hij beweert dit niet te weten, inmiddels is het door een onzer jongens ontdekt. De 'S.D' wordt ongeduldig en begint te vloeken. Plotseling wordt de deur geopend en plaatst Wim zich voor de beide Duitsers met het bevel: „Handen hoog". Hij pakt daarop een der mannen in zijn kraag en sleurt hem naar binnen, Kramer of Arie neemt de andere voor zijn rekening. Dit alles gaat vliegensvlug in zijn werk.

De S.D. is volkomen overrompeld, zij zijn volkomen ongeschikt om enige tegenstand te bieden. Bovendien stonden zij met de rug tegen hun auto, welke voor de deur stond, zodat zij geen kant uitkonden. De tweede man die op het bureau wordt gebracht, heeft zijn revolver nog in zijn hand, doch hij kan niet schieten. Een onzer beveelt hem: Laat vallen dat ding", iets wat hij dan ook snel doet.

De drie arrestanten welke door de S.D. gebracht werden, worden ook naar binnen gehaald. Zodra de Duitsers buiten gevecht gesteld zijn, gaat de leider meteen weer verder met de opstelling der gevangenen.

Zodra ze allen weer in de gang opgesteld zijn, wordt meteen begonnen hen vrij te laten. Onze leider drukt hun eerst nog eens op het hart, om volkomen kalm te blijven, rustig het gebouw te verlaten en zich snel naar de plaats te begeven, welke hun gezegd zal worden.

Het voor allen te gebruiken wachtwoord wordt hun medegedeeld. Plotseling staat voor de leider een jongeman, die op de vraag van de leider hoe hij heet, antwoordt: „Tijl" - "Hoe meer?" „Tijl mijnheer". - „Zeker Tijl Uilenspiegel ?" vraagt de leider. „Nee mijnheer, mijn achternaam is enkel Tijl meer niet. Ik werd hier net gebracht". - „Donder dan op kerel jij komt straks wel aan de beurt", krijgt hij ten antwoord en wordt in een zijlokaal geduwd.

Schootstra en echtgenote verlaten als eersten het gebouw, in snel tempo wordt groep voor groep hen nagezonden. Onderwijl de uittocht doorgaat, zoekt Eppie de bewaarder Tiemersma op en vraagt of hij reeds Odinga en de spoorman uit de cellen heeft gehaald. Deze vertelt, dat hij ze niet kon vinden in de opgegeven cellen. Eppie vraagt dan aan enkele gevangenen, die nog op de gang zijn in welke cel Odinga zit.

Er wordt geantwoord van cel 2 (er was echter gezocht op zaal 2). Tiemersma krijgt nogmaals opdracht om hem te halen en komt al gauw met hem aan. Eppie is de naam van den spoorman vergeten, Tiemersma weet het ook niet meer, alle spoormannen hebben het gebouw reeds verlaten, Eppie doet nog navraag aan de overigen, doch niemand kan hem meer inlichten.

Als hij dit den leider zal mededelen, is deze net bezig de drie nieuwe arrestanten weer los te laten. Aangezien deze niet op de lijst staan, vraagt de leider of zij in de stad ook familie hebben, waarop een hunner een adres noemt. „Dan met zijn drieën daar naar toe", gebiedt de leider. Daar ze de weg niet weten, duidt Eppie hen deze uit, hoe ze er gemakkelijk kunnen komen...

Daarop krijgt Eppie de opdracht om Dreeuws en Leijenaar weg te brengen terwijl bovendien Tiemersma hier nog aan wordt toegevoegd. „Red je er maar mee", zegt de baas, zodat Eppie voor de andere jongens het gebouw verlaat.

Met zijn vieren begeven ze zich snel naar de instructieplaats, waar Eppie zijn fiets heeft staan. Hier treft hij Brouwer en Taco, welke zeer verheugd zijn te horen, dat alles er uit is. Taco wordt verzocht voor Tiemersma te zorgen, wat hij direct accepteert. Eppie begeeft zich met de beide anderen op weg, doch na ca. 400 meter besluit hij om naar de instructieplaats terug te gaan, om Wim te halen, aangezien die niet weet waar hij heen moet. Dreeuws en Leijenaar lopen samen verder, naar een hun opgegeven plaats.

Tegelijk met Wim die net zelf aankomt uit het HvB. bereikt Eppie de instructieplaats. Samen gaan ze nu snel per fiets Dreeuws en Leijenaar achterna welke ze bijtijds inhalen. Aangezien de adressen waar deze beide mensen gebracht zouden worden, helaas niet in hun bezit zijn, hebben ze drie adressen afgelopen om ze onderdak te krijgen. Dit mislukt steeds, zodat ze tenslotte gebracht worden naar het adres waar Wim en Eppie samen naar toe zouden.

Hier vinden ze een goed onderdak, waarna Wim en Eppie om ruim zeven uur op een andere plaats aankomen, waar zij kunnen overnachten. Zeer toevallig ontmoeten zij hier hun medewerkers Henk en Kopie, die ten zeerste verrast zijn ons te zien.

Begrijpelijkerwijs volgt dan een zeer gezellige avond, nadat eerst door Eppie een dankgebed wordt uitgesproken aan den Heere, die deze zo zeer gewaagde onderneming zo bijzonder heeft gezegend.

In totaal zijn vrijgelaten: 31 mannelijke gevangenen.
11 vrouwelijke gevangenen.
8 nieuwe arrestanten.
1 bewaarder.
51 personen.

Aldus het rapport van EPPIE, voor zover hijzelf alles heeft meegemaakt.
Leeuwarden, 12 December 1944.