Drenthe

Meppel runmolen

Molen de Weert ligt aan de monding van het riviertje de Reest in Meppel.
Volgens de gevelsteen is de molen gebouwd in 1807. Deze molen, ook wel bekend onder de naam Eekmolen, was de belangrijkste eek- of runmolen voor de leerlooi-industrieën in Meppel. Deze Eekmolen was een achtkante stellingmolen op stenen onderstuk.

Het einde van de molen kwam in de dertiger jaren van de vorige eeuw. De vraag naar gemalen eikenschors nam sterk af en ook de oprichting van de Coöperatieve Landbouwbank haalde veel werk bij de molen vandaan. In de laatste jaren van het bestaan werd met drie koppels stenen gewerkt. Een koppel voor het vermalen van granen bestemd voor menselijke consumptie, een koppel voor het malen van veevoer en een koppel blauwe schorsstenen.

Eind jaren '90 van de vorige eeuw is de molen geheel gerestaureerd. De karakteristieke ombouw rond de molen is weer in ere hersteld en wordt nu gebruikt door Stichting Welzijn voor haar activiteiten. Bovendien is de molen weer geheel maalvaardig gemaakt en draait nu elke zaterdagmiddag en is daarnaast ook instructiemolen voor aankomende molenaars.

Bron: www.molendeweert.nl 

Eekschillers in Drenthe

Eekschiller is een verdwenen beroep. Eek schillen betekent letterlijk eik schillen en werd veel door boeren gedaan als leuke bijverdienste of door speciale eekschillers, die met hun gezin er op uittrokken om hun armoedig bestaan wat op te vijzelen.

In de periode van begin mei tot begin juni werd dit gedaan. De bast van de eik (eek) kon men er in die periode makkelijk afhalen en de boomsappen waren dan optimaal. De eiken werden gekapt en in stukken van ongeveer 75 cm gezaagd en met de platte kant van een klein bijltje van de bast ontdaan, het zogeheten kloppen. De bast werd dan bij elkaar gebonden en gedroogd. Hierna ging het naar de eekschuur en werd het in kleine stukjes gehakt en gemalen in de eekmolen. De gemalen eikschors ging nu naar de leerlooier, die het gebruikte voor looistof om leer te looien. De eekbasten bevatten namelijk looizuur, dat nodig was om leer te looien Het hout dat overbleef werd gebruikt door de bakker om zijn ovens te stoken en grotere stukken voor de ovens van locomotieven, het zogenaamde spoorhout. Bron tekst: Wikipedia

 


20 mei 1927: Nieuw Weerdinge afgraven hoogveen.

20 mei 1927: Nieuw Weerdinge en Emmer Erfscheidingsveen.

20 mei 1927

Nieuw Weerdinge turf

20 mei 1927: Welk een oneindigheid - deze boolooze vlakte! de Bagger is ingedroogd en nu gaan mannen en vrouwen met een apart toestel sneden trekken over de massa, zoodat de vormen, waarin wij de baggerturf kennen, reeds duidelijk zichtbaar zijn. Met de plankjes aan de voeten is het waarlijk hier geen charleston-danspartijtje, waar de felle zon ongetemperd steekt of de wind vrij-uit kan geeselen. later wordt de turf 'opgezet', daarna in bulten of torentjes zóó opgestapeld, dat er openingen blijven voor 't drogen. Dan is ze voor de handel gereed. deze zeldzame foto geeft nog in de verte de eerste huisjes weer van een nieuwe kolonie in opkomst. ook daar brengen we een bezoek.

20 mei 1927: Ook hier was alles eens zooals onze andere foto's het ons doen zien: één groote verlatenheid. In betrekkelijk korten tijd groeide dit Nieuw-Weerdinge tot een nieuwe veenkolonie. Men ziet, dat er andere huizen worden gebouwd dan in Pekela enz., toen die streken nog in de prille jeugd waren. Maar kenmerkend voor oude en jonge kolonies is het bruggetje over de 'monden'de 'draai-badde