Home » Genealogie » Vogelzang-Family » Genealogie Visser 1-10

De stamouders van Frans Jacobs Visser

8: Steven Franses Visser, timmerman, geboren op 14 december 1772 te Lemmer, gedoopt op 20 december 1772 te Lemmer, overleden (61 jr) op 23 november 1834 te Lemmer. Gehuwd op 3 december 1797 te Lemmer met Baukje Jelles Sakema, geboren op 1 maart 1777 te Wanswerd, overleden op 30 augustus 1829 te Lemmer, dochter van Jelle Jetzes en Pietje Baukes.

Steven Franses Visser, is hier op een akte te zien als getuige bij een huwelijk: 18-03-1813 Bruidegom: Douwe Rinkes Kok, leeftijd 30, vader: Rinke Douwes Kok, moeder: Ytske Douwes. Bruid: Antje Bouwes Verbeek, leeftijd 25, vader: Bouwe Pieters, moeder: Stijntje Willems.

Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend.

1. Frans Visser, geboren op 20 mei 1798 te Lemmer, gedoopt op 27 mei 1798 te Lemmer, volgt onder 11

2. Tjitske Visser, geboren op 3 november 1799 te Lemmer, gedoopt op 3 november 1799 te Lemmer, (Tjitske Stevens Visser) geboren op 21 september 1799 te Lemmer, gedoopt op 3 november 1799 te Lemmer, overleden (80 jr) op 8 november 1879 te Oosterzee. Gehuwd op 8 februari 1829 te Lemmer met Peke Heeres (Herres) Postma, boerenknecht te Eesterga, geboren te Sint Johannesga in het jaar 1798, overleden (51 jr) op 5 september 1849 te Oosterzee, zoon van Herre Willems Postma en Hendrikjen Peekes.

3. Jelle Visser, geboren op 3 februari 1802 te Lemmer, gedoopt op 21 februari 1802 te Lemmer, volgt onder 12

4. Pieter Stevens Visser, geboren op 1 juli 1805 te Lemmer, gedoopt op 14 juli 1805 te Lemmer, volgt onder 13

5. Renze Visser, geboren te Lemmer op 12 april 1808, gedoopt op 1 mei 1808 te Lemmer, volgt onder 14


9: Lupke Visser, geboren op 24 april 1775 te Lemmer, gedoopt op 30 april 1775 te Lemmer, overleden (47 jr) op 4 mei 1822 te Lemmer. Gehuwd op 25 mei 1800 te Lemmer met Pietje Andries de Blaauw, winkeliersche te Lemmer, geboren op 12 december 1775 te Lemmer, overleden (73 jr) op 9 februari 1849 te Lemmer, dochter van Andries Jacobs de Blaauw (herbergier in het Heerenlogement) en Trijntje Pieters.

Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend.

1. Rinse Visser, geboren op 5 januari 1801 te Lemmer, gedoopt op 18 januari 1801 te Lemmer, volgt onder 15

2. Trijntje Visser, geboren op 25 oktober 1802 te Lemmer, gedoopt op 7 november 1802 te Lemmer.

3. Trijntje Visser, geboren op 6 januari 1805 te Lemmer, gedoopt op 27 januari 1805 te Lemmer.

4. Andries de Blauw Visser, geboren te Lemmer op 18 februari 1808, volgt onder 16


10: Jelle Jacobs Visser, visser, geboren op 12 oktober 1809 te Lemmer, gedoopt op 5 november 1809 te Lemmer, overleden op 29 december 1857 te Lemmer. Gehuwd op 21 mei 1837 te Lemsterland met Nies Libbes Tjalma, geboren op 28 februari 1818 te Oosterzee, dochter van Libbe Hylkes Tjalma* en Aafke Tysses Dijkstra.

Nies Tjalma is op 4 november 1860 met de kinderen vanuit Lemmer, vertrokken naar Den Haag, waar zij op 7 juli 1900 is overleden.

* De erfenis te Sloten.

Toen we onlangs een stukje hadden geplaatst over deze erfenis, werd ons van bevriende zijde de lijst gezonden, waarop al de staken en erven voorkomen. Daar is over zulk een lijst wel een woordje te zeggen, dat men niet alle dagen krijgt te hooren. Hoe zelden toch gebeurt het, dat men bij 't verdeelen van een erfenis de stamouders heeft op te diepen uit een voor-vorige eeuw.

En toch is die tijd nog niet zoo heel ver weg, wanneer men bedenkt, dat de vader van den erflater eerst in 1827 te Oosterzee blijkt te zijn overleden. Deze heette Libbe Hylkes Tjalma.

Libbe Hylkes Tjalma, is eerst gehuwd geweest met Grietje Samplonius, en daarna met Afke Tysses Dykstra. Hij liet negen kinderen na, vier uit het eerste en vijf uit het tweede huwelijk. Uit het eerste huwelijk werden geboren Sietske, Andrea, Hylke en Gerrit en uit het tweede Jentje, Thys, Nieske, Grietje en Afke. Alleen Jentje is ongehuwd gebleven en dit is de erflater geweest, die 27 Juli 1904 te Sloten is overleden. Al de gehuwden hebben van 3 tot 10 kinderen nagelaten, samen 43 in getal en onder de kinderen, klein- en achter-kleinkinderen van deze 43 is de erfenis verdeeld.

Eene Mejuffrouw Visser te 's-Hage is de grootste erfgename geweest met 1/16 deel, en de kleinsten vindt men te Hartwerd met 1/1536 deel. Zoo zijn er een honderd erven, doch het getal nakomelingen is veel grooter, aangezien vele dier erven kinderen hebben, welke niet genoemd zijn.

Bij 't beschouwen der lijst dachten we zoo: wat zou de bovengenoemde, de eenvoudige landbouwer Libbe Hylkes Tjalma van Oosterzee, al een reis moeten maken, wanneer het hem gegeven kon worden al zijn klein- en achter-kleinkinderen eens te bezoeken en wat zou hij dan vreemd opzien tegen de uiteenloopende posities, waarin die allen thans geplaatst zijn en vreemd ophooren tegen de meeste familienamen, want Tjalma's zijn er niet zoo heel veel meer onder zijn kinderen en kindskinderen te vinden.

De vrouwelijke stam toch is vruchtbaarder geweest dan de mannelijke en het vruchtbaarst die van zijn oudste dochter Sietske, van wie 6 staken en 25 erven staan vermeld, terwijl zijne dochter Grietje uit het tweede huwelijk 10 staken en 19 erven telt. Om de nakomelingen alleen van zijn oudste dochter Sietske te bezoeken, zou hij eenige maanden werk hebben.

In Friesland zou hij te Wyckel, Sloten, Nijega, Tjerkgaast, Hommerts, Langweer, Dijken, Bozum, Hartwerd, Jellum, Heerenveen en Leeuwarden moeten zijn. Buiten Friesland zou hij in Gelderland, in Frankrijk en zelfs in het verre westen van Amerika van zijne achter-kleinkinderen vinden. Enkel uit dezen éénen stam. Zelfs zou hij in Amerika een broeder van den onlangs overleden Cooper als een aangehuwd achter-kleinzoon kunnen begroeten. Ook uit de stammen van Thijs en Grietje zijn onderscheidene leden naar onderscheidene staten van Amerika vertrokken.

Wilde hij al zijn verwanten in de Nieuwe Wereld bezoeken, dan zou hij naar Grand Rapid, Roseland, Chicago, Vrieslant in Minnesota, Sioux County in Jowa en zelfs naar San Francisco in Californië moeten reizen. Ook op het eiland Curaçao en te Parijs zou hij van zijne verwanten vinden.

Evenzoo in Noord-Brabant en vele in Noord- en Zuid-Holland, meerendeels te 's-Hage en Amsterdam. Bijzonder is het hoe heel de stam van zijne dochter Nieske, verwant aan de familiën Eibers en van Tricht, is verhollandscht en op één mannelijk lid na (in 1596 vertrokken naar Paramaribo) al sedert jaren heeft gewoond te en bij 's-Gravenhage. De leden van dezen minst talrijken stam hebben het hoogste procent uit oude Jentje's erfenis ontvangen.

Wanneer al de familieleden van Libbe Hylkes eens op een reünie bijeen kwamen, dan zouden de veehouders of landbouwers op die samenkomst verre in de meerderheid zijn. Er zouden een kleine dertig tegenwoordig wezen, meerendeels uit Doniawerstal, Gaasterland, Lemsterland en Hemelumer O. en N. en slechts enkele van de klei en wel uit Hartwerd, Jellum en Jelsum.

Ook zou men er eenige mannen van zaken aantreffen, waaronder een paar olieslagers, een aannemer, een uitgever; voorts een gemeente-ontvanger, een predikant, een dokter, een advocaat, eenige renteniers of personen zonder beroep, een visscher, een bakker, enkele slagers en eenige werklieden. Wij wenschen nog op te merken, dat er geen enkel lid der talrijke familie naar de oostelijke helft der provincie is vertrokken, terwijl er zoovelen zijn te vinden buiten de provincie. Het wijst enigszins den stroom aan der landverhuizing, die zich onwillekeurig richt naar beter oorden, wat betreft bodem of bedrijf.

Wat dunkt u ten slotte, wanneer ge u stelt in de plaats van Libbe Hylkes Tjalma, die tachtig jaren na zijn dood al een vergoten voorvader blijkt bij al zijn talrijke nakomelingen, zoodat we zelfs zijn naam niet eens hebben teruggevonden. Wel wijst de lijst nog eenige Tjalma's aan, maar Libbe Hylkes, zooals hij in zijn tijd bekend was, ontbreekt.

En zijn beide vrouwen zijn al gansch in 't vergeetboek. De tijd voert alles mee op de vleugelen van den wind en tooh „fynt elts him sels sa wird", zegt een zeer oud spreekwoord, _'t welk beteekent, dat elke mensch zich zelf zoo gewichtig vindt.

Zoo'n stamlijst leert ons in tegen- deel, dat we maar een oogenblik meespelen het spel der wereld en spoedig in de vergetelheid verdwijnen.

Nieuwsblad van Friesland : Hepkema's courant: 08-02-1905

In de oudheidkamer van Lemmer, hangt een bronzen medaille met het volgende bijschrift: Op 20 mei 1840 hebben Pieter Stevens Visser, 35 jaar, Rinze Stevens Visser, 32 jaar en Jouke Bootsma, 32 jaar, van de wisse dood gered: Jelle Jacobs Visser, geboren rond 1809 en Joost Jan Riemersma, zij zijn door zware storm met hun aak op de Zuiderzee omgeslagen, de redders werden beloond, met een bronzen medaille en een gouden tien gulden stuk. N.B. Rinze en Pieter Stevens Visser waren neven van Jelle, zonen van Steven Visser en Baukje Jelles Sakema.

Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend.

1. Liesbeth Visser, geboren op 28 februari 1839 te Lemmer. Gehuwd op 4 november 1863 met Johan Christiaan Elbers.

2. Hessel Visser, geboren op 6 januari 1851 te Lemmer, volgt onder 17

3. Jentje Visser, geboren op 3 juni 1854 te Lemmer, overleden (85 jr) op 25 januari 1939 te Den Haag.


* Foocke Eebles (Eyles,Ybles) boer te Langezwaag, gedoopt te Langezwaag op 5 augustus 1698 (Als bejaard persoon), zoon van Eble Ottes, boer, en  Liepck Foockedr. Gehuwd te Opsterland op 29 januari 1682 met Siouk Oenes (19 jaar oud), gedoopt te Kortezwaag op 11 mei 1662, dochter van Oene Minnerts en Geeske Fokkes.

Foocke komt op de boerderij van zijn vader Eble Ottes, Langezwaag 14, en is ook nog eigenaar van een tweede zate aldaar uit de erfenis van zijn schoonvader. Op 5 augustus 1698 wordt hij in de Hervorm­de Kerk gedoopt, samen met zijn drie kinderen. Waarschijnlijk was hij lid van de zog. Oud-Vlaamse gemeente van Langezwaag;

Dit kerkgenootschap ontstond onder invloed van vanuit Vlaanderen uitgeweken mennisten. Door overgang naar de Hervormde Kerk, zoals Foocke Eebles deed, werd deze gemeente sterk uitgedund en uiteindelijk opgeheven. In het lidmatenboek van de Gorredijkster mennisten wordt de overgang van Mindert Oenes, een zwager van Foocke Eebles, van Langezwaag naar Gorredijk vermeld. Er staat dat 'Mindert Oenes, allene van de mannelijke sekse is overgebleven'. Nadat Foocke Eebles, is overleden wordt zijn broer Hans voogd over Oene en Lupkjen. Oene wordt eigenaar van Langezwaag 14, maar zijn hoofdberoep is molenaar. In de Quotisatie kohieren van 1749 wordt hij vermeld als 'een molenaar en boer, welgesteld' met een vermogen van 1200 Car.gld.; van Jacob Girbes staat er 'een schoenmaker, matig gestelt'.

Transacties van Foocke Eebles en Siouk Oenes:

  • Q 15-502 (15-1-1665): Foocke Eebles en Siouk Oenes, kopen een perceel veenondergrond te Langezwaag voor 800 Car.gld. en een gouden ducaton.
  • Q 16-521 (16-6-1692): Foocke Eebles en Siouk Oenes, kopen drie mad maden in Luxwolde voor 185 Car.gld.
  • Q 22-391 (26-11-1716): Foocke Eebles, verkoopt een veenplaats met huizinge c.a. te Langezwaag aan Gerben Alles, in de Knijpe voor 3100 Car.gld.
  • M 26-10 (16-3-1723): Afrekening van Hans Iebeles, als voogd over Lipkje Fookes. (4)

Reactie plaatsen

Reacties

Nelleke Wissing Koehoorn
3 maanden geleden

– 2 jaar geleden
Het blijft leuk om te zien hoe de generatie terug komt in div. huishoudens, ook bij ons Koehoorn , zie dit : Fetje Visser, geboren op 15 september 1869 te Lemmer. Gehuwd op 4 juli 1890 te Lemmer met Hidde Koornstra, geboren op 4 augustus 1867 te Lemmer, zoon van Klaas Hiddes Koornstra en Elizabeth Lacrooy.( Hidde Koornstra was mijn overgrootvader van moeder's kant.nl. vader van Baukje Koornstra , mijn opoe en moeder van mijn mem , Pietje Coehoorn , getrouwd met Piet Koehoorn, mijn heit.

Jan Visser
3 maanden geleden

– 2 jaar geleden
Ik wil een overlijden doorgeven, bij Genealogie 101-110 onder nr 105 Dat Martha Lokken op 4 januari 2018 te Zaandam is overleden